Onderzoek naar mensenrechten in Iran en Saoedi-Arabië; bijeenkomst met Ahmad Shaheed

Ahmad Shaheed, speciaal rapporteur van de Verenigde Naties voor mensenrechten in Iran, begroette het gesprek over mensenrechtenkwesties met betrekking tot Saoedi-Arabië en zei: “Als mensenrechtenkwesties in andere landen ook serieus worden genomen, zullen anderen ook meer nadenken over hun gedrag.”
De heer Shaheed, die deelnam aan een sessie over mensenrechten in Iran en buurlanden, zei in antwoord op BBC Farsi: “Als er duidelijk beleid voor iedereen is dat aantoont dat mensenrechten serieus worden genomen, dan kan men zeggen dat iedereen het bericht heeft begrepen.”
Met verwijzing naar zijn titel en mandaat zei hij dat het niet zijn taak is om de mensenrechtensituatie in buurlanden van Iran te bekijken, maar hij zei dat naar zijn mening, als het mensenrechtenprobleem in de hele regio aandacht krijgt, iedereen daar baat bij heeft.
De sessie “Mensenrechten in Iran: in regionaal perspectief en constructieve kritiek” vond plaats in Washington en werd georganiseerd door de denktank “Atlantic Council”.
Ahmad Shaheed antwoordde op deze sessie op de vraag waarom, ondanks talrijke schendingen van mensenrechten in Saoedi-Arabië of Turkije, er geen speciale rapporteur door de Verenigde Naties voor deze landen is aangesteld, dat deze landen “verstandig” hebben gehandeld en de Verenigde Naties hebben toegestaan om voor onderzoek naar die landen te gaan en dat er samenwerking tussen hen bestaat.
Hij zei dat Iran jarenlang geen antwoord gaf op vragen van de Verenigde Naties over mensenrechtenquesties en nu net is begonnen te antwoorden: “Als er geen contact is met een land en als ze geen informatie geven, ontstaan er zorgen, vooral wanneer de Iraanse bevolking zelf van de Verenigde Naties vraagt een mechanisme in te stellen om op deze kwesties in te gaan.”
Tijdens deze sessie werd gesproken over kwesties zoals “zware straffen voor journalisten” en ook de arrestatie van Iraniërs met dubbele nationaliteit, en werden vragen gesteld over de rechten van ethnische en taalkundige minderheden.
‘Mensenrechten zijn niet vergelijkend’
Barbara Slavin, directeur van de Iran-sectie van de Atlantic Council, zei: “Iraniërs protesteren altijd dat wanneer mensenrechten ter sprake komen, Amerikaanse bondgenoten zoals Saoedi-Arabië en Egypte, Israël en Turkije buiten beschouwing worden gelaten. Daarom hebben we Sarah Lee gevraagd deel te nemen aan deze sessie om over de hele regio te spreken.”
Sarah Lee Whitson, directeur van de afdeling Midden-Oosten en Noord-Afrika van Human Rights Watch, zei in deze sessie dat de effectiviteit van sancties tegen mensenrechtenschenders groter wordt wanneer deze niet beperkt zijn tot één specifiek land.
Mevrouw Whitson zei ook dat, net als in Iran, kritici en hun advocaten in Saoedi-Arabië voor de rechtbank worden gesteld en gestraft, en dat deze praktijk niet alleen kenmerkend is voor Iran.
Naast interne mensenrechtenkwesties in Saoedi-Arabië verwees zij ook naar de aanvallen van dit land op Jemen en zei dat de bombardementen in Jemen een “ramp” hebben veroorzaakt: “De Saudische luchtaanvallen in het afgelopen jaar hebben zestig procent van de doden in Jemen veroorzaakt. Ongeveer drieduizendvijfhonderd mensen.” Volgens mevrouw Whitson gebruikt Saoedi-Arabië “illegale” wapens zoals “clusterbommen” in stedelijke gebieden in Jemen, op plaatsen zoals markten.
Mevrouw Whitson zei echter dat zij het niet eens is met vergelijking van landen op het gebied van mensenrechten: “Als in één land tienduizend mensen gemarteld worden, voelt het niet beter voor honderd mensen die in een ander land gemarteld worden.”
Zij zei dat mensenrechten niet relatief zijn en niet kwantitatief kunnen worden gemeten.
Saoedi-Arabië en Iran ‘beide verantwoording aflegen’
Mevrouw Whitson zei dat een sessie als deze goed is voor het geven van beeld van de mensenrechtensituatie in een regio, maar dat geen vergelijking wordt gemaakt.
Hadi Ghaemi, van de International Campaign for Human Rights in Iran, een ander deelnemer aan de sessie, zei dat wanneer we spreken over een land in een regio zoals het Midden-Oosten, “we dat land niet volledig los kunnen zien van de regionale omstandigheden ervan”.
De heer Ghaemi sprak over de reactie van Iraanse autoriteiten op mensenrechtenrapporten: “Het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken zet mensenrechtenbekommernissen altijd ter zijde en zegt waarom u geen aandacht aan Saoedi-Arabië besteedt.”
Hij zei dat een van de bijzonderheden van deze sessie ook is dat de Iraanse regering ziet dat als wij over Iran spreken, er ook organisaties zijn die actief zijn over Saoedi-Arabië en Jemen.
De heer Ghaemi zei dat Saoedi-Arabië en Iran elk hun plaats hebben en beide moeten reageren op mensenrechtenbekommernissen.
Bron: BBC Farsi




