Vertrouwenscrisis; een crisis die niet met corona is begonnen

Tegenstrijdige coronacijfers, het gebrek aan evenredigheid tussen het aantal sterfgevallen en het aantal besmettingen, en het hoge percentage genezen personen in vergelijking met de rest van de wereld zijn enkele factoren die ertoe hebben geleid dat het vertrouwen in andere aanbevelingen en richtlijnen van de regering in Iran is afgenomen.
Volgens de meest recente officiële statistieken die door Iraanse autoriteiten zijn bekendgemaakt, zijn tot nu toe 1.501 gevallen van corona in Iran geregistreerd en zijn 66 mensen overleden aan de ziekte COVID-19.
Ali Rabiee, adjunct-president van Iran, zegt dat “alles onder controle is”. Maar blijkbaar is datgene wat niet onder controle is, het wantrouwen van het publiek in de statistieken en cijfers en zelfs in de maatregelen van de regering.
Men is bijvoorbeeld gevraagd om thuis te blijven en onnodige reizen te vermijden, scholen en universiteiten zijn om dezelfde reden gesloten. Desondanks zijn er berichten uit Iran van grote aantallen mensen die naar de noordelijke provincies van Iran reizen; juist gebieden waar men met de coronacrisis wordt geconfronteerd.
Medische functionarissen stellen voortdurend dat het niet nodig is dat gezonde personen maskers dragen en dat het gebruik ervan voor zieke personen en om virusverspreiding te voorkomen essentieel is. Desondanks zijn maskers in bijna heel Iran schaars geworden.
Of het is herhaaldelijk gezegd dat het correct en goed wassen van handen met water en zeep voldoende is, maar desondanks zijn alcohol en desinfecterende middelen schaars geworden.
Waar komt het wantrouwen vandaan?
Allereerst heeft de hoge sterftecijfers in Iran vergeleken met andere delen van de wereld het vermoeden versterkt dat het werkelijke aantal besmettingen hoger moet zijn dan wat de Iraanse regering heeft aangekondigd.
Terwijl de sterftecijfers door corona wereldwijd tussen twee en twee en een half procent liggen, is dit cijfer in Iran volgens officiële statistieken hoger dan vijf procent; het hoogste sterftecijfer na China.
Dit schrikbarende verschil wijst volgens veel deskundigen eerder op onjuiste regeringscijfers dan op het gebrek aan medische faciliteiten in Iran.
Het aantal geneesde personen is ook een ander donker punt dat de Iraanse statistieken ter discussie stelt. Vandaag, op het laatste moment van het opstellen van dit verslag, kondigde de Iraanse gezondheidsminister aan dat van de 950 geïdentificeerde patiënten 175 personen zijn genezen. Dit betekent dat meer dan 18 procent van de besmette personen genezen.
Dit terwijl bijvoorbeeld in Zuid-Korea het percentage genezen personen slechts 0,69 procent is en in Italië 4,8 procent. (1)
Op basis van deze gegevens en volgens onderzoek van Canadese wetenschappers zou het aantal personen dat met het coronavirus is besmet in Iran ongeveer 18.000 moeten zijn.
Het Duitse televisiestation ZDF schreef in een bericht over hoe tegenstrijdige coronacijfers het publieke vertrouwen in Iran hebben ondermijnd, met verwijzing naar een arts die anoniem wil blijven, dat arts in ziekenhuizen door de Iraanse Revolutionaire Garde wordt gewaarschuwd bij in- en uitgang om stilzwijgend over hun werk en de statistieken van coronapatiënten te zwijgen.
Het bericht vermeldt ook andere artsen die gedwongen zijn de doodsoorzaak als iets anders dan corona in te vullen.
Een DW-gebruiker uit Gilaan zei ook dat in hun kleine stad twee personen kennelijk aan “griep” zijn gestorven, maar de doodsoorzaak wordt niet aangekondigd, hoewel hun families in quarantaine zijn.
Abbas Abdi, sociaal onderzoeker, vermeldde in een artikel op zijn Telegram-kanaal verschillende redenen die naar zijn mening reden zijn voor het wantrouwen van de bevolking ten aanzien van de regering over de kwestie corona.
Hij wijst op de late aankondiging van de ziekte als eerste reden, die eigenlijk niet werd gedaan totdat twee patiënten stierven. Hij schreef vervolgens: “Hoe kun je verwachten dat met een maand vertraging in het bericht van de ziekte; en dan de aankondiging van de president dat de omstandigheden zaterdag normaal worden; en vóór zaterdag, de aankondiging dat deze week het hoogtepunt van de crisis is; en twee dagen na dit bericht, de aankondiging dat het hoogtepunt van de crisis volgende week is en zeker dit hoogtepunt zal ook vertraagd zijn, hoe kunnen mensen onder deze omstandigheden uw plan vertrouwen en ermee samenwerken?”
De vertrouwenscrisis en de gevolgen ervan
Saeed Paivandi, socioloog en woonachtig in Parijs, is van mening dat de relatie tussen regering en volk in Iran is beschadigd en dat deze beschadiging zich in crisissituaties nog duidelijker en duidelijker manifesteert.
Over de gevolgen van deze beschadigde relatie zegt hij tegen Deutsche Welle: “Het belangrijkste gevolg van dit gebrek aan vertrouwen tussen regering en samenleving is dat we geen doeltreffend beleid met betrekking tot de ontstane crisis kunnen voeren, omdat de samenleving door dit gebrek aan vertrouwen deze informatie negeert of deze niet nauwkeurig en duidelijk kent en dit is een groot probleem voor elk land.”
Saeed Paivandi zegt dat in landen die met de coronacrisis worden geconfronteerd, er een soort “vertrouwen in het gezondheidsstelsel en de manier waarop de regering de crisis beheerst” bestaat, wat ertoe leidt dat het publiek de beslissingen van de regering gemakkelijker aanneemt en uitvoert en om deze reden is het bestrijden van de crisis gemakkelijker.
In Iran leidt het gebrek aan vertrouwen tussen regering en volk volgens Saeed Paivandi tot de “uitdaging van crisissbestrijding”.
De rol van tussenorganisaties
Wanneer de kloof tussen regering en volk groeit, kunnen tussenorganisaties zoals ngo’s of pers tot op zekere hoogte deze leemte opvullen. Saeed Paivandi beschouwt de rol van deze organisaties als “geruststelling of voortzetting of verificatie van regeringsbeleid” en gelooft dat met de onderdrukking van deze organisaties door de Iraanse regering in recente jaren, de samenleving zich weerloze tegen crises heeft gemaakt.
Hij zegt: “In de afgelopen jaren hebben we in Iran met een doelbewuste onderdrukking van non-gouvernementele organisaties te maken gehad en dit heeft Iran weerloze gemaakt tegen dergelijke gebeurtenissen, dat wil zeggen, niet alleen dat er geen effectieve en aanvaarde regering is om dergelijke gebeurtenissen te bestrijden, maar ook die tussenorganisaties die een positieve rol hadden kunnen spelen, hoewel niet in de mate van de regering en die zouden kunnen deelnemen aan het ontstaan en herstel van dit vertrouwen, helaas bestaan deze ook niet.”
Saeed Paivandi gelooft dat “de vertrouwenscrisis niet met het coronavirus is begonnen”. Hij wijst op overstromingen en aardbevingen in recente jaren die Iran telkens met dezelfde crisis hebben geconfronteerd.
Maar deze keer is het verschil dat “deze keer, vanwege de omvang van deze ramp die voor het eerst op nationaal niveau plaatsvindt en waarvan de dimensies onbekend zijn, de afwezigheid van dit wantrouwen meer prominent, duidelijker en met groter duidelijkheid wordt getoond en ook de diepe kloof die de Iraanse samenleving van binnenuit uit elkaar scheurt”.
Bron: DW




