Zarif verdedigt positie regering op Kaspisch Zee-conferentie: “Wij zagen het grootste voordeel voor Iran”

In een hernieuwde verdediging van de positie en maatregelen van de regering van Hassan Rohani met betrekking tot het juridische regime van de Kaspische Zee stelt Mohammad Javad Zarif, minister van Buitenlandse Zaken, dat in het nieuwe verdrag “geen grensbepalingen hebben plaatsgevonden” en dat beide veronderstelling van 50 procent of 11 procent van de Kaspische Zee voor Iran “onjuist”, “ongegrond” en “illusoir” zijn.
Minister Zarif verdedigde zich woensdagavond in een speciaal nieuwsgesprek op het tweede kanaal van Iraanse televisie voor de aanwezigheid van Teheran op de bijeenkomst in Aktau in Kazachstan en de ondertekening van het verdrag over het juridische regime van de Kaspische Zee.
Na de speculatie en verslagen die na de Kaspische Zee-conferentie over Irans aandeel in deze zee naar voren kwamen, wezen Hassan Rohani, Mohammad Javad Zarif en Mahmoud Vaezi, chef van het presidentiële bureau, woensdag ook de stelling af dat Iran nadeel zou ondervinden onder de vijf landen aan de Kaspische Zee.
De leiders van de vijf kuststaten van de Kaspische Zee ondertekenden afgelopen zondag het verdrag over het juridische regime van de Kaspische Zee in de stad Aktau in Kazachstan. In dit verdrag is geen verwijzing gemaakt naar het aandeel van landen in de Kaspische Zee, en de oplossing van deze geschillen werd uitgesteld tot de toekomst.
Desalniettemin ontstond onmiddellijk na deze conferentie, vooral op sociale media, de speculatie dat Iran zich heeft onderworpen aan een aandeel dat kleiner is dan zijn rechtmatige deel.
Mohammad Javad Zarif reageerde woensdagavond opnieuw op deze speculaties op Iraanse televisie en zei: “Dit verdrag wordt al 21 jaar lang onderhandeld” en “de onderhandelingen over dit verdrag vonden plaats onder de beste omstandigheden voor Iran, toen de sancties waren opgeheven en de publieke opinie over Iran positief was.”
Volgens Irans minister van Buitenlandse Zaken bewaart het juridische regime-verdrag van de Kaspische Zee “niet alleen onze territoriale integriteit, maar bevordert het ook onze vriendschappelijke en intieme betrekkingen met onze noordelijke buren en zal het zich verder ontwikkelen”.
De Iraanse minister van Buitenlandse Zaken voegde, in tegenstelling tot de meeste uitspraken op dit gebied, vooral op sociale media, toe dat de regering in dit verdrag “het grootste voordeel” voor Irans nationale belangen en doelstellingen ziet.
Hij beschouwde beide speculaties over Irans aandeel van 50 procent en 11 procent als “illusoir” en “ongegrond” en zei dat “noch 50 procent noch 11 procent een basis heeft, wat gebaseerd is op een illusoire opvatting die de voormalige Sovjet-Unie Iran wilde opleggen en die nooit vorm heeft gekregen en niet zal krijgen”.
In reactie op speculaties dat “Iran tekortschiet” op zijn aandeel voegde hij toe dat in dit verdrag “geen grensbepalingen hebben plaatsgevonden” en dat voor toekomstige onderhandelingen “een voorbereiding is gedaan zodat, God willende, de basislijn met de nationale belangen van het land wordt behouden en getrokken”.
Over de verdeling van de vijf landen in de Kaspische Zee zei hij ook dat er tussen Iran, Turkmenistan en Azerbeidzjan “geen verdeling van onderzeese bronnen of gebieden heeft plaatsgevonden waarbij elk land exclusief onderzeese bronnen kan gebruiken”.
Zarif benadrukte: “We hebben geen overeenstemming bereikt over de basislijn, als iemand over bepaling van het aandeel spreekt, heeft Iran geen bepaling van niveau voor zichzelf bereikt. Er is alleen een overeenstemming tussen Rusland en Kazachstan over de onderzeebodems, wat van 20 jaar geleden is.”
De Iraanse minister van Buitenlandse Zaken stelde vast dat onderhandelingen over de bepaling van de basislijn in drie of vier maanden zullen beginnen en voegde toe: “Het parlement heeft de gelegenheid dit verdrag te onderzoeken want het is niet bindend totdat het de juridische stadia heeft doorlopen.”
Na de ondertekening van het verdrag en vooral na een interview van BBC Farsi met Rejeb Safrayev als “een van de Russische experts die deelnam aan de onderhandelingen over het juridische regime van de Kaspische Zee”, werd dit gespeculeer aangestoken dat Iran zijn aandeel van 50 procent heeft opgegeven en zelf 20 procent per land heeft voorgesteld, een speculatie die het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken afwees en als “ongegrond” noemde.
Mahmoud Vaezi, chef van Rohanis bureau, zei ook dat “er nooit discussie is geweest over Ruslands aandeel van 50 procent in de Kaspische Zee” en “buitenlandse media hebben uitspraken gedaan die helaas ook enig effect in het binnenland hebben gehad”.
Hassan Rohani zei ook in een kabinetsbijeenkomst dat “Rusland, dat ooit het grootste gedeelte van de Kaspische Zee als van zichzelf beschouwde, nu tevreden is met een aandeel van 17 procent van deze zee.”
Iran benadrukt al jaren een gelijke verdeling van de Kaspische Zee, maar desondanks hebben Rusland en andere landen voordat het verdrag werd ondertekend al bilaterale overeenkomsten voor de verdeling van dit meer ondertekend.
Voor de ineenstorting van de Sovjet-Unie was het aandeel van Iran en de Sovjet-Unie in de Kaspische Zee elk 50 procent, maar na de verdeling van dit land in zijn satellieten bereikt de kust van deze zee in feite vijf landen.
Bron: Radio Farda




