Hoe vindt een revolutie plaats?

Dr. Neil Smelser – professor hedendaagse sociologie en beroemde Amerikaanse onderzoeker – presenteerde in zijn boek “Theorie van Collectief Gedrag” een theorie over revoluties die tegenwoordig wordt beschouwd als het meest gezaghebbende wereldwijde perspectief op revoluties. Dr. Smelsers theorie wordt onderwezen aan toonaangevende universiteiten in de wereld. Dr. Smelser stelt dat een revolutie de meest intense vorm van maatschappelijke verandering in een samenleving is.
Dr. Neil Smelser gebruikte het concept van toegevoegde waarde om te beschrijven hoe collectief gedrag ontstaat.
Hij gelooft dat wanneer zes maatschappelijke elementen samen worden gebracht, louter door hun samenvoeging een vorm van collectief gedrag aan die samenleving wordt toegevoegd; in dit verband kan worden verwezen naar de combinatie van lucht, benzine en een vonk die een explosie veroorzaakt.
Revolutie is een van die vormen van collectief gedrag die het gevolg is van de samenvoeging van deze zes maatschappelijke elementen; maar volgens Dr. Neil Smelser zijn deze zes maatschappelijke elementen als volgt:
- Structurele voorwaarden voor een maatschappelijke reactie: Dit betekent dat de structuur van een samenleving zodanig moet zijn dat er ruimte is voor protest. Dit kan bijvoorbeeld verwijzen naar rassendiscriminatie, geslachtsdiscriminatie, overdreven klassentegenstellingen of elk ander belangrijk probleem in de samenleving dat aanleiding geeft tot maatschappelijke reactie.
- Structurele druk: Er moet druk op de samenleving bestaan die voortvloeit uit de structuur van het maatschappelijk systeem. Met andere woorden, het bestaan van discriminatie en klassentegenstellingen is onvoldoende; discriminatie en tegenstellingen moeten druk op mensen uitoefenen. Dit kan bijvoorbeeld armoede, buitensporige inflatie, werkloosheid, onrechtvaardigheid en overheidskorruptie zijn, zodat mensen deze druk in hun dagelijks leven voelen; en de samenleving beseft dat de heersers ofwel niet in staat zijn ofwel niet bereid zijn passende maatregelen te nemen om dit te verbeteren.
- Algemeen aanvaard geloof, een publiek geloof: Mensen moeten weten waar het probleem ligt en wat de oplossing is! Bijvoorbeeld: het probleem is de koppige vasthoudendheid van heersers aan kernenergie, wat het land in armoede heeft gestort. De oplossing hiervan is voor iedereen duidelijk en evident. Of bijvoorbeeld het probleem van religieuze wetten die gepaard gaan met dwang, slagen en gevangenisstraf, waarvan de oplossing ook duidelijk en evident is. Mensen moeten in deze druk geloven en beschouwen de oorzaken van deze druk als voortvloeiend uit het maatschappelijk systeem van de heersers. En de grote massa van het volk moet wederzijds begrip hebben om deze oorzaken opzij te zetten. Tegenwoordig in Iran zijn deze factoren intens tot dit punt samengekomen.
- Versnellende factoren: Bepaalde gebeurtenissen moeten plaatsvinden die als katalysator fungeren en de elementen die samen zijn gekomen, doen ontvlammen. In de Arabische Opstand in Tunesië in 2010-2011 zorgde een jonge straatverkoper voor het opstaan van het volk, en het gevolg van deze opstand was een verandering van regering in Tunesië. In feite waren alle elementen aanwezig en deze jammerlijke zelfverbranding was de explosieve vonk voor het Tunesische volk. Tegenwoordig in Iran is ook de jammerlijke dood van de jonge vrouw Mahsa Amini de explosieve vonk voor het volk geweest.
- Mobilisatie voor actie: Dit betekent dat het volk wordt voorbereid op activiteit, wordt georganiseerd en protesten aanwakkert. Tegenwoordig vindt informatieverspreiding via het internet zeer snel plaats en in Iran organiseert elk beroepsgroep zich eigenstandig voor activiteiten. Bijvoorbeeld, zij kondigen aan dat de vakbond van leraren, universiteitsprofessoren, vrachtwagenchauffeurs of bazaarhandelaren zijn gaan staken. Dit betekent dat elke beroepsgroep zich organiseert voor zijn eigen rechten en besluit tot collectief protest over te gaan.
- Operatie of falen van sociale controle: Dit verwijst naar de reactie van de heersers. Hoe heersers tegen het volk optreden om te voorkomen dat een beweging of revolutie plaatsvindt. Dit hangt natuurlijk af van het gedrag van de heersers.
In dit stadium geven democratische regeringen zich gewonnen ten opzichte van het volk of voeren hervormingen door en vervangen verantwoordelijke personen; zij schadevergoeding uit en uiteindelijk sterven de protesten uit.
Maar dictatoriële regeringen denken in dit stadium eraan om het volk de kop in te drukken. Natuurlijk, zelfs als regeringen erin slagen hun volkeren neer te slaan, moeten we beseffen dat al deze factoren in de samenleving blijven bestaan en onderdrukking en brutaalheid zullen aan deze fasen worden toegevoegd. Ook wordt gewacht op de volgende vonk die veel moeilijker en groter zal zijn. Met andere woorden, door maatschappelijke en burgerlijke problemen de kop in te drukken, blijven ze slechts voor enige tijd zwijgzaam en wordt voorbereid op volgende fasen. In het tweede geval slagen heersers niet erin de protesten van het volk te doven en na enige tijd worden de onderdrukkinsgskrachten moe en wanhopig en daardoor kwetsbaar en ontstaan er verdeeldheid en onenigheid in hun gelederen; want het is een feit dat onderdrukkingskrachten uit het volk zelf bestaan en aan de andere kant onder druk staan van publieke opinie. De ineenstorting van onderdrukkingskrachten leidt tot verlies van controle door de heersers en veroorzaakt een plotselinge transformatie van het maatschappelijk systeem en leidt uiteindelijk tot de overwinning van de revolutie.
Met hoop op de overwinning van het Iraanse volk
Analytisch artikel geschreven door: Pastoor Yohanna Maru




