Het Internationaal Gerechtshof in Den Haag bepaalde woensdag dat de unilaterale sancties van de Verenigde Staten tegen Iran geen negatieve invloed mogen hebben op de handel in essentiële goederen zoals medicijnen en medische apparatuur, landbouwproducten en voedingsmiddelen of de veiligheid van passagiersvluchten.
Iran diende een klacht in bij het Gerechtshof in Den Haag tegen Amerika op basis van het Vriendschapsverdrag dat op 14 september 1955 in Teheran tussen de Verenigde Staten en de regering van het Iraanse Shahdom werd ondertekend, en vroeg om opheffing van de sancties.
Maar na de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof kondigde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken aan dat het land zich uit het Vriendschapsverdrag met Iran terugtrekt.
Volgens Mike Pompeo “heeft Iran het Vriendschapsverdrag als een instrument gebruikt om Amerika aan te vallen” en was de klacht eigenlijk “zonder grond”.
Meneer Pompeo noemde vervolgens de beslissing van woensdag van het Gerechtshof in het voordeel van Teheran “ongeloofwaardig” en zei: “Gezien de geschiedenis van Iran op het gebied van ondersteuning van terrorisme, ballistische raketactiviteiten en andere schadelijke activiteiten, is het beroep van dit land op het Vriendschapsverdrag belachelijk”.
Hij voegde eraan toe: “We zijn teleurgesteld dat het Gerechtshof niet heeft kunnen beslissen dat het geen bevoegdheid heeft over de Amerikaanse sancties, omdat de maatregelen van Amerika tegen Iran gericht zijn op het behoud van zijn vitale veiligheidsbelangen”.
Deze verklaringen leidden tot een reactie van de woordvoerder van het Iraanse Ministerie van Buitenlandse Zaken, die zei: “Meneer Pompeo wordt aanbevolen in plaats van zijn spijt uit te drukken over de uitspraak van het Gerechtshof in Den Haag, spijt te hebben van de onredelijke gedragingen van de Amerikaanse regering jegens het Iraanse volk en de onrechtvaardig opgelegde sancties ertegen”.
Bahram Qasemi vervolgde: “Het lijkt erop dat de Amerikanen erg boos zijn dat het Gerechtshof zijn bevoegdheid heeft vastgesteld en een voorlopige maatregel tegen de unilaterale sancties van dit land tegen Iran heeft uitgevaardigd. De Amerikanen hebben in dit kader twee zaken op het oog. Sommigen van hen zeggen dat het Internationaal Gerechtshof geen bevoegdheid had om deze zaak en klacht te onderzoeken, en anderen proberen de winsten voor Iran te minimaliseren”.
De opmerking van meneer Qasemi zou kunnen verwijzen naar de verklaring van Pete Hoekstra, de Amerikaanse ambassadeur in Nederland, die de uitspraak van het Gerechtshof in Den Haag afkeurde en zei dat het Gerechtshof in zijn uitspraak niet bereid was Irans verzoek tot opheffing van alle sancties goed te keuren en dat de uitspraak slechts zeer beperkte zaken omvat.
Mike Pompeo beschreef ook de uitspraak van het Gerechtshof als “een nederlaag voor Iran” en zei dat “dit Gerechtshof in feite alle ongegronde verzoeken van Iran heeft afgewezen”.
Hij stelde dat Amerika zal proberen humanitaire hulp aan het Iraanse volk te verlenen.