Verklaring van Iraanse activisten: onderhandelingen zijn geen kapitulatie

Een groep Iraanse politieke en maatschappelijke activisten hebben in een verklaring gepleit voor “voorwaardelloze” onderhandelingen tussen Iran en de Verenigde Staten. De auteurs van de verklaring zijn bezorgd over een “diplomatiek impasse en het begin van een verwoestende oorlog” die de economische infrastructuur van het land kan vernietigen.
De verklaring werd zondag 19 Khordad (9 juni) gepubliceerd en is ondertekend door 225 politieke en maatschappelijke activisten met verschillende gezindten binnen en buiten Iran.
Het adres van de verklaring is gericht aan de hoogste autoriteiten van de Islamitische Republiek Iran en vooral aan ayatollah Ali Khamenei, die onderhandelingen met Amerika als “vergif” heeft bestempeld en alle vormen van diplomatieke contacten voor het verminderen van spanningen tussen de twee landen heeft geblokkeerd. Met betrekking tot het strategische beleid van het Islamitische systeem in Iran, met name met betrekking tot onderhandelingen met Amerika, heeft Khamenei het laatste woord.
De auteurs van de verklaring stellen: “Iedereen weet dat als diplomatie eindigt, oorlog begint. De mensen in deze regio hebben zeer bittere herinneringen aan oorlog, vernietiging en de economische, sociale en humanitaire gevolgen daarvan. Het Golfgebied is de afgelopen maand als een kruitvat geworden waarvan een kleine vonk kan leiden tot een brand.”
De verklaring voegt vervolgens toe: “Wij, een groep politieke en maatschappelijke activisten met verschillende gezindten, zijn in de eerste plaats bezorgd over een diplomatiek impasse en het begin van een verwoestende oorlog die vooral zal leiden tot de dood van duizenden van onze landgenoten en het letsel en mogelijk ontheemding van honderdduizenden van hen, en de economische infrastructuur van ons land zal vernietigen.”
De verklaring benadrukt: “Onderhandelingen zijn geen kapitulatie. Gesprekken op zich hebben geen negatieve betekenis. Voorwaardelloze onderhandelingen tussen partijen in een geschil kunnen verschillende doelstellingen hebben. Zoals crisisbeheer, voorkoming van ongewenste oorlogen, realistische beoordeling van de doelstellingen van de tegenstander zonder tussenkomst en mediaprogressieve en verre roepingen, spanningsafbouw, spelen met echt aanwezige kaarten, en, indien mogelijk, beslechting van die geschillen die lagere kosten voor beide partijen hebben en uiteindelijk vreedzame beslechting van geschillen. In het specifieke geval van Iran kunnen deze onderhandelingen, zoals eerder door bezorgde burgers en het vaderland herhaaldelijk is herinnerd, met vasthoudendheid en uitsluitend vanuit het standpunt van bescherming van nationale belangen (geen ongegronde ambities) worden voortgezet. Bovendien blijft de weg terug altijd open. Door onderhandelingen af te wijzen, kunnen andere mogendheden met Irans machtsfiches ten voordele van hun eigen belangen en ten nadele van de belangen van het Iraanse volk spelen.”
“Geschikte gelegenheid” voor Japans bemiddeling
De ondertekenaars van de verklaring zijn van mening dat het bezoek volgende week van de Japanse premier Shinzo Abe aan Teheran, waarvan gezegd wordt dat het belangrijkste onderwerp bemiddeling tussen Iran en Amerika is, een geschikte gelegenheid biedt om de spanning tussen de twee landen te verminderen die niet verloren mag gaan.
De auteurs van de verklaring, terwijl zij de “oneerlijke wereldorde en dubbele standaarden” erkennen en veroordelen, hebben zich tot de regering van de Islamitische Republiek Iran gericht die beweert tegen deze “oneerlijke orde” te strijden en hebben geschreven: “Men kan niet tegen onrechtvaardigheid en discriminatie en corruptie in het binnenland protesteren en met dubbele standaarden tegen onrecht en onrechtvaardigheid in de regio en de wereld strijden.”
“Op basis hiervan zijn wij van mening dat het buitenlandse beleid van de Iraanse regering, vooral in de regio, structureel moet veranderen. Dezelfde onjuiste aanpak is het die de grondslag heeft gegeven voor de inbreuken van hegemoniale wereldmachten om het dagelijkse economische leven van het Iraanse volk te bedreigen en de huidige gevaarlijke situatie en het risico van militaire betrokkenheid te creëren.”
Vervolgens stellen de politieke en maatschappelijke activisten in hun verklaring: “De beste manier om ‘nee’ te zeggen tegen oorlog is ‘ja’ te zeggen tegen democratie en nationale solidariteit en het wegnemen van discriminatie in het binnenland. Wij geloven dat het buitenlandse beleid van het land moet worden bepaald en beheerd met de instemming, het mandaat en de wil van de meerderheid van het Iraanse volk. Veel Iraniers hebben herhaaldelijk, waaronder in verschillende verkiezingen, hun voorkeur en mening voor spanningsafbouw met de wereld en de regio aangegeven. Regeringen kunnen en mogen hun mening, die door de meerderheid van het Iraanse volk wordt afgewezen, niet als basis voor buitenlandse politiek nemen. Rechtstreekse raadpleging van publieke opinie kan dit bevestigen.”
Namen zoals Mehrangiz Kar, Niloofar Tohidi, Ahmad Karimi Hakkak, Hossein Kroubi, Bahareh Hedayat, Hasan Youssefi Eshkavari, Hamid Reza Jalaiepoor, Sedigheh Vasmaghi, Abdolhamid Masoumi Tehrani, Abdolali Bazargan, Abdullah Naseri, Ali Akbar Moussavi Khoeini, Emadeddin Baghi, Isa Saharkhiz, Ibrahim Asgarzadeh, Mohammad Sadegh Javadi-Hesar, Kazem Alamdari, Mandana Zandian, Mehdi Norouzpour, Asiyeh Amini, Mansoureh Shojaei, Masoud Bastani, Hayedeh Moghithy, Mahboubeh Abbasgholizadeh, Ali Keshtkari, Ali Hajihasemi, Farkh Negahdar, Reza Alijani, Azadeh Kian, Behrouz Khaliq en Mehdi Fattapour staan onder de ondertekenaars van de verklaring.
Bron: DW




