Veroordeling van “Gezondheidsactivisten” tot celstraf met hulp van veiligheidsdiensten wegens klacht tegen topambtenaren

Drie advocaten en twee burgerrechtenactivisten zijn tot celstraf veroordeeld omdat zij hebben geprobeerd een klacht in te dienen tegen de leider en functionarissen van de Islamitische Republiek Iran vanwege hun slordig omgaan met de COVID-19-pandemie in het land.
Hadi Ghaeemi, directeur van de campagne voor mensenrechten in Iran, zei met betrekking tot het vonnis tegen de gezondheidsactivisten: “De straf voor deze advocaten en activisten brengt de boodschap aan het Iraanse volk dat als je de regering ter verantwoording wilt roepen, de Islamitische Republiek je in de gevangenis zal opsluiten”.
Volgens Hadi Ghaeemi “toont dit vonnis aan dat het Iraanse rechtssysteem voortdurend samenwerkt met de veiligheidsdiensten van de regering om tegenstanders de keel af te snijden; burgers die gerechtvaardigd zijn en eisen stellen, worden als vijanden behandeld, terwijl machthebbers en verdedigers van de status quo volledige immuniteit genieten”.
De Revolutionaire Rechtbank van Teheran heeft Mostafa Nili, advocaat, en Mehdi Mahmoudian, burgerrechtenactivist, elk tot vier jaar gevangenisstraf veroordeeld, Arash Keykhosravi, advocaat, tot twee jaar en Mohammad Reza Faqihi, advocaat, tot zes maanden gevangenisstraf. Maryam Afrafrazi, burgerrechtenactivist, is tot 95 dagen gevangenisstraf veroordeeld.
Babak Paknia, een van de advocaten in deze zaak, verklaarde bij aankondiging van de vonnissen dat hij zeker beroep zal aantekenen in deze zaak.
Deze vonnissen worden uitgesproken op een moment dat de regering van de Islamitische Republiek Iran steeds meer tegen elke vorm van vreedzame burgermaatschappelijke activiteit optreedt en pogingen van activisten om functionarissen ter verantwoording te roepen, blokkeert.
Regeringstroepen onderdrukken al maanden protesten in het hele land met geweld en hebben veel burgerrechtenactivisten en betogers gearresteerd, waaronder arbeiders en leraren.
Gezondheidsactivisten werden als vijanden van de regering gestraft
Drie advocaten en twee burgerrechtenactivisten, die bekend staan als “gezondheidsactivisten”, hebben geprobeerd een klacht in te dienen tegen topfunctionarissen van het systeem, waaronder Ayatollah Ali Khamenei, leider van de Islamitische Republiek Iran, die om politieke redenen de invoer van Amerikaanse en Britse COVID-19-vaccins in het land verbood. In de klacht werd ook verwezen naar kwesties zoals het verbergen van werkelijke cijfers van het aantal besmettingen en sterfgevallen van burgers door coronavirus en wanbeleid van verantwoordelijke functionarissen in het omgaan met deze crisis.
Eerder hadden enkele functionarissen van het Iraanse ministerie van Volksgezondheid die betrokken waren bij het beleid ter bestrijding van de coronapandemie in het land tegen The New York Times gezegd dat zij voortdurend door veiligheidsfunctionarissen werden ondervraagd.
Het moet worden opgemerkt dat volgens artikel 34 van de Iraanse grondwet, dat stelt: “Het recht om gerechtigheid na te streven is een onvervreemdbaar recht van elk individu en iedereen kan voor gerechtsvorderingen naar bevoegde rechtbanken gaan”. In principe is de vervolging van degenen die gerechtsvorderingen indienen ook in strijd met de Iraanse grondwet.
Aan de andere kant moet worden opgemerkt dat er in de Iraanse wetgeving geen wet tegen “voornemen tot misdrijf” bestaat, maar gezondheidsactivisten werden vervolgd wegens “voornemen tot klachtindiening”.
Klachten indienen tegen overheidsambtenaren is ook volgens de Iraanse wetten een “recht”, maar de gezondheidsactivisten werden veroordeeld op beschuldiging van “samenscholing en samenzwering tegen de nationale veiligheid” en uitsluitend omdat zij bijeenkomsten hebben gehouden op het sociale netwerk “Clubhouse” en hebben gediscussieerd en van gedachten hebben gewisseld over deze klacht.
Bovendien is het vonnis van de rechtbank met betrekking tot het ontzegging van het recht om advocaat te zijn voor twee advocaten uitgesproken, terwijl de rechtbank eigenlijk wettelijk niet bevoegd is om deze ontzegging (beroepsverbod) in te stellen.
Volgens het vonnis van de rechtbank is Mostafa Nili voor twee jaar en Arash Keykhosravi voor één jaar ontzegd van het recht om advocaat te zijn. Dit is echter in strijd met artikel 17 van de wet op de onafhankelijkheid van advocaten in Iran, dat stelt dat alleen “disciplinaire rechtbanken van de advokatenbalie” bevoegd zijn om vonnissen tot “schorsing van de advocatuur” uit te spreken.
Tegelijkertijd met de uitspraak van de rechtbank tegen de gezondheidsactivisten stelde het “Centrum voor Mensenrechten van de Islamitische Republiek Iran” in een verklaring dat advocaten in Iran vrij en zonder enige bedreiging van de regering hun werkzaamheden uitvoeren en dat “vervolgingen van enkele advocaten niet ter zake van hun advocatuuractiviteiten, maar wegens het plegen van strafbare feiten die volstrekt geen verband houden met hun beroep plaatsvinden”.
Khamenei’s verbod op invoer van westerse coronavaccins veroorzaakte ernstige vertraging in hulp aan het volk
De uitvaardiging van een decreet door Ali Khamenei dat de invoer van Amerikaanse en Britse coronavaccins verbiedt, en de beweringen van Iraanse functionarissen over het produceren van binnenlandse vaccins, hebben geleid tot een toename van de coronapandemie in het land en als gevolg daarvan tot een toename van het aantal sterfgevallen door deze ziekte.
Het decreet van de leider van de Islamitische Republiek Iran ter verbiedering van de invoer van vaccins werd ook toegepast op het COVAX-project; COVAX was een internationaal project om ervoor te zorgen dat landen met lage inkomens toegang hadden tot coronavaccins. Vanwege het verbod op invoer van coronavaccins wezen regeringsfunctionarissen echter voorstellen af om vaccins van verschillende landen te ontvangen.
Eerder had Ali Akbar Mousavi Khoininiha, voormalig lid van de Iraanse Consultative Assembly (Majles), tegen de campagne voor mensenrechten in Iran gezegd dat “vanwege het voortdurende verbod op invoer van vaccins geproduceerd in Amerika en Engeland door de Iraanse leider, de invoer van Pfizer-, Moderna-, Johnson & Johnson- en AstraZeneca-vaccins ernstig en gevaarlijk is vertraagd”.
Volgens officiële regeringscijfers tot 22 juni 2022 zijn 141.377 mensen gestorven aan coronavirus. Hoewel volgens veel rapportages dit aantal veel lager is dan het werkelijke aantal.
Hadi Ghaeemi, directeur van de campagne voor mensenrechten in Iran, zei met betrekking tot het verbod op invoer van vaccins door de leider van de Islamitische Republiek Iran: “De leider en topfunctionarissen van de Islamitische Republiek Iran hebben westerse vaccins om politieke redenen en in overeenstemming met hun complottheorieën verboden”.
Volgens Hadi Ghaeemi “zijn Iraanse burgers gestorven vanwege het schrijnende wanbeleid van de regering in het omgaan met de pandemiecrisis en nu moeten degenen die probeerden de verantwoordelijke functionarissen ter verantwoording te roepen voor deze tragedie naar de gevangenis”.
Hadi Ghaeemi benadrukte dat “de internationale gemeenschap sterk stelling moet nemen tegen deze duidelijke onrechtvaardigheid en discriminatie. De internationale gemeenschap moet zich primair richten op het versterken van de stem van het volk en niets anders”.
Bron: Campagne voor Mensenrechten in Iran




