Teheran verzet zich tegen herbenoeming van speciaal rapporteur mensenrechten voor Iran

Mohammad Javad Larijani, hoofd van het Mensenrechtenbureau van de Iraanse rechterlijke macht, noemde de benoeming van een speciaal rapporteur voor mensenrechten voor de Islamitische Republiek Iran onwettig, onredelijk en onrechtvaardig. Volgens zijn stelling is de Islamitische regering van Iran het symbool van “de grootste democratie in de regio en beschikt over zeer geavanceerde en precieze wettelijke regelgeving.”
De plaatsvervanger voor Internationale Aangelegenheden van de rechterlijke macht van de Islamitische Republiek Iran stelde vervolgens dat de benoeming van een speciaal rapporteur voor mensenrechten voor de Islamitische Republiek Iran plaatsvindt vanwege de politieke motieven van mondiale grootmachten. Hij beschuldigde Ahmad Shahid, de speciaal rapporteur voor mensenrechten voor Iran, van onprincipieel gedrag en stelde dat het land daarom tot nu toe niet met hem heeft samengewerkt en zich tegen zijn toetreding tot Iran heeft verzet.
Mohammad Javad Larijani zei dat de Islamitische Republiek Iran tegen de verlenging van de eenjarige missie van Ahmad Shahid als speciaal rapporteur voor mensenrechten voor Iran gekant is en verzoekt aan de lidstaten van de Verenigde Naties zich ook tegen de verlenging van deze missie uit te spreken.
De secretaris van het Mensenrechtenbureau van de Iraanse rechterlijke macht benadrukte dat de Islamitische regering van Iran principieel tegen de verspreiding van de benoeming van speciale rapporteurs voor mensenrechten is, omdat zij deze maatregel als mogelijke voedingsbodem voor politieke misbruik beschouwt, hetgeen volgens Mohammad Javad Larijani in het geval van de Islamitische Republiek Iran is gebeurd.
Het hoofd van het Mensenrechtenbureau van de rechterlijke macht van de Islamitische Republiek Iran noemde opnieuw de universele of globalistische opvatting van mensenrechten onjuist en zei: “Het negeren van culturele verschillen en ethische gronden” op het gebied van mensenrechten is schadelijk en bij mensenrechtenkwesties dienen deze verschillen te worden gerespecteerd en in aanmerking genomen.
Mohammad Javad Larijani had eerder, steunend op dezelfde “culturele verschillen en ethische gronden”, de uitvoering van islamitische straffen zoals lidamputatie of steniging beschreven als voorbeelden van “mooie talionwetten” en naleving van mensenrechten.




