Mojtaba Zolnour: We zullen vergelijkbare akkoorden met Rusland sluiten als met China

Hoewel het samenwerkingsakkoord tussen Iran en China veel kritiek heeft ondergaan en op grote bezwaren is gestuit, heeft de voorzitter van de commissie nationale veiligheid van het Iraanse parlement gezegd dat we ook strategische en langetermijnakkoorden met Rusland zullen sluiten.
Mojtaba Zolnour, voorzitter van de commissie nationale veiligheid van het Iraanse parlement, zei maandag 9 Farvardin: “De Islamitische Republiek Iran streeft, naast China, ernaar om ook langetermijn- en strategische akkoorden met Rusland te sluiten”. Deze strategische documenten zullen volgens hem “bilaterale economische samenwerking” en andere gebieden van gezamenlijke samenwerking omvatten.
Persagentschap Shafaqna meldde, met verwijzing naar Mojtaba Zolnour, dat het aangaan van dergelijke betrekkingen met China, Rusland en buurlanden “een van de belangrijkste manieren is om Amerikaanse sancties tegen de Islamitische Republiek ineffectief te maken”.
Volgens hem omvatten de genoemde gezamenlijke samenwerkingen met deze landen spoorwegdiensten, wegenbouw, raffinaderijen, petrochemie, autoproductie, olie, gas, benzine, milieu en kennisgebaseerde bedrijven.
Dit gebeurde terwijl er maandag 9 Farvardin (20 maart) protestbijeenkomsten tegen de ondertekening van dit akkoord in de straten van Teheran plaatsvonden.
Een akkoord waarvan het parlement onwetend is
Blijkbaar hebben, behalve een handvol gezaghebbenden in Iran, zelfs parlementsleden geen precieze kennis van de inhoud van het akkoord. Volgens de voorzitter van de commissie nationale veiligheid en buitenlands beleid van het parlement, wil deze commissie Mohammad Javad Zarif, de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken, uitnodigen om in de plenaire zaal van het parlement of in de commissie “de nodige toelichting op dit onderwerp aan de afgevaardigden te geven”.
Hij zei dat “indien in internationale verdragen en overeenkomsten verplichtingen voor Iran tegenover andere landen zijn vastgesteld”, dit ter goedkeuring aan het parlement moet worden voorgelegd en het parlement met “zijn toezichtrol” op het proces van deze overeenkomsten moet letten “opdat geen enkel nationaal belang over het hoofd wordt gezien”.
De voorzitter van de commissie nationale veiligheid en buitenlands beleid van het Iraanse parlement spreekt over “langetermijn- en strategische akkoorden” met Rusland, terwijl de kern van het strategische akkoord tussen Iran en China en veel zorgen die daaraan zijn verbonden, nog niet opgehelderd zijn.
Een van de belangrijkste redenen voor bezorgdheid over het “alomvattend samenwerkingsakkoord met China” is het gebrek aan transparantie en het in het onwetende laten van het volk over de bepalingen ervan. Een bezorgdheid die in de toekomst waarschijnlijk ook van toepassing zal zijn op het samenwerkingsakkoord met Rusland.
Bovendien, als het samenwerkingsakkoord met China Iran met verplichtingen confronteert die toezicht van het parlement vereisen, is het onduidelijk waarom vooraf toezeggingen voor vergelijkbare akkoorden met Rusland worden gedaan.
Een akkoord dat mogelijkheid tot kritiek heeft ontnomen
De ministers van Buitenlandse Zaken van Iran en China ondertekenden zaterdag, 7 Farvardin (27 maart), het alomvattende samenwerkingsakkoord van de twee landen, dat voor 25 jaar is opgesteld, op het kantoor van het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken in Teheran.
De omvang en details van dit akkoord zijn onduidelijk en de Iraanse regering heeft er geen verheldering over gegeven. Volgens gepubliceerde berichten zijn er nog geen specifieke overeenkomsten voor enig project gesloten. Veel waarnemers van Iraanse aangelegenheden geven de mogelijkheid dat mogelijke ondertekening van overeenkomsten of contracten in dit opzicht wordt uitgesteld tot na de Amerikaanse sancties.
De mogelijkheid om dit akkoord kritisch te analyseren of een nauwkeurige analyse ervan te maken is ondoenlijk zolang de details ervan niet ter beschikking van het publieke bewustzijn worden gesteld, en zelfs als er bezwaren zijn, kunnen deze niet gebaseerd op bewijs en documenten zijn en kunnen niet ergens toe leiden.
Tot de onvolledige informatie die over het akkoord is gepubliceerd, behoren de twee landen een 25-jarig akkoord hebben ondertekend voor een Chinese investering van 400 miljard dollar in verschillende sectoren van de Iraanse economie. Een pakket dat verschillende economische, industriële, commerciële, infrastructurele en zelfs politieke sectoren omvat. Veel critici wijzen ook op mogelijke veiligheidssamenwerking. Er wordt ook gezegd dat Iran een deel van zijn olie zal verkopen ter betaling van Chinese leningen en kapitaal.
Dit is niet zonder precedent. In het verleden hebben Chinese bedrijven ter betaling voor investeringen in de Azadegan- en Yad Avaran-velden een deel van de olie uit deze velden ontvangen als vereffening.
Economische analisten zeggen ook dat China in dit akkoord altijd de bovenhand zal hebben en dat investeringen door andere buitenlandse bedrijven in Iran misschien beperkt zullen worden. Iraanse autoriteiten hebben volstaan met de verzekering dat er geen concessies zijn gedaan en dat er geen reden tot bezorgdheid is.
Brief aan de president van China
Desondanks maken velen in Iran zich zorgen. Sommigen vergelijken dit akkoord zelfs met het Verdrag van Turkmenčay. Gelijktijdig met het bezoek van de Chinees minister van Buitenlandse Zaken aan Iran werd een brief in cyberspace gepubliceerd gericht aan de president van China, waarin werd gevraagd dat China dit akkoord niet zou ondertekenen.
De schrijvers van deze brief schreven dat “het systeem van de Islamitische Republiek aan het instorten is en daarom is de ondertekening van een 25-jarig contract met een dergelijk systeem van nature gedoemd ongeldig te zijn”.
Zij hebben ook verwezen naar de crises waarmee de Islamitische Republiek momenteel wordt geconfronteerd en hebben het 25-jarige contract tussen Iran en China als “in tegenspraak met de nationale belangen van Iran” en “moreel, politiek, juridisch en humanitair onaanvaardbaar” beschouwd. Experts achten het echter onwaarschijnlijk dat de Chinese regering door dergelijke verzoeken zal worden beïnvloed.
10 jaar onderhandelingen en nog steeds verborgen
De geschiedenis van onderhandelingen over dit strategische akkoord gaat meer dan 10 jaar terug en strekt zich ten minste uit tot de tweede regering van Mahmoud Ahmadinejad. In de afgelopen twee jaar zijn de onderhandelingen over dit akkoord intensiever geworden en heeft het derde kabinet van Hasan Rouhani op 3 Tir 1399 de regering Buitenlandse Zaken formeel toestemming gegeven om met de definitieve onderhandelingen te beginnen en het alomvattende samenwerkingsakkoord te ondertekenen. Ondanks 10 jaar onderhandelingen heeft het verborgen blijven van de inhoud van het akkoord tot veel speculatie geleid, tot het punt dat sommige groepen het een verraad van nationale belangen beschouwen en sommigen het een akkoord voor ontwikkeling beschouwen.
In dit verband hebben zelfs Iraanse kranten kritiek geuit. De krant Jomhouri-ye Eslami schreef in haar redactioneel artikel op dinsdag 17 Tir kritiek op het geheimhouden van de inhoud van dit akkoord voor het publiek: China en Iran proberen al een jaar een 25-jarig akkoord af te ronden, dus “waarom zijn de mensen niet op de hoogte van de details van dit akkoord? Sommige mensen hebben beweerd op de hoogte te zijn van de inhoud van dit akkoord. Zo ja, waarom zouden normale mensen er niet van op de hoogte moeten zijn?”
Deze krant schreef tegen hen die verantwoordelijk zijn die de “overwegingen” en “voorkeur” van de Chinezen als centraal stellen: “Ze zeggen dat China bezorgd is dat openbare bekendmaking van de inhoud van dit akkoord Amerikaanse sabotage zou veroorzaken. Als de Chinezen werkelijk zo’n vreemde bezorgdheid hebben, is dat voldoende om te concluderen dat zij niet betrouwbaar zijn. Waarom maakt een land dat aanspraak maakt op supermacht zich zorgen over Amerikaanse sabotage? Maakt het zich zorgen om zichzelf of om Iran?”
De geschiedenis van betrekkingen tussen China en Iran biedt ook weinig plaats voor optimisme. De krant Jomhouri-ye Eslami noemde China een “bondgenoot” die tijdens betrekkingen met Iran alleen op eenzijdige belangen heeft gelet. De krant schreef: “Net op het moment dat discussies over het 25-jarige akkoord tussen Iran en China aan de orde zijn, kondigt China openlijk aan dat het Saudische olie in plaats van Iraanse olie gebruikt. Terwijl we nog steeds de littekens meededragen van Chinees wangedrag in het wisselkoerscontract uit de tijd van de regering Ahmadinejad, wat een financieel Verdrag van Turkmenčay was, zouden we geen ander contract moeten accepteren, en al helemaal niet een 25-jarig contract met China.”
Bron: DW




