Nieuwe waarschuwing VN over toenemende druk op christenen in Iran; 79 christelijke burgers in hechtenis of gevangenis

De speciale VN-rapporteur voor mensenrechten in Iran waarschuwt voor toenemende druk op religieuze minderheden en stelt dat minstens 79 christelijke burgers, waarvan de meesten bekeerde christenen zijn, momenteel in hechtenis of gevangenis zitten. VN-experts uiten bezorgdheid over de confiscatie van de historische Sint-Pieter-kerk in Teheran, de uitzetting van bewoners, willekeurige arrestaties, foltering en gedwongen bekennissen. Zij hebben de Islamitische Republiek opgeroepen zich aan haar internationale verplichtingen op het gebied van godsdienstvrijheid en het verbod op foltering te houden.
Parallel aan toenemende meldingen over druk op religieuze minderheden in Iran, heeft ‘Mai Sato’, speciale VN-rapporteur voor mensenrechten in Iran, bezorgdheid geuit over verscherpt optreden tegen christelijke burgers en bahai’s. Zij maakte via het sociale netwerk X bekend dat zij samen met een groep VN-experts twee afzonderlijke verklaringen over de situatie van deze minderheden hebben gepubliceerd.
Volgens deze verklaringen zitten momenteel minstens 79 christelijke burgers, waarvan het merendeel uit bekeerde christenen bestaat, samen met 61 bahai-burgers in gevangenis of hechtenis. VN-experts stellen dat uit de ontvangen informatie blijkt dat sommige arrestanten gedurende langere perioden in isolatiecel zijn vastgehouden, het contact met hun familie is ontzegd en zij zijn gefolterd om gedwongen bekennissen af te leggen; bekennissen die in sommige gevallen ook door regeringsmedia zijn uitgezonden.
In deze rapporten wordt ook aandacht besteed aan de zaak van ‘Mohammad Nikbakht’, christelijke burger en politiek activist. VN-experts stellen dat hij tijdens zijn arrestatie in zijn woning is mishandeld en momenteel nog steeds zonder contact met zijn familie in hechtenis zit.
Een ander aandachtspunt voor VN-experts is de confiscatie van het Sint-Pieter evangelische kerkcomplex in Teheran en de uitzetting van 27 Armeense en Assyrische burgers die in dit complex woonden. In de gepubliceerde verklaring staat: ‘Godsdienstvrijheid of vrijheid van overtuiging omvat de vrijheid om te aanbidden samen met anderen in de moedertaal en ook het recht om plaatsen van aanbidding in standhouden en te behouden. Wanneer een kerk wordt onteigend, verliest de christelijke gemeenschap niet alleen een gebouw, maar ook hun plaats van aanbidding en het middelpunt van hun sociale leven.’
De experts waarschuwden ook voor het ledigingsproces van dit complex en benadrukten: ‘Gedwongen uitzetting is in tegenspraak met het internationale mensenrecht en brengt het risico mee dat leden van erkende religieuze en etnische minderheden dakloos worden.’
In deze verklaring wordt verder benadrukt dat de druk zich niet beperkt tot alleen historische kerken en dat christenen die zich van de islam tot het christendom hebben bekeerd, ook geconfronteerd worden met invallen in woningen, inbeslagname van persoonlijke goederen en aanklagingen zoals samenwerking met buitenlandse regeringen.
VN-experts karakteriseren deze maatregelen als onderdeel van een toenemend proces van beperking van godsdienst- en gewetensenvrijheid in Iran. In deze verklaring wordt ook over godsdienstvrijheid geschreven: ‘Het gebruik van willekeurige arrestaties, foltering en andere vormen van dwang tegen religieuze minderheden roept ernstige bezorgdheden op over naleving van het recht op godsdienst- of gewetensenvrijheid’, een kwestie die ook breed is weergegeven in de internationale media.
Mai Sato herinnert tot slot aan het feit dat willekeurige arrestaties, foltering en druk op religieuze minderheden in strijd zijn met Iran’s internationale verplichtingen, waaronder het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. Iran is verplicht het recht op godsdienst- en gewetensenvrijheid, eerlijk proces en een absoluut verbod op foltering voor alle burgers te waarborgen.




