Verklaring van elf landen in vergadering Raad van Bestuur over Israëlische aanval op Iran

Elf landen hebben tijdens een vergadering van de Raad van Bestuur met een gezamenlijke verklaring de Israëlische aanval op Iran veroordeeld.
Elf lidlanden van de Raad van Bestuur van het Agentschap hebben de militaire aanval van Israël op Iraanse nucleaire installaties veroordeeld, het beschouwd als een grove schending van internationaal recht, en hebben geroepen tot onmiddellijke actie van het Agentschap en de Veiligheidsraad om herhaling van deze agressieve aanvallen te voorkomen.
In deze verklaring die enkele uren geleden tijdens een buitengewone vergadering van de Raad van Bestuur van het Agentschap werd gepubliceerd, staat geschreven: “Wij veroordelen de agressie van het Israëlische regime tegen Iran, inclusief militaire aanvallen op nucleaire installaties onder het toezicht van het Internationaal Atoomagentschap, welke een grove schending vormt van internationaal recht, het Handvest van de Verenigde Naties en het Statuut van het Internationaal Atoomagentschap.”
Wij zijn stellig van mening dat deze militaire aanvallen, naast het vormen van een bedreiging voor vrede en internationale veiligheid, het vertrouwen in het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens (NPT) verzwakken, een duidelijke minachting voor het toezichtssysteem van het Internationaal Atoomagentschap vormen en de verdere ontwikkeling van kernenergie voor vreedzame doeleinden in gevaar brengen.”
De ondertekenende landen van deze verklaring benadrukkten onder verwijzing naar resoluties van de Algemene Conferentie van het Agentschap: “Elke gewapende of dreigende aanval tegen nucleaire installaties die voor vreedzame doeleinden worden gebruikt, vormt een schending van de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties, internationaal recht en het Statuut van het Agentschap.”
Deze landen herinneren eraan dat Iran een niet-nucleair wapen bezittend lid van het NPT is en dat de nucleaire installaties die doelwit waren onder toezicht van de uitgebreide toezichtsovereenkomst van het Agentschap vallen, en voegden eraan toe: “Wij herinneren aan Irans duurzame en sterke verplichting tot niet-verspreiding van kernwapens en zijn wij diep bezorgd over de brede gevolgen van dergelijke militaire aanvallen op nucleaire installaties onder toezicht.”
De ondertekenaars van de verklaring hebben niet alleen het Israëlische regime gevraagd zijn aanvallen op Iran te staken, maar hebben ook de Raad van Bestuur, het Secretariaat en de Directeur-Generaal van het Agentschap verzocht de nodige maatregelen te treffen om verdere aanvallen te voorkomen.
Aan het einde van deze verklaring wordt benadrukt: “Wij verzoeken de Directeur-Generaal onmiddellijk aan de Raad van Bestuur verslag uit te brengen over alle gevolgen van de Israëlische aanvallen op nucleaire sites en installaties onder toezicht van het Agentschap in Iran en alle acties of bedreigingen van verdere agressie aan de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties te rapporteren.”
De verklaring is afkomstig van de Russische Federatie, China, Pakistan, Irak, Wit-Rusland, Burkina Faso, Cuba, Indonesië, Nicaragua, Venezuela en de Bolivariaanse Republiek Venezuela.




