Onderzoeksresultaten Gumaan-instituut: “Corruptie en overheidsincompetentie” verantwoordelijk voor Irans economische situatie

De resultaten van het laatste onderzoek van het Gumaan-instituut tonen aan dat 86,2 procent van de Iraanse bevolking van mening is dat “corruptie en overheidsincompetentie” de meest negatieve invloed hebben gehad op de huidige economische situatie van Iran. Ook blijkt uit dit onderzoek dat onder de politieke stromingen “omverwerping” van de Islamitische Republiek de meeste ondersteuning heeft.
Het Gumaan-instituut heeft bij de publicatie van het rapport over het onderzoek “Iraanse opvattingen over relaties met de wereld” in eigen voorstelling geschreven: “Gumaan is een onafhankelijk, non-profit onderzoeksinstituut dat in Nederland is geregistreerd.”
Volgens dit rapport hebben meer dan 23.000 respondenten aan dit onderzoek deelgenomen, “en de uiteindelijke steekproef die voor dit rapport werd gebruikt, bestaat uit 20.097 Iraniërs in het land”.
Op basis van dit onderzoek dat woensdag 5 Aban werd gepubliceerd, zegde slechts 9,7 procent van de deelnemers dat “sancties en externe druk” van invloed waren op de huidige economische situatie in Iran, en vier procent zei dat zij het juiste antwoord niet weten.
Dit instituut vroeg in zijn onderzoek naar de mening van het publiek over twee slogans van regering-aanhangers en twee slogans van tegenstanders van de Islamitische Republiek.
Op basis van de onderzoeksresultaten zijn 73 procent van de Iraniërs het niet eens met de slogan “Dood aan Amerika” en 65,5 procent met de slogan “Dood aan Israël”.
Tegelijkertijd zijn 72,8 procent van de Iraniërs het eens met de slogan “Onze vijand is hier, zij liegen dat het Amerika is” en 63,7 procent met de slogan “Niet Gaza, niet Libanon, mijn leven voor Iran”.
Volgens het rapport van het Gumaan-instituut achten 55,1 procent van de Iraniërs verhanging van uraniumerrijking om sancties op te heffen de juiste beslissing over het kernprogramma. Dit terwijl 27,4 procent van de onderzoeksdeelnemers voortzetting van uraniumerrijking ondanks sancties een passende beslissing vindt en 17,5 procent zegt het juiste antwoord niet te weten.
Op basis van dit onderzoek zijn 56 procent van de Iraniërs het eens met het kernprogramma voor friedesvolle doeleinden, zijn 26,9 procent in het algemeen tegen Irans kernprogramma gekant, steunt 10,8 procent van de deelnemers Irans kernprogramma voor verschillende doeleinden en atoomwapenbouw, en zegt 6,4 procent geen mening over dit onderwerp te hebben.
Het Gumaan-instituut vroeg naar de mening over regeling van andere omstreden kwesties met het Westen tijdens onderhandelingen over herleving van de JCPOA. 34,5 procent van het publiek zei “geheel akkoord” te zijn, 17,2 procent van de deelnemers was “gedeeltelijk akkoord”, 5,5 procent was “gedeeltelijk oneens” en 20,1 procent was “geheel oneens”.
28,3 procent van de Iraanse deelnemers aan het onderzoek over betrekkingen met de wereld waren “geheel” oneens met de stelling van het Gumaan-instituut dat “de JCPOA-overeenkomst, tot de Amerikaanse uittreding, voordelig was voor het Iraanse volk”, en 9 procent zei “gedeeltelijk oneens” te zijn. Terwijl 15,6 procent van hen “geheel akkoord” waren en 26,9 procent “gedeeltelijk akkoord” waren. Onder hen zei 20,2 procent geen mening of informatie over dit onderwerp te hebben.
Gumaan stelde zijn publiek een vraag met vier opties over “het Iaanse Revolutionaire Gardeprogramma voor ontwikkeling van ballistische raketten”. 37,1 procent van de deelnemers zei alleen akkoord te gaan met het raketprogramma als dit niet zou leiden tot sancties tegen het land; maar 27,5 procent verzette zich geheel tegen het raketprogramma. 25,6 procent zei ermee akkoord te gaan zelfs als het programma tot sancties tegen het land zou leiden, en 9,8 procent gaf geen mening.
Op basis van dit onderzoek heeft 52,1 procent van de Iraniërs een positieve mening over Amerika. Het aantal Iraniërs met een positieve mening over de Europese Unie is 48,6 procent, over Israël 34,7 procent en over Saoedi-Arabië 27,4 procent. China, Groot-Brittannië en Rusland staan op volgende plaatsen.
Volgens dit rapport hebben 27 procent van de Iraniërs een positieve mening over China, 25,2 procent over Groot-Brittannië en 22,6 procent over Rusland.
Ook onder internationale instellingen hebben 61,8 procent van de ondervraagden een positieve mening over de Wereldgezondheidsorganisatie en 47 procent over de Verenigde Naties.
De deelnemers aan het onderzoek beantwoordden ook de vraag welk buitenlands beleid van welke Amerikaanse president het meest voordelig voor het Iraanse volk was geweest. 29,4 procent achtte het beleid van Donald Trump “het meest voordelig voor het Iraanse volk” en 7,4 procent zei het beleid van Joe Biden voordelig voor het Iraanse volk te vinden. 14,6 procent gaf geen mening of zei het juiste antwoord niet te weten.
Op basis van dit onderzoek zijn 46,6 procent van de Iraniërs van mening dat de terugtrekking van Amerikaanse militaire troepen uit Afghanistan niet voordelig is voor de regionale veiligheid. Dit terwijl 25,8 procent van de deelnemers dit voordelig voor de regionale veiligheid achtten. 16,2 procent zei niet te weten wat het juiste antwoord is en 11,4 procent achtte dit niet van invloed op de regionale veiligheid.
Op basis van dit onderzoek zijn 71 procent van de Iraniërs tegen de overeenkomst van de Islamitische Republiek Iran voor 25 jaar samenwerking met China en ook tegen de verdragenregeling van de Kaspische Zee met Rusland. 66,5 procent zei ook tegen de 20-jarige overeenkomst tussen Iran en Rusland te zijn.
60,9 procent van de Iraniërs denkt dat wereldmachten toezicht moeten houden op de mensenrechtsituatie in Iran en zo nodig praktische maatregelen moeten nemen. 57,1 procent van hen beoordeelde de rol van Iran in de recente ontwikkelingen in Syrië als negatief.
33,6 procent van de deelnemers aan dit onderzoek beschouwde de acties van de Quds-strijdkracht van de Islamitische Revolutionaire Gardisten in de regio als verhogend voor Irans veiligheid, terwijl 31,6 procent van hen denkt dat deze inmenging Irans veiligheid heeft verminderd.
Op basis van dit onderzoek zijn de meeste Iraniërs tegen de regering van Bashar al-Assad in Syrië en Nicolás Maduro in Venezuela. Ook hebben meeste Iraniërs zich tegen de Hezbollah-groep in Libanon, Hamas in Palestina, Hashed al-Shaabi in Irak en Houthis in Jemen verzet.
Naar de mening van 52,8 procent van de deelnemers aan dit onderzoek is de kans gering dat spanningen tussen Iran en Israël uiteindelijk tot directe militaire confrontatie leiden. Maar 31,8 procent van hen achtte deze kans “groot”.
Op basis van de resultaten van dit onderzoek hebben 67,9 procent van de Iraniërs niet gestemd bij de presidentsverkiezingen van 1400.
Op basis van dit onderzoek heeft de omverwerping van de Islamitische Republiek als voorwaarde voor enige verandering in Iran met 34,7 procent voorstander de meeste ondersteuning onder respondenten, terwijl 24,5 procent van hen structurele veranderingen voor overgang van de Islamitische Republiek nastreeft.
15,9 procent van de deelnemers noemde hun politieke instelling ondersteuning van het beleid van het systeem en leiderschap en 11,9 procent gelooft in geleidelijke hervormingen binnen het kader van de Islamitische Republiek.
Ommar Maleki, professor aan de Universiteit van Tilburg in Nederland en een van de directeuren van het Gumaan-instituut, sprak met het Perzische gedeelte van Voice of America over deze onderzoeksbevinding dat 86 procent van de bevolking corruptie en overheidsincompetentie verantwoordelijk stelt voor hun economische situatie. Hij zei dat deze resultaten consistent zijn met vergelijkbare onderzoeken door de Iraanse regering.
Meneer Maleki benadrukte dat de bevindingen van dit onderzoek, gegeven de demografische kenmerken van de Iraanse bevolking, een betrouwbaarheidsinterval van 95 procent hebben.
Bron: Voice of America




