Acht Bahai-burgers opgeroepen in Birjand om hun straf uit te zitten

Atiyeh Salehi, Nasrin Qadiri, Banafsheh Mokhtari, Farzaneh Dimi, Arzu Mohammadi, Ataollah Molaki, Roya Molaki en Saeed Molaki, acht Bahai-burgers woonachtig in Birjand, zijn via afzonderlijke dagvaardingen opgeroepen bij de strafexecutie-afdeling van het gerecht van Birjand om hun straf uit te zitten. Deze Bahai-burgers waren eerder in Shahrivar van dit jaar door de vierde tak van het Hooggerechtshof van Zuid-Khorasan gezamenlijk veroordeeld tot in totaal 11 jaar en 3 maanden straf.
Volgens het persbureau Hrana, het persorgaan van de verzameling mensenrechtenactivisten in Iran, zijn acht Bahai-burgers woonachtig in Birjand opgeroepen bij de strafexecutie-afdeling van het gerecht van Birjand om hun straf uit te zitten.
Atiyeh Salehi, Nasrin Qadiri, Banafsheh Mokhtari, Farzaneh Dimi, Arzu Mohammadi, Ataollah Molaki, Roya Molaki en Saeed Molaki zijn acht Bahai-burgers die via afzonderlijke dagvaardingen opgeroepen zijn om hun gevangenisstraf uit te zitten. Deze personen is medegedeeld dat zij zich binnen tien dagen na ontvangst van deze betekening moeten melden bij de strafexecutie-afdeling van het gerecht van Birjand.
Deze burgers werden eerder in eerste instantie samen met een ander Bahai-burger genaamd Rahmatollah Dimi vervolgd en gezamenlijk veroordeeld tot in totaal 51 jaar en 8 maanden straf. Op basis van dit vonnis werden Atiyeh Salehi, Ataollah Molaki, Farzaneh Dimi, Nasrin Qadiri, Banafsheh Mokhtari, Arzu Mohammadi, Saeed Molaki en Roya Molaki elk door tak 2 van de Revolutionaire Rechtbank van Birjand onder voorzitterschap van rechter Hojjat Nabavi veroordeeld tot 6 jaar straf, en Rahmatollah Dimi vanwege zijn hoge leeftijd tot 3 jaar en 8 maanden straf.
Na verzet van de verdachten tegen het uitgesproken vonnis, veroordeelde tak 4 van het Hooggerechtshof van Zuid-Khorasan onder voorzitterschap van rechter Ebrahim Ramazani en raadsheer Hamid Arab Zadeh op 17 Shahrivar 1399 Nasrin Qadiri, Farzaneh Dimi en Banafsheh Mokhtari wegens de beschuldiging “lidmaatschap van illegale organisaties en bedreiging van de veiligheid van de ketterij Bahai” elk tot 15 maanden straf, en Arzu Mohammadi, Ataollah Molaki, Roya Molaki, Atiyeh Salehi en Saeed Molaki wegens dezelfde beschuldiging elk tot 18 maanden straf. De rechtbank sprak Rahmatollah Dimi vrij van de beschuldiging.
Bovendien werd een jaar gevangenisstraf voor alle verdachten vanwege de beschuldiging “propaganda ten gunste van de Bahai-organisatie als groep en organisatie tegen het heilige systeem van de Islamitische Republiek” geschrapt. De rechtbank motiveerde dit als volgt: “Aangezien deze handeling onder de eerste beschuldiging tot veroordeling heeft geleid, heeft deze handeling geen afzonderlijke straf”.
Een goed geïnformeerde bron vertelde eerder aan de verslaggever van Hrana over hoe deze personen werden gearresteerd: “Tijdens de vierhonderdjarige herdenking van de geboorte van Bahaullah, de profeet van het Bahai-geloof, vonden arrestaties van Bahai’s en sluiting van hun bedrijfspanden plaats in verschillende steden van Iran. De stad Birjand werd ook niet gespaard van deze aanvallen op de Bahai-gemeenschap, en veiligheidskrachten van Birjand-districten gingen in de late oktober 2017 naar de huizen van deze personen, voerden huiszoekingen uit en confisceerden enkele van hun bezittingen. Deze burgers werden in 2019 twee keer opgeroepen voor verhoor en hun gerechtszitting was op 1 Ordibehesht 1399, en op 2 Ordibehesht ontving hun het vonnis via sms en op 3 Ordibehesht werd hun vonnis op de website gepubliceerd.”
Deze goed geïnformeerde bron vertelde Hrana ook over de omstandigheden van Nasrin Qadiri, die eigenlijk geen inwoner van deze stad is: “Mevrouw Qadiri is 60 jaar oud en woont in Mashhad. Zij woonde van 1393 tot eind 1396 slechts tijdelijk in Birjand om voor haar zieke vader te zorgen. In oktober 1396 toen de inlichtingendienst huizen van Bahai’s inspecteerde, was mevrouw Qadiri in Mashhad en niet in Birjand, maar toch confisceerden veiligheidskrachten bij hun bezoek aan het huis van haar vader in Birjand haar persoonlijke bezittingen. Zij werd eerder in 1383 en 2010 gearresteerd en zat gevangen.”
Bahai-burgers in Iran zijn beroofd van vrijheden met betrekking tot religieuze overtuigingen. Deze systematische ontbering vind plaats, terwijl volgens artikel 18 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en artikel 18 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten elke persoon het recht heeft op vrijheid van religie en verandering van religie, alsmede vrijheid om dit individueel of collectief, openlijk of in het verborgen uit te drukken.
Op basis van onofficiële bronnen in Iran zijn er meer dan driehonderdduizend Bahai’s, maar de Grondwet van Iran erkent alleen islam, christendom, jodendom en zoroastrisme officieel en erkent het Bahai-geloof niet. Om deze reden zijn de rechten van Bahai’s in Iran gedurende de afgelopen jaren systematisch geschonden.
Bron: Hrana




