«Bahá’í’s verboden om hun doden te begraven op bepaald deel van begraafplaats Khavaran»

Simin Fahandej, woordvoerster van de wereldwijde Bahá’í-gemeenschap bij het kantoor van de Verenigde Naties in Genève, heeft verklaard dat Bahá’í’s in Teheran niet mogen begraven op een bepaald deel van de begraafplaats Khavaran dat niet behoort tot de massagraven.
Mevrouw Fahandej schreef op Twitter dat vertegenwoordigers van Behesht Zahra de Bahá’í’s willen “dwingen” hun overledenen in plaats van het gebruikelijke gedeelte op begraafplaats Khavaran (bekend als Golestan Javid) te begraven in het gedeelte met massagraven van ter dood gebrachten tijdens de revolutie, terwijl dat gebruikelijke gedeelte “ten minste voor de komende 50 jaar nog plaats heeft.”
De begraafplaats Khavaran in het oosten van Teheran staat bekend als een symbool van de ter dood gebrachten in de jaren zestig, en een aantal Bahá’í’s is daar ook begraven.
Simin Fahandej heeft tegen persbureau Hrana gezegd dat vertegenwoordigers van Behesht Zahra stellen dat de massagraven van Khavaran, waar veel slachtoffers na de revolutie in de jaren zestig begraven werden, volledig zijn vernield en geleegd.
Begraafplaatsen van Bahá’í-burgers in steden en dorpen in Iran worden systematisch verwoest, en in sommige gevallen zijn graven zelfs geopend en lichamen weggehaald. Bijvoorbeeld in november 2018 werd het lijk van Shams Eghdassi, een Bahá’í-burger, begraven in het gebied Gilavand in Damavand, maar vier dagen later werd zijn familie meegedeeld dat zijn lichaam was gevonden in woestijnen rond Jaban in het Damavand-gebied.
Eerder hadden veiligheidstroepen de Bahá’í’s van Gilavand gewaarschuwd dat zij niet langer het recht hadden hun doden in deze stad te begraven.
Dit verbod is ook in andere Iraanse steden meerdere keren toegepast, en Bahá’í’s zijn verhinderd begraven te worden in steden zoals Tabriz, Kerman en Ahvaz. In 2014 maakte de wereldwijde Bahá’í-gemeenschap bekend dat lokale autoriteiten de Bahá’í-begraafplaats in Ahvaz hadden gesloten en er een muur omheen hadden getrokken.
Na het overlijden van een Bahá’í-burger in Sanandaj hebben veiligheidsfunctionarissen in juli 2015 begraving in deze stad verhinderd en betoogden dat volgens een besluit van de Nationale Veiligheidsraad slechts één begraafplaats per provincie aan Bahá’í’s kan worden toegewezen.
Overledenen van Bahá’í’s die eerder in hun eigen steden werden begraven, moeten volgens dit besluit van overal in de provincie naar één provinciale begraafplaats worden overgebracht en daar begraven.
Bron: Radio Farda




