Getuige in rechtszaak Hamid Nouri; foutieve executie van één persoon en aanwezigheid Ibrahim Raisi in “Commissie van de Dood”

De achtendertigste zitting van de rechtszaak tegen Hamid Nouri, voormalig griffier van de gevangenis Gohardasht in Karaj en één van de verdachten in de massale executies van Iraanse politieke gevangenen in 1988 in de stad Durrës in Albanië, heeft plaatsgevonden. In deze zitting getuigde Akbar Samadi.
In de stad Durrës in Albanië vond de achtendertigste zitting van het gerechtshof plaats dat de beschuldigingen tegen Hamid Nouri, voormalig griffier van de gevangenis Gohardasht in Karaj en één van de verdachten in de massale executies van politieke gevangenen in Iran, in behandeling heeft. De zitting was op maandag 15 november. Deze was de vierde zitting van het gerechtshof in Albanië en was gericht op het horen van de getuigenis van Akbar Samadi, voormalig politieke gevangene en lid van de “Organisatie van de Volksmoejahedeen”, als eisende partij en getuige. Hij behoort tot zeven getuigen voor wie het gerechtshof naar Albanië is gekomen om hun getuigenis aan te horen.
Akbar Samadi werd in 1981 gearresteerd op veertienjarige leeftijd en veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf op beschuldiging van steun aan de “Organisatie van de Volksmoejahedeen”. Hij heeft zijn strafperiode doorgebracht in gevangenissen zoals Gohardasht en Qezelhesar.
Samadi zei met betrekking tot de executies in de zomer van 1988 dat hij Davoud Lashkari in de gevangenis Gohardasht zag samen met enkele Revolutionaire Gardisten, die “Farghuni met de galg” vervoerden.
Een ander getuige in eerdere zittingen van dit gerechtshof noemde ook “Naseriaan, Davoud Lashkari en Hamid Abbasi” als personen die betrokken waren bij marteling en mishandeling van gevangenen.
Volgens Samadi begonnen deze executies in de gevangenis Evin vanaf 27 juli en in de gevangenis Gohardasht vanaf 30 juli.
Samadi voegde eraan toe: “Ik heb de namen van 177 personen die alleen in Gohardasht werden geëxecuteerd bij me. Mijn lijst bevat echter 377 personen, waarvan sommigen in de gevangenis Evin en anderen in de steden Gorgan en de provincie Khuzestan werden geëxecuteerd.”
“Nouri voerde één persoon ten onrechte ter dood”
De eisende partij en getuige in deze zaak zei ook met betrekking tot de verdachte in dit gerechtshof dat Hamid Nouri één persoon “ten onrechte” ter dood bracht wegens gelijkenis van namen met iemand anders.
Deze voormalige politieke gevangene zei dat op 30 juli laat in de avond Hamid Abbasi (Nouri) kwam en de namen van 14 personen noemde; toen hij de naam Morteza Yazdi noemde, reageerde niemand. Hij herhaalde het een aantal keren, maar nog steeds reageerde niemand.
Samadi zei dat Nouri één persoon foutief meenam ter executie en Morteza Yazdi in plaats van Seyyed Morteza Yazdi ter dood bracht. Samadi voegde eraan toe: “Ik was in Qezelhesar celgenoot van Seyyed Morteza Yazdi, maar Morteza Yazdi was een ander persoon en Nouri bracht vanwege deze fout en onnauwkeurigheid een ander persoon ter dood.”
Deze getuige sprak over de gebeurtenissen in de gevangenis Qezelhesar in Karaj, zeggende dat sommige gevangenen door marteling hun psychische evenwicht hadden verloren en de Iraanse regering had besloten om via executies “de gevangenis schoon te maken”.
Samadi zei dat Nouri gevangenen die geen ter doodveroordeelden waren en naar eencellenafdelingen hadden moeten worden overgeplaatst op een rij zette en hen naar het eind van de “doodgang” verplaatste. Volgens Samadi deed Nouri alsof deze mensen ter dood zouden worden gebracht en zei tegen hen in het laatste moment terug te gaan.
Getuige komt Ibrahim Raisi tegen in gevangenis
Akbar Samadi, lid van de “Organisatie van de Volksmoejahedenen”, zei in de gerechtszitting dat Ibrahim Raisi in 1988 als plaatsvervanger van de procureur in een zitting van de rechters, bekend als de “Commissie van de Dood”, van hem vroeg om een interview te hebben en “Komala, een van de Koerdische partijen” ter doodveroordeling te brengen zodat hij gratie zou ontvangen. Samadi had hem gezegd dat hij geen lid van de Komala-partij was en de weigering van het interview door deze voormalige gevangene ging gepaard met woede van Ibrahim Raisi, maar deze accepteerde uiteindelijk het interview nadat hij vier keer naar het kantoor van de “Commissie van de Dood” was gegaan.
In eerdere zittingen in Albanië gaven Muhammad Zand, Majid Sahebjamal en Asghar Mahdizadeh, voormalige gevangenen uit de jaren tachtig, hun getuigenissen.
Eerder was aangekondigd dat de 45e en 46e weken van dit gerechtshof vanwege het belang van het horen van getuigen die in Albanië verblijven met betrekking tot het bewijzen van het misdrijf van de verdachte, vanaf woensdag 10 november in de stad Durrës in Albanië zouden plaatsvinden.
Hamid Nouri bevindt zich in Stockholm en was videogeschakeld aanwezig in de zitting van het gerechtshof in de stad Durrës. Hij werd in november 2019 gearresteerd bij aankomst op het vliegveld Arlanda in Stockholm toen hij Zweden binnenreisde, en de aanklacht tegen hem werd opgesteld na twintig maanden voorlopige hechtenis. Nouri verwerpt de beschuldigingen tegen hem.
Het belang van de rechtszaak tegen Hamid Nouri ligt erin dat voor het eerst één van de veiligheidsfunctionarissen van de Islamitische Republiek die betrokken was bij de massale executies in 1988 buiten het land is gearresteerd en berecht wordt. De moord op politieke gevangenen in 1988 is al jaren onderwerp van mensenrechtenorganisaties, maar tot nu toe is nog geen verdachte in verband hiermee berecht.
Hamid Nouri is door getuigen in de zaak geïdentificeerd als griffier van de gevangenis Gohardasht in Karaj en als één van de acht leden van de “Commissie van de Dood” in deze gevangenis tijdens de massale executies van politieke gevangenen in de zomer van 1988.
Een ander belangrijk punt is de rol van Ibrahim Raisi, voorzitter van de dertiende regering van de Islamitische Republiek in deze zaak. Raisi was tijdens de executies in de zomer van 1988 plaatsvervanger van de procureur en zou één van de vier belangrijkste gezichten van de “Commissie van de Dood” zijn geweest.
De procedure in de zaak Nouri zal waarschijnlijk tot april volgende jaar doorgaan.
Hamid Nouri werd op 9 november 2019 op het vliegveld Arlanda in Stockholm gearresteerd op bevel van de Zweedse procureur en onder beschuldiging van deelname aan “massale moord”.
De aanklacht tegen Nouri werd ingediend door het bureau van de Zweedse procureur voor internationale misdrijven en misdrijven van georganiseerde aard en in het bijzonder door Christina Lindhoff Carlsson, en overhandigd aan de gerechtelijke autoriteiten van Zweden.
In deze zaak zijn ongeveer 40 eisers en 60 getuigen aanwezig die in de zomer van 1988 in de gevangenis Gohardasht gevangen waren.
Volgens het uitspraak van het gerechtshof zullen Nouri en zijn advocaten niet aanwezig zijn in deze zittingen en zullen in Zweden blijven en via videoconferentie deelnemen aan de gerechtszitting.
Volgens onofficiële statistieken werden meer dan 6000 leden en aanhangers van verschillende oppositiepartijen en groepen, met name de Organisatie van de Volksmoejahedenen, tijdens de executies in 1988 op bevel van Khomeini, de stichter van de Islamitische Revolutie in Iran, ter dood gebracht. Echter, de Organisatie van de Volksmoejahedenen stelt dat dit aantal meer dan 30.000 politieke gevangenen was, waarvan minstens 90 procent aanhangers van deze organisatie was.
Hamid Nouri verwerpt via zijn advocaten alle beschuldigingen en stelt dat hij zich tijdens de executies in de zomer van 1988 wegens de geboorte van zijn zoon op verlof bevond.
Nabestaanden en families van de gedode hopen dat de rechtszaak tegen Hamid Nouri een breekpunt zal zijn voor het begin van internationale onderzoeken naar de moorden in de jaren tachtig, met name de moorden in de zomer van 1988, en de berechting van de daders en aanstichters ervan.
Bron: DW




