VN-secretaris-generaal wijst op onderdrukking van minderheden, vrouwen en arrestaties van recente demonstranten in Iran

Met de controversiële aanwezigheid van de minister van Justitie van de Islamitische Republiek Iran in de VN-Raad voor de Rechten van de Mens, heeft de secretaris-generaal van de Verenigde Naties in zijn meest recente rapport aan deze raad gewezen op discriminatie tegen vrouwen en druk op religieuze minderheden, alsmede op de arrestatie van duizenden recente demonstranten in Iran.
Tijdens de 37e zitting van de VN-Raad voor de Rechten van de Mens in Genève, Zwitserland, heeft António Guterres in een rapport aan dit orgaan getuigd dat de onderdrukking van journalisten en mensenrechtenactivisten in Iran voortduurt.
Hij schreef ook over de situatie van religieuze en etnische minderheden, die nog steeds worden geconfronteerd met beperkingen en waarbij geen verbetering in hun situatie is waargenomen.
De opmerking van meneer Guterres betreft de arrestatie en druk op Bahai’s, Gonabadi-derwisjen en andere minderheden.
De secretaris-generaal van de VN wees ook op de arrestatie van ongeveer 4.000 demonstranten naar aanleiding van de protesten afgelopen maand december en riep de regering van de Islamitische Republiek Iran op om aandacht te besteden aan het wettelijk recht van demonstranten op vergadering en protest.
Bij de uitgebreide protesten in december verzamelden mensen in meer dan 80 steden in Iran, waarbij minimaal 25 mensen werden gedood en 3.700 mensen werden gearresteerd.
Meneer Guterres noemde in zijn rapport het plan van de Iraanse regering om het doodsvonnis voor drugsmokkelaars op te schorten als een positieve maatregel, maar wees erop dat alleen in 2017 482 mensen in Iran werden geëxecuteerd.
Seyyed Alireza Avai, minister van Justitie van de Islamitische Republiek Iran, verwees in zijn toespraak voor de VN-Raad voor de Rechten van de Mens, die plaatsvond nadat het rapport van de secretaris-generaal van de VN was gepubliceerd, niet op kritiek op de situatie van de mensenrechten in de Islamitische Republiek Iran.
Bron: Voice of America




