Verscherpte druk op Bahai’s in Qom-Shahr en Yazd

De bedrijven van zes Bahai-burgers in Qom-Shahr zijn gesloten. Eerder veroordeelde het hoger beroepsgerechtshof van de provincie Yazd vier Bahai-burgers tot in totaal 32 maanden gevangenisstraf.
Volgens het perssbureau Hrana, het persorgaan van het netwerk van mensenrechtenactivisten in Iran, zijn de bedrijven van zes Bahai-burgers in Qom-Shahr op maandag, 17 Aban 1400, gesloten door functionarissen van de afdeling Voorzieningen. Deze maatregel volgde op een tweedaagse religieuze sluiting door Bahai’s.
De namen van de burgers wiens bedrijven gesloten werden zijn: Nima Noe-Khah, eenheid voor de distributie van poppen en kinderspeelgoed, Nabet Asadi, eenheid voor brillareparatie, Soheil Babayi, eenheid voor hygiëneproducten, Kourosh Rezayi, eenheid voor koelkast- en airconditioner reparatie, Maziar Abbasi, eenheid voor verf en bouwmaterialen, meneer Akbari, eenheid voor lassen en ijzerwaren.
In het jaar 1394 werden ook de bedrijven van een aantal Bahai-burgers in de provincie Mazandaran, waaronder Bahai’s in Qom-Shahr, op bevel van de afdeling Voorzieningen gesloten. Naar verluidt is de heropening van enkele van deze bedrijven, ondanks dat zes jaar zijn verstreken, nog steeds verhinderd.
Gevangenisstraf voor vier Bahai-burgers
Het perssbureau Hrana had eerder gerapporteerd dat afdeling 11 van het hoger beroepsgerechtshof van de provincie Yazd voor Amin Zolfaqari, Mahboubeh Mithaqian, Mitra Bandi Amirabad en Hiva Yazdanmehdiabad, beschuldigd van “propaganda tegen het systeem”, een straf van acht maanden gevangenisstraf heeft uitgesproken.
Hrana schreef dat deze burgers in de eerste fase door afdeling 2 van het Revolutionaire Gerechtshof van Yazd, onder voorzitterschap van rechter Reza Javad Mousavi, beschuldigd van “lidmaatschap van groeperingen tegen het systeem en propaganda tegen het systeem”, tot in totaal 13 jaar en vier maanden gevangenisstraf zijn veroordeeld. In de hoger beroepsfase zijn deze personen vrijgesproken van de beschuldiging van lidmaatschap van groeperingen tegen het systeem.
Amin Zolfaqari werd op 1 Khordad 1399 gearresteerd door functionarissen van het Informatiebureau van Yazd en naar de gevangenis van deze stad overgebracht. Hij werd op 3 Tir datzelfde jaar, na betaling van een borgsom, voorlopig vrijgelaten tot het einde van de gerechtelijke procedures uit de gevangenis van Yazd.
Mevrouw Mithaqian werd op 12 Khordad 1399 gearresteerd door veiligheidsmedewerkers en vrijgelaten op 27 Khordad datzelfde jaar na betaling van een borgsom.
Mitra Bandi Amirabad en Hiva Yazdanmehdiabad werden op 10 Khordad 1399 door veiligheidsmedewerkers gearresteerd en uiteindelijk op 11 Shahrivar datzelfde jaar, na drie maanden voorlopige hechtenis, na betaling van een borgsom tot het einde van de gerechtelijke procedures vrijgelaten uit de detentieruimte van het Informatiebureau van Yazd. Deze Bahai-burgers hadden eerder ook arrestatie- en veroordelingsantecedenten.
Hiva Yazdanmehdiabad (Bahafreh) werd in Azar 1396 gearresteerd door veiligheidsmedewerkers wegens “muziekles geven aan kinderen” en overgebracht naar de gevangenis van Yazd. Zij werd op 4 Dey datzelfde jaar na betaling van een borgsom uit de gevangenis vrijgelaten.
Volgens Hrana had een ingevoerde bron zich uitgelaten over de eerdere veroordeling van deze burgers: “Mevrouw Bandi Amirabad en mevrouw Yazdanmehdiabad waren eerder samen gearresteerd en uiteindelijk door het gerechtshof tot voorwaardelijke gevangenisstraf veroordeeld. De duur van deze veroordeling eindigde enige tijd geleden.”
Bron: DW




