Wanneer «Ali Khamenei» meer bang is voor vrouwenstemmen dan voor armoede en onveiligheid

De fatwa van Ali Khamenei over vrouwenstemmen in muziek toont aan dat hij meer bang is voor vrouwenstemmen dan voor armoede en onveiligheid in het land.
Ali Khamenei heeft met het uitvaardigen van een nieuwe fatwa verklaard dat het luisteren naar nummers die met vrouwenstemmen worden uitgevoerd, zelfs als deze stem door kunstmatige intelligenties is gegenereerd, voor mannen «verboden» is; onder de voorwaarde dat deze de eigenschap «muzikaal» hebben. Deze fatwa weerspiegelt het traditionele beleid van de Islamitische Republiek, dat verder gaat dan kunst en verstrengeld is met de onderdrukking van culturele en sociale vrijheden.
In de tekst van deze fatwa staat: «In gevallen van verbod bestaat er geen verschil tussen of de bron van deze stemproductie een natuurlijk persoon of kunstmatige intelligentie is.»
Dit standpunt toont een benadering aan die sinds het ontstaan van de Islamitische Republiek is gevolgd ten aanzien van muziek en kunst; een streng, traditioneel en controlererend beleid tegen elke vorm van culturele vrijheid, zelfs wanneer nieuwe technologieën het toneel betreden.
Na de revolutie van 1357 heeft de Iraanse regering herhaaldelijk geprobeerd ernstige beperkingen op muziek en zang op te leggen, vooral voor vrouwen. Nu, met het verschijnen van nieuwe technologieën, waaronder de productie van kunstmatige stemmen door kunstmatige intelligentie, handhaaft Ali Khamenei dezelfde rode lijnen en benadrukt hij dat er geen verschil bestaat tussen «echte stemmen» en «gemechaniseerde stemmen».
Deze fatwa weerspiegelt niet alleen de traditionele kijk van de regering op kunst, maar toont ook de diepe bezorgdheid van de Islamitische Republiek over culturele en sociale veranderingen als gevolg van nieuwe technologieën; een bezorgdheid die vooral gericht is op het onderwerp «geslacht en muziek».
Het uitvaardigen van dergelijke fatwa’s vindt plaats in omstandigheden waarbij de Iraanse samenleving wordt geconfronteerd met een reeks ernstige crises. Wilde inflatie, werkloosheid, onveiligheid, onderdrukking van vrijheid van meningsuiting, vrijheid van gedachte en wijdverspreide economische problemen hebben het leven van miljoenen Iraniërs moeilijk gemaakt. In zo’n klimaat toont de nadruk van de regering op «het verboden zijn van vrouwenstemmen» of zelfs «de door kunstmatige intelligentie geproduceerde vrouwenstem» hoe groot de kloof is tussen de zorgen van het volk en de prioriteiten van de regering.
De werkelijkheid is dat Irans problemen verder gaan dan alleen het horen of niet horen van vrouwenstemmen. Het hedendaagse Iran heeft meer dan wat dan ook behoefte aan antwoorden op economische, sociale en veiligheidskrises, niet aan fatwa’s die culturele vrijheden alleen maar verder beperken.




