Amnesty International: Voortdurende systematische verzwijging door Iraanse autoriteiten over executies van 1988

Amnesty International stelde dinsdag 26 augustus ter gelegenheid van de internationale dag van de “slachtoffers van geforceerde verdwijning” dat Iraanse autoriteiten en functionarissen blijvend op georganiseerde wijze informatie verbergen over de executies van duizenden politieke gevangenen tijdens de clandestiene en buitenwettelijke executies in 1988.
Amnesty International benadrukte in deze verklaring voorafgaand aan de internationale dag van de “geforceerd verdwenen” van 30 augustus dat de wereld haar ogen sluit voor de wijdverspreide crisis van geforceerde verdwijningen in Iran.
Amnesty International stelde in deze verklaring duidelijk: de executies van duizenden slachtoffers in het hele land waren niet geregistreerd en de lichamen van duizenden verdwenen personen zijn in massagraven begraven. Na meer dan 30 jaar ontkennen Iraanse autoriteiten nog steeds het bestaan van dergelijke massagraven, stellen zij hun locaties niet vast en veroorzaken zij onmetelijke lijden en pijn voor families van slachtoffers die op zoek zijn naar sporen van hun verdwenen dierbaren.
Philip Luther, directeur van de onderzoeks- en juridische afdeling Midden-Oosten en Noord-Afrika van Amnesty International, stelde: families van degenen wier dierbare tijdens de gevangenisenmoord in 1988 in het geheim werden geëxecuteerd, leven nog steeds in een nachtmerrie.
Philip Luther verduidelijkte: we mogen de massaslachting van 1988 niet beschouwen als een historische gebeurtenis uit het verleden. Het misdrijf van geforceerde verdwijning gaat nog steeds door en na 30 jaar leven families van slachtoffers nog altijd in lijden en pijn omdat het lot en de begravingsplaats van hun dierbaren onbekend zijn.
Amnesty International publiceerde vorig jaar op 4 december een 200 pagina’s tellend rapport met documenten over de executies van 1988 en verzocht de Verenigde Naties een alomvattend en onafhankelijk onderzoek in te stellen naar alle aspecten van deze executies. Deze mensenrechtenorganisatie stelt dat de executies van 1988 een “misdrijf tegen de menselijkheid” vormen omdat deze executies volgens Amnesty International plaats vonden op basis van een fatwa van Ayatollah Khomeini, de toenmalige leider van de Islamitische Republiek Iran, op een “buitenwettelijke wijze, zonder eerlijk en wettelijk rechtsgangproces”.
Wegens de geheimhouding door de autoriteiten van de Islamitische Republiek bestaat er geen exact aantal van de executies, maar volgens sommige schattingen werden in de zomer van 1988 ongeveer vijfduizend politieke gevangenen, aanhangers van de Organisatie van Volksmoejahedien en linkse groepen als de Volksfedaïen en de Tudehpartij in Iraanse gevangenissen geëxecuteerd.
De begravingslocatie van de meeste geëxecuteerden is onbekend, maar in recente jaren is de vernietiging van enkele massagraven uit de executies van 1988 in verschillende Iraanse steden in de media ter sprake gebracht.
In 2016 werd een geluidsopname gepubliceerd van een ontmoeting en gesprek tussen Ayatollah Hossein-Ali Montazeri, de afgezette opvolger van de stichter van de Islamitische Republiek, en Hossein-Ali Nayeri, de religieuze rechter in die periode, Morteza Ahraqhi, de toenmalige aanklager van Teheran, en Mostafa Pourmohammadi, toenmalig vertegenwoordiger van het Ministerie van Inlichtingen in de gevangenis Evin.
In dit gesprek verwijst Ayatollah Montazeri naar de massamoord op politieke gevangenen als een misdrijf. Deze drie personen hebben samen met Ibrahim Raisi, als besluitvormers over de executies van 1988, bekendheid gekregen als de “Commissie van de Dood”.
Bron: Radio Farda




