Iran Nieuws

Resolutie ter veroordeling van schendingen van mensenrechten in Iran aangenomen

De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft woensdag 26 december een resolutie ter veroordeling van “ernstige en grove schendingen van mensenrechten” in Iran aangenomen.

Deze door Canada ingediende resolutie werd aangenomen met 82 stemmen voor, tegen 30 stemmen tegen en 64 onthoudingen.

Volgens verslagen werd deze resolutie met wijzigingen ingediend in vergelijking met de resolutie die in de Derde Commissie was aangenomen.

De zevenenzestigde resolutie ter veroordeling van schendingen van mensenrechten in Iran was eerder op 20 november van dit jaar in de Derde Commissie van de Verenigde Naties aangenomen met 79 stemmen voor, 32 stemmen tegen en 64 onthoudingen.

Met de aanname van deze resolutie blijft het mensenrechtencase van Iran voor nog een jaar open.

In deze resolutie werd bezorgdheid uitgesproken over het hoge aantal doodstraffen en werd met name de executie van misdadigers onder de 18 jaar beschouwd als een schending van Irans internationale verplichtingen.

In deze resolutie is Iran verzocht een einde te maken aan foltering en wrede, onmenselijke en vernederende straffen, alsmede een einde te maken aan systematische onderdrukking, willekeurige arrestaties en detentie van tegenstanders, inclusief het gepleegd dwangverdwijningen van tegenstanders.

In de door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aangenomen resolutie is Iran verder verzocht de omstandigheden en slechte toestanden in gevangenissen aan te pakken en personen die zijn gearresteerd omdat zij zich hebben ingezet voor en het recht verdedigd hebben op vrouwenrechten, onmiddellijk vrij te laten.

“Toenemende druk op religieuze minderheden, inclusief leden van de Bahai-gemeenschap”, “schendingen van de rechten van politieke gevangenen, inclusief hun gebrek aan toegang tot advocaten” en “gedwongen bekentenis” in het systeem van de Islamitische Republiek behoren tot andere zaken waarover in deze resolutie bezorgdheid werd uitgesproken.

In deze resolutie is de regering van de Islamitische Republiek verzocht alle personen vrij te laten wier detentie volgens het internationale recht als willekeurig wordt beschouwd.

De vertegenwoordiger van Iran heeft op deze zitting ook kritiek geuit op de voorgestelde resolutie en gesteld dat deze resolutie helemaal “geen betrekking heeft op mensenrechten”.

De vertegenwoordiger van de Islamitische Republiek voegde eraan toe dat landen die deze resolutie hebben ingediend zelf voorvechters zijn van “racisme, kolonialisme en interventionisme”.

De vertegenwoordiger van China kritiseerde ook deze resolutie en de “dubbele standaard” met betrekking tot mensenrechten en stemde tegen.

De secretaris-generaal van de Verenigde Naties stelde op 14 oktober van dit jaar in een rapport dat “herhaalde en ernstige” schendingen van mensenrechten in Iran “ernstige bezorgdheid” veroorzaakten.

 

Bron: Radio Farda

Gerelateerde artikelen

Terug naar bovenkant pagina knop
Beschermd Door
Shield Security