Tweeënzeventigste zitting in zaak Hamid Nouri; rechter wijst voorstel tot toevoeging van ‘genocide’-aanklacht af

De tweeënzeventigste zitting in de zaak van Hamid Nouri, beschuldigd van deelname aan executies van politieke gevangenen in Gohardasht-gevangenis in de zomer van 1988, vond plaats op woensdag 9 maart 2022 in Stockholm, Zweden.
De tweede zitting van de tweede verdedigingsronde concentreerde zich op de uiteenzetting van de zaaksfeiten door het verdedigingsteam van Hamid Nouri. Daniel Markus en Thomas Söderqvist, advocaten van Nouri, vervolgden hun sleutelstrategie in deze zitting. Zij probeerden door het aanvullen van eerder materiaal de verschillen aan te tonen tussen de verklaringen van enkele getuigen in de rechtszaal en hun eerder vastgelegde verklaringen in rapporten van internationale organisaties en mensenrechtengroeperingen zoals de Abdorrahman Boroumand Foundation en Justice for Iran. Deze verklaringen waren allemaal afgelegd vóór Hamid Nouri’s arrestatie in Zweden.
De advocaten van Hamid Nouri gingen in detail in op de verhalen van personen als Esmat Talebi, Mokhtary Shalaloond, Vida Rastami en Laleh Bazargan en legden voor de leden van de rechtbank de onenigheid uit over de tijd, plaats en aard van de executies van gevangenen.
De advocaten van Hamid Nouri betwistten de geloofwaardigheid van verklaringen van personen als Asghar Mehdi Zadeh, Mohammad Khodabandeh Loo, Hossein Maleki, en Manouchehr Eshaqi en benadrukte dat de naam Abbasi niet in het verleden maar pas na Nouris arrestatie aan hun verslag werd toegevoegd. Andere getuigenamen die vandaag door de advocaten van de verdachte naar voren werden gebracht, waren Hossein Farsi, Mohammad Khodabandeh Loo, Hossein Maleki, Rahman Darkeshideh en Amirhossein Atiabi.
De advocaten van Hamid Nouri legden ook uit dat Mahdi Aslani, een getuige in deze zaak, heeft verklaard dat Hamid Abbasi hem en enkele andere gevangenen op 27 augustus 1988 opriep en naar een doodsvonnis-commissie bracht. De advocaat van Nouri zei echter dat Mahdi Aslani in zijn uitleg van dezelfde herinnering in zijn boek “Raven en Rode Rozen” in plaats van Abbasi naar een cipier en Nasarian verwees.
Tijdens de uitleg en presentatie van nieuw bewijs door de advocaten van de verdachte maakte de aanklager meerdere keren bezwaar. Hij zei dat deze punten in de definitieve pleidooi van de advocaten van de verdachte moeten worden opgenomen en dat vandaag alleen bestemd is voor presentatie van materiaal, niet voor inhoudelijke analyse ervan.
Een ander onderdeel van de verdedigingszitting van Nouri vandaag was gewijd aan het verder ondervragen van Rahman Darkeshideh door de advocaten van de verdachte. Darkeshideh is een politieke gevangene die de executies heeft overleefd en een van de getuigen in deze zaak.
Rahman Darkeshideh participeerde voor de tweede keer via video uit Nederland aan de rechtszitting. In de eerste fase van zijn ondervraging in de rechtszaal verklaarde hij dat hij een buurtjongen en buurman van de verdachte en diens familie in Teheran was geweest.
Rahman Darkeshideh wees in deze zitting meerdere keren op het repetitieve karakter van de vragen van de advocaten van de verdachte. Hij herhaalde en bevestigde zijn verklaring dat hij in 1986 met een blinddoek op bij een rechtbankbureau met iemand werd geconfronteerd en werd ondervraagd, en dat hij ondanks pogingen niet herkend te worden, door deze persoon aan de hand van zijn vragen werd herkend. Het kon niemand anders zijn dan de oude buurtjongen van de getuige, Hamid Nouri!
De zitting eindigde met de aankondiging van een belangrijk punt door Thomas Sander, de rechter van de rechtbank. Hij kondigde aan dat naar mening van de rechtbank de zaak van Hamid Nouri geen betrekking heeft op genocide. Hij zei dat het juridisch noodzakelijke bewijs voor een genocide-uitspraak niet aanwezig is in deze zaak, daarom wordt het verzoek van Kent Louis afgewezen. Kent Louis had eerder verzocht dat de genocide-aanklacht, voortbouwend op het rapport van rechter Geoffrey Robertson, aan de andere aanklachten tegen Hamid Nouri zou worden toegevoegd. De rechter verklaarde dat de uitspraak van de rechtbank over de afwijzing van de “genocide”-aanklacht definitief is en dat daar geen mogelijkheid van hoger beroep op van toepassing is.
Hamid Nouri wordt nu zeven maanden lang in Zweden vervolgd op twee aanklachten: oorlogsmisdrijven en moord. Bij veroordeling riskert hij een levenslange gevangenisstraf.
Opgemerkt moet worden dat deze rechtszitting ook gepaard ging met veel onrust. Mohammad Reza Nili, consul-generaal van de Islamitische Republiek Iran in Stockholm, reageerde samen met zijn collega Alaoddin Alhanbmi Mirmohammadi op de slogans “Dood aan de Islamitische Republiek”, “Vloek op Khomeini” en “Huurling, verdwijn” van aanwezigen en demonstranten voor het gerechtsgebouw.
Mohammad Reza Nili vroeg de Zweedse politie de betogers ter plaatse tot stilte te dwingen, maar kreeg een afwijzend antwoord.
Mohammad Reza Nili had eerder ook met een grove en seksueel getinte uitdrukking voor de ogen van aanwezigen in de gangen van de rechtbank Gisu Shakeri, een kunstenaar die in Stockholm woont, beledigd. Gisu Shakeri had meneer Nili gevraagd uit te leggen waarom hij haar filmde.
De volgende zitting van de rechtbank zal plaatsvinden op donderdag 10 maart 2022 met getuigenis van rechter Geoffrey Robertson. Het rapport van meneer Geoffrey Robertson is een van de belangrijkste schriftelijke bewijsstukken van de aanklagers in de aanklacht tegen Hamid Nouri. Dit rapport is op verzoek van de Abdorrahman Boroumand Foundation en na de pogingen van de regering van de Islamitische Republiek om de massabegraafplaatsen van Khavaran te vernietigen, opgesteld door rechter Robertson. Dit rapport, waarvan de samenstelling en voorbereiding anderhalf jaar in beslag nam, bevat interviews en verschillende informatie met betrekking tot de executies van politieke gevangenen in de zomer van 1988.




