Waarschuwing Iraanse mensenrechtenorganisatie voor mogelijke executie van twee ‘minderjarige misdadigers’

De Iraanse mensenrechtenorganisatie, gevestigd in Noorwegen, waarschuwde woensdag 14 Ordibehesht (4 mei) voor de mogelijke executie van een ‘minderjarige misdadiger’ in de gevangenis van Sepiddar in Ahwaz.
De verdachte is geïdentificeerd als ‘Sassan M.’ en volgens dit bericht werd hij op 17-jarige leeftijd gearresteerd en ter dood veroordeeld wegens moord onder het stelsel van qisas (wraak).
Volgens de Iraanse mensenrechtenorganisatie, zoals gerapporteerd door het nieuwsagentschap Rokna, pleegde deze minderjarige de moord toen hij 17 jaar oud was tijdens een voetbalwedstrijd en een ruzie.
Sassan M. zit al vier jaar vast en volgens dit bericht eisen de familieleden van het slachtoffer een schadevergoeding van 500 miljoen Iraanse toman voor het kwijtschelden van deze minderjarige misdadiger. De familie van de verdachte is echter niet in staat dit bedrag op te brengen.
De Iraanse mensenrechtenorganisatie waarschuwde ook dinsdag 13 Ordibehesht voor het onmiddellijke executiegevaar van een ander minderjarig misdadiger in de gevangenis van Shiraz.
Deze gevangene heet Hamidrezza Azdari en werd ook op 17-jarige leeftijd gearresteerd wegens moord en ter dood veroordeeld.
Volgens dit mensenrechtenorgaan tonen officiële identiteitsdocumenten aan dat Hamidrezza Azdari ouder dan 18 jaar was op het moment van de moord. Het geboortebewijsbewijs echter behoort toe aan het eerste kind van de familie, dat twee jaar eerder was geboren en gestorven was. De ouders van Hamidrezza Azdari gebruikten vervolgens het geboortebewijs van hun eerste kind voor hem.
De Iraanse mensenrechtenorganisatie heeft verklaard dat alle documenten veilig zijn opgeslagen bij de organisatie en waar nodig ter beschikking kunnen worden gesteld aan internationale organen.
De executie van ‘minderjarige misdadigers’ in Iran is de afgelopen jaren onder zware kritiek van de internationale gemeenschap komen te staan en vormt steeds een belangrijk onderdeel van de rapporten van Javaid Rehman, de speciale rapporteur van de Verenigde Naties voor mensenrechten in Iran.
De Islamitische Republiek Iran is een van de weinige landen die de doodstraf op minderjarigen toepast.
Een ‘minderjarige misdadiger’ wordt volgens internationale wetgeving omschreven als personen die jonger zijn dan 18 jaar op het moment van het misdrijf. Volgens het Verdrag inzake de Rechten van het Kind mogen dergelijke ernstige straffen als executie niet op hen worden toegepast.
Iraanse autoriteiten rechtvaardigen executies van minderjarigen onder 18 jaar door een beroep te doen op de islamitische wet, waarbij de wettelijke verantwoordingsleeftijd voor meisjes 9 jaar en voor jongens 15 jaar is.
Desondanks is de Islamitische Republiek Iran sinds 1993 lid van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind en verplicht deze bepalingen na te leven.
Volgens het jaarlijkse rapport van de Iraanse mensenrechtenorganisatie voerde de Islamitische Republiek in 2021 minstens twee ‘minderjarige misdadigers’ ter dood.
In de jaarlijkse statistieken van executies in 2020 wereldwijd werd de Islamitische Republiek Iran aangewezen als het enige land waar verdachten onder de 18 jaar zijn geëxecuteerd. Volgens Amnesty International wachten momenteel tientallen minderjarige misdadigers in Iraanse gevangenissen onder de zware schaduw van de doodstraf.
De meesten van deze personen zijn veroordeeld wegens moord en onder het stelsel van ‘qisas’. Iraanse autoriteiten stellen op basis van de islamitische strafwet de beslissing over executies in handen van de familie van het slachtoffer (de wettelijke erfgenamen). Dit staat echter in strijd met internationale rechtsnormen, aldus juristen en mensenrechtenactivisten, die stellen dat dergelijke beslissingen het prerogatief van de gerechtelijke instanties dienen te zijn.
Bron: Voice of America



