Iraanse vluchteling die zichzelf in brand stak in Nauru-kamp is overleden

Een Iraanse vluchteling die zichzelf in brand stak als protest tegen de omstandigheden in het vluchtelingenkamp op het eiland Nauru, is overleden aan zijn ernstige brandwonden.
Volgens ontvangen berichten heeft deze 23-jarige vluchteling, die “Omid” heette, zichzelf in brand gestoken toen een delegatie van het UNHCR (Hoog Commissariaat voor Vluchtelingen van de Verenigde Naties) het kamp bezocht.
Het wordt gezegd dat hij drie jaar in dit kamp had verbleven.
Volgens kampleiders had deze Iraanse man gezegd dat hij met deze daad wilde laten zien “hoe uitgeput en wanhopig wij zijn.”
Het eiland Nauru is een klein eilandstaat in de Stille Oceaan met een oppervlakte van 21 vierkante kilometer en een bevolking van iets meer dan 9.000 mensen.
De Australische regering heeft in voorgaande jaren vluchtelingen die per boot naar de oevers van het land willen reizen, naar kampen buiten Australië gestuurd om hun asielaanvragen af te wachten, waaronder op het eiland Nauru en in Papoea-Nieuw-Guinea. Dit was een maatregel om het aantal bootmigranten te verminderen.
De zelfverbrandingsactie van de Iraanse vluchteling vond plaats op het moment dat de regering van Papoea-Nieuw-Guinea aankondigde het vluchtelingenkamp, dat op basis van een akkoord met Australië in het land was opgericht, te zullen sluiten. Het Hooggerechtshof van Papoea-Nieuw-Guinea had bepaald dat het opsluiten van personen, zelfs buitenlandse burgers die niet zijn berecht en veroordeeld in het land, in strijd is met de grondwet.
De actie van de Australische regering om vluchtelingen naar kampen buiten het land over te brengen, is kritiek ondergaan van mensenrechtenverdedigers in en buiten Australië, maar de huidige regering van het land benadrukt dat dit beleid zal worden voortgezet.
In reactie op de zelfverbrandingsactie van de Iraanse vluchteling zei de Australische migratieminister dat hij na behandeling naar het kamp zou worden teruggebracht.





