Drieënvijftigste zitting in zaak Hamid Nouri; Getuige: ‘Op mijn dertiende huilde ik elke dag in de gevangenis’

Een nieuwe buitengewone zitting van de rechtszaak tegen Hamid Nouri, die beschuldigd wordt van oorlogsmisdaden en medeplichtigheid aan de massaslachting van politieke gevangenen in de zomer van 1988, vond woensdag 15 december 2021 plaats in Stockholm, Zweden, en stond in het teken van de getuigenis van Manouchehr Eshaqi. Vanwege de verlengde verdedigingszittingen van Hamid Nouri werd de getuigenis van Manouchehr Eshaqi uitgesteld van 2 december naar de buitengewone zitting van vandaag.
Manouchehr Eshaqi werd op 17 juli 1981 gearresteerd, precies twintig dagen voordat hij veertien zou worden, omdat hij aanhanger van de organisatie Mojahedin-e Khalq was. Hij werd onmiddellijk na aankomst gemarteld en in eenzame opsluiting geplaatst. De getuige zei dat het daar niet leek op de eenzame opsluiting waar Hamid Nouri hem had gezet, en dat ‘deze cel in vergelijking daarmee een vijfsterrenhotel is.’
Deze vergelijking leidde tot bezwaar van de rechter. Hij vroeg de getuige niet te vergelijken.
Manouchehr Eshaqi legde vervolgens uit dat hij drie dagen na zijn arrestatie samen met acht anderen voor een rechtbank verscheen, onder voorzitterschap van Gilani en Lajevardi, die respectievelijk de religieuze rechter en officier van justitie waren. Eshaqi was getuige van de terechtstelling en dood van die acht personen en anderen die met minibussen naar achter de muren van Evin waren vervoerd.
Manouchehr Eshaqi zei dat men hem in een kamer had gezet waar onder hem anderen waren gemarteld. Daarom was Manouchehr Eshaqi voortdurend getuige van schreeuwen, huilen en foltering van anderen. Manouchehr Eshaqi werd later naar een zaal overgebracht waar ongeveer negentig gevangenen van dertien tot zestien jaar oud werden vastgehouden. Na dertien maanden werd hij in een rechtbank vrijgesteld vanwege zijn ‘jonge leeftijd’ en veroordeeld tot tien jaar gevangenis.
Manouchehr Eshaqi werd in 1986 naar de gevangenis van Gohardasht overgebracht. Hij zei dat hij Hamid Abbasi meerdere keren in de gevangenissen van Gohardasht en Evin had gezien. Hij voegde eraan toe dat hij na de terechtstelling door Hamid Nouri voor meer dan twee maanden naar eenzame opsluiting was gestuurd en herhaaldelijk door bewakers en gardisten met terechtstelling was bedreigd. Hij zei: ‘Ik was geen held of zoiets. Ik was een dertienjarige jongeman die elke dag huilde.’
De getuige bevestigde het bestaan van een ’tunnel van de dood’ en gaskamer in de gevangenis en legde getuigenis af dat hij door het schrijven van een afkeuringserklaring tegen de organisatie Mojahedin-e Khalq en het geven van toezeggingen aan terechtstelling ontsnapte. Manouchehr Eshaqi legde getuigenis af dat Naserian, na de terechtstellingen, terwijl Hamid Nouri naast hem stond, tegen de gevangenen die aan terechtstelling waren ontsnapt zei dat als het van hem afhing, hij de rest ook zou terechtstellen.
Manouchehr Eshaqi werd eind februari of begin maart naar de gevangenis van Evin overgebracht. Eshaqi werd opnieuw door het schrijven van een afkeuringserklaring tegen de organisatie Mojahedin-e Khalq ‘op theatrale wijze’ vrijgelaten en twee of drie dagen later teruggebracht naar de gevangenis van Evin. Manouchehr Eshaqi werd in 1991 uit de gevangenis van Evin vrijgelaten.
Manouchehr Eshaqi zei dat zij vóór hun vrijlating naar het kantoor van de officier van justitie Hamid Nouri werden gebracht. Daar bedreigde een man die zichzelf ‘Zamani’ noemde en zich voordeed als functionaris van het Ministerie van Inlichtingen hen en zei dat als zij contact zouden onderhouden met ‘groeperingen’ of politieke activiteiten zouden ondernemen, deze keer zelfs hun lijken niet door hun familie zouden worden gevonden.
Manouchehr Eshaqi lijdt aan ‘post-traumatisch stresssyndroom’ en is vier jaar onder behandeling van het Rode Kruis-comité voor foltering geweest. In 2009 participeerde hij ook als getuige in onderzoeken van de Abdulrahman Boroumand Foundation in Frankrijk.
De rechter vroeg de getuige aan het einde van de zitting van vandaag – net als andere getuigen – of hij compensatie voor zijn deelname aan de rechtszaak of voor geleden schade wilde. De getuige antwoordde: ‘Ik verwacht helemaal niets. Ik had mijn leven verloren. Ik was blij dat ik hier kon zijn en getuigenis kon afleggen.’
Het zij opgemerkt dat twee broers van de getuige – Mohsen en Mehdi – ook met hem in de jaren zestig gevangen zaten en eerder als getuigen in de rechtszaak Hamid Nouri hebben getuigd. Twee ooms van de getuige zijn ook in de jaren zestig en zeventig geëxecuteerd.
De volgende zitting van de rechtszaak vindt donderdag 16 december plaats met de getuigenis van Mehrzad Dashtbani in de rechtbank in Stockholm.
Bron: Voice of America




