Iran NieuwsMensenrechten

Toelatingsexamen 2022; toenemend aantal Bahai-studenten uitgesloten van onderwijs

Nieuwsagentschap Hrana – De identiteit van 3 andere Iraanse burgers van het Bahai-geloof die deelnamen aan het landelijk toelatingsexamen dit jaar en die in de resultaten van dit onderzoek werden geconfronteerd met de foutmelding “dossiergebrek” op de website van de examenorganisatie, is vastgesteld door Hrana in de steden Birjand en Kerman.

Volgens het nieuwsagentschap Hrana, het persorgaan van de verzameling mensenrechtenactivisten in Iran, werden een aantal Iraanse burgers van het Bahai-geloof die aan het landelijk toelatingsexamen hadden deelgenomen, op de website van de examenorganisatie geconfronteerd met het bericht “dossiergebrek” en werden zij, vanwege hun Bahai-geloof, uitgesloten van voortzetting van hun onderwijs.

De identiteit van 3 andere burgers van het Bahai-geloof met de namen “Fares Hamadi Hesari en Malika Mollaki, woonachtig in Birjand en Babak Yekani, woonachtig in Kerman” is vastgesteld door Hrana.

Met inbegrip van deze personen is het aantal Iraanse burgers van het Bahai-geloof dat deelnam aan het landelijk toelatingsexamen van 2022 en die onder verschillende titels, waaronder “dossiergebrek”, vanwege hun Bahai-geloof van voortzetting van hun onderwijs werden uitgesloten, tot nu toe gestegen tot 6 personen.

Eerder was de identiteit van “Hana Mofaghi en Hiva Badi’i, woonachtig in Karaj en Behzad Barati, woonachtig in Mashad” vastgesteld door Hrana.

Dit jaar worden burgers van het Bahai-geloof, nadat zij hun persoonlijke gegevens op de website van de examenorganisatie hebben ingevoerd, doorgestuurd naar een pagina die zonder vermelding van naam en andere gegevens, hun alleen op de hoogte stelt van hun “dossiergebrek”.

De aanduiding “gebrek in dossier” is een veel gebruikte truc die vooral sinds 2006 in dergelijke gevallen is toegepast om burgers van het Bahai-geloof uit te sluiten van voortzetting van hun onderwijs.

Ondanks de duidelijke wetsbepaling, overeenkomstig een vertrouwelijk besluit van de Iraanse Hoge Raad voor de Culturele Revolutie, worden Bahai’s niet alleen uitgesloten van tewerkstelling in overheidsinstanties, maar ook van universitair onderwijs.

Elk jaar worden veel rapporten gepubliceerd over de uitsluiting van burgers van het Bahai-geloof van voortzetting van hun onderwijs aan Iraanse universiteiten. Dit omvat ook personen die op het punt staan af te studeren.

Mensenrechtenverslaggevers van de Verenigde Naties in aangelegenheden betreffende Iran hebben herhaaldelijk bezwaar gemaakt tegen discriminatie van Bahai’s en met name tegen de uitsluiting van Bahai-studenten van het recht op onderwijs, en hebben dit gezien als een duidelijk voorbeeld van de verwaarlozing van Irans internationale mensenrechtenverplichtingen.

Burgers van het Bahai-geloof in Iran worden beroofd van vrijheden met betrekking tot religieuze overtuigingen. Deze systematische uitsluiting geschiedt terwijl volgens artikel 18 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en artikel 18 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten ieder persoon het recht heeft op vrijheid van godsdienst en van geweten en het recht dit, hetzij alleen hetzij in gemeenschap met anderen en in het openbaar of privé, tot uitdrukking te brengen.

Het zij vermeld dat volgens informele bronnen in Iran meer dan driehonderdduizend Bahai’s wonen, maar de Iraanse grondwet erkent alleen de religies islam, christendom, judaïsme en zoroastrisme officieel en erkent het Bahai-geloof niet officieel. Daarom zijn de rechten van Bahai’s in Iran gedurende de afgelopen jaren systematisch geschonden.

Bron: Hrana

Gerelateerde artikelen

Terug naar boven
Beschermd Door
Shield Security