Ai Weiwei in Venetië; Iraanse vluchtelingen met de rug naar de camera

Ai Weiwei, de Chinese kunstenaar, is iedereen bekend en het is zeker niet onredelijk om hem als een van de meest bekende kunstenaars op het gebied van beeldende kunst te noemen.
Nu presenteert hij zijn eerste lange speelfilm op het 74e Internationaal Filmfestival van Venetië in de competitiesectie, en het lijkt erop dat hij een van de belangrijkste prijzen gaat winnen.
‘Human Flow’ is de titel van deze documentaire, die zich richt op het onderwerp migratie en vluchtelingenkwesties.
Ai Weiwei heeft gedurende lange perioden diverse vluchtelingenkampen over de hele wereld bezocht en probeert de pijnlijke situatie van deze mensen in alle hoeken van de wereld vast te leggen.
Hij heeft talloze keren op het strand van Italië en Griekenland gewacht op boten die vluchtelingen over zee naar het Europese continent brengen en die het meest controversiële probleem van het huidige Europa hebben gecreëerd. De film begint met prachtige beelden van de Middellandse Zee en gaat al snel ter zake: de menselijke situatie van daklozen vooral uit Syrië, Irak en Afghanistan die voor de oorlog zijn gevlucht. De film stopt op bepaalde momenten op afstand en probeert de toeschouwer getuige te laten zijn van de menselijke stroom die bijvoorbeeld op zoek naar een veilige toevlucht naar de grens van Macedonië in Griekenland trekt, hopend vandaar misschien een weg naar Duitsland te vinden.
Maar hij legt ook hun meest intieme momenten vast; onder meer een Iraans meisje dat met haar rug naar de camera over zichzelf en haar onzekere situatie spreekt (en dat niemand er is om haar te helpen) en plotseling in tranen uitbarst (Ai Weiwei zelf probeert in deze scene het meisje te troosten).
De tweede Iraniër die we in de film zien, vertelt het verhaal van vlucht over de grens en verblijf in Turkije en wijst erop dat sommige vluchtelingenmeisjes onderweg zijn verkracht, en omdat de smokkelaars wapens hadden, konden zij er niets tegen doen.
Vreemd genoeg verschijnen vluchtelingen uit alle landen moeiteloos voor de camera, maar beide Iraniërs in de film hebben hun rug naar de camera en hebben waarschijnlijk geweigerd voor de camera te verschijnen uit angst voor de beveiligingskrachten van de Iraanse regering. Dit doet een bitter punt naar voren komen: Iraanse vluchtelingen in vluchtelingenkampen voelen zich niet alleen veilig omdat ze talrijke andere problemen hebben.
Maar afgezien van enkele bijzondere framings (die een weerspiegeling zijn van Ai Weiweis ervaringen op het gebied van beeldende kunst), is zijn manier van kijken vreemd genoeg journalistiek. Het beroep op krantenkoppen en media in verschillende secties om informatie aan de toeschouwer te geven voortkomt uit dit perspectief, evenals sommige scènes – en tussenteksten van de film – worden onnodig slogans; onder meer scènes over Palestijnen.
Aan de andere kant is de aanwezigheid van Ai Weiwei zelf in verschillende scènes overbodig en zou gemakkelijk uit de film kunnen worden verwijderd.
Maar de kracht van de film is de ongegeneerde onderzoekszin van de filmmaker in delen van de wereld die zelfs zeer gevaarlijk kunnen zijn; onder meer scènes van de oorlog tegen ISIS en de inname van steden, wat getuigt van de moed van de filmmaker.
Hij bezoekt verschillende kampen over de hele wereld; van Bangladesh tot Kenia, die verrassend genoeg een minder bekend kamp heeft en het grootste vluchtelingenkamp ter wereld is: met vijfhonderdduizend vluchtelingen!
De werkelijkheden waarop de filmmaker zich richt, zijn zeer bittere werkelijkheden die de rust van de toeschouwer kunnen verstoren; van het eenvoudige feit dat toen de Berlijnse Muur viel er slechts elf muren tussen landen waren en in 2016 zeventig muren (of zoiets), tot het feit dat de bevolking van Afrika tegen 2050 zal verdubbelen zonder dat daar faciliteiten voor beschikbaar zijn.
De filmmaker bereikt ook de grens tussen Mexico en Amerika en legt vast hoe enkele mensen over de muur springen; een plaats waar Donald Trump de belofte heeft gedaan een nog groter muur te bouwen.
De laatste dialoog van de film is een mooie grappige opmerking van een voormalige Syrische astronaut: ‘Van daarboven waar ik de aarde zag, dacht ik dat deze mooie planeet voor ons allemaal was. Natuurlijk heeft deze mooie planeet ook slechteriken, dus waarom verzamelen we ze niet allemaal en sturen we ze naar de ruimte?’.
Bron: Radio Farda




