Einde van hongerstaking; brief van Saba Kardafshari uit gevangenis Qarchak Varamin

Saba Kardafshari, een maatschappelijk activist die opgesloten zit in de gevangenis Qarchak Varamin, beëindigde maandag 27 Ordibehesht haar hongerstaking. Mevrouw Kardafshari, die sinds zaterdag 18 Ordibehesht in protest tegen de toenemende druk op haar familie en andere politieke gevangenen en met het verzoek voor de vrijlating van haar moeder, Raheleh Ahmadi, aan het hongerstaken was, heeft nu in een brief haar redenen voor het beëindigen van de staking en haar fysieke conditie uiteengezet.
Volgens het persbureau Hrana, het nieuwsorgaan van de organisatie van mensenrechtenactivisten in Iran, beëindigde Saba Kardafshari, een maatschappelijk activist in gevangenis Qarchak Varamin, op maandag 27 Ordibehesht 1400 haar hongerstaking.
Mevrouw Kardafshari, die sinds zaterdag 18 Ordibehesht in protest tegen de toenemende druk op haar familie en andere politieke gevangenen en met het verzoek voor de vrijlating van haar moeder, Raheleh Ahmadi, die tot gevangenisstraf is veroordeeld wegens informatieverstrekking over de situatie van haar dochter en momenteel haar straf uitdient in gevangenis Evin, aan het hongerstaken was, heeft nu in een brief haar redenen voor het beëindigen van de staking en haar fysieke conditie uiteengezet.
Zij had eerder op dinsdag 21 Ordibehesht in een brief bekend gemaakt dat ze aan het hongerstaken en medicijnen weigeren was en had de redenen voor deze stap toegelicht.
De volledige tekst van deze brief, die aan Hrana is gegeven voor publicatie, volgt hieronder:
«Sinds jaren is het antwoord op protesten en stakingen slagen en kogels. Sinds jaren krijg je niets anders dan arrestatie, eenzame opsluiting, psychische en fysieke foltering, gevangenis en doodstraf als je je mond opendoet en spreekt over je geschonden rechten en vrijheden. Sinds jaren zal het lot van families die het kwijtraken van hun kinderen door dood of gevangenis proberen goed te maken niet beter zijn dan het lot van hun kinderen. Sinds jaren proberen zij ervoor te zorgen dat denken, redenering, keuzerecht en besluitvorming in dit land verdwijnen en zij mensen trainen als robots met lege en droge ideologieën.
Maar zij konden niet en zullen nooit kunnen injecteren wat in hun kleine, roestige hersenen zit. Zij kunnen niet de ideologieën die zelfs zij zelf niet geloven aan anderen dicteren. Wanneer ik mijn vuisten in protest gekruist heb, komen zij naar voren met kanonnen en geweren, en zij kunnen niet tegen onze pennen die onze idealen en aspiraties uitdrukken en halen de pennen uit het spel.
Dezelfde routine herhaalt zich ook in de gevangenis. Zij dwingen gevangenen die alleen hongerstaking en sit-in als strijdmiddel hebben tot zwijgen op verschillende manieren. Zij antwoorden op eisen met geweld. Zij hebben ons alleen en onze pennen weggenomen. Maar hoe kunnen zij vernietigen wat we in onze gedachten koesteren en waar we niet bang voor zijn om over te spreken? De strijd voor vrijheid eindigt niet door druk of bedreigingen uit te oefenen, maar vindt zijn weg in een stormachtige omgeving en bereikt zijn einde.
Op 18 Ordibehesht 1400 began ik met hongerstaken om een einde te maken aan de druk op de families van politieke gevangenen en om de vrijlating van mijn moeder, Raheleh Asli Ahmadi, te eisen, maar helaas ben ik niet in een geschikte fysieke toestand. Ik ben me volledig bewust dat mensenleven voor de Islamitische Republiek geen waarde hebben, dus ik ben gedwongen mijn hongerstaking te beëindigen, maar ik blijf naar realisatie van mijn eisen streven. Onrecht is nog nooit voortdurend geweest en zal het ook niet worden.
Saba Kardafshari / 27 Ordibehesht 1400 / gevangenis Qarchak Varamin.»
Saba Kardafshari werd eerder op 14 Farvardin tegen borgstelling op kortstondig verlof vrijgelaten en keerde op 21 Farvardin, na afloop van het verlof, terug naar de gevangenis. Raheleh Ahmadi, de moeder van Saba Kardafshari, keerde ook op zaterdag 21 Farvardin, na afloop van het verlof en nadat autoriteiten weigerden het verlof voor medische behandeling te verlengen, terug naar gevangenis Evin. Zij was op 24 Esfand 1399 op medisch verlof vrijgelaten tegen borgstelling. Mevrouw Ahmadi heeft een discusbreuk en heeft een operatie en twee maanden rust na de operatie nodig.
Raheleh Ahmadi had eerder, na de verbanningverzending van haar dochter Saba Kardafshari naar gevangenis Qarchak Varamin, gezondheidsklachten als gevolg van zenuwen stress en heeft een discusbreuk opgelopen, waarvoor zij een rollator nodig heeft om te lopen.
Saba Kardafshari is een maatschappelijk activist en tegenstander van verplichte sluiers. Na haar vrijlating in Bahman 1397 na een eerdere veroordeling uit de vrouwenafdeling van gevangenis Evin, werd zij opnieuw gearresteerd door veiligheidskrachten op 11 Khordad 1398. Uiteindelijk werd zij in Shahrivar 1398 door afdeling 26 van het revolutionaire gerechtshof van Teheran veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf vanwege „verspreiding van corruptie en obsceniteit door het afleggen van de hijab en wandelen zonder hijab”, tot 1 jaar en 6 maanden vanwege „propagandistische activiteit tegen het regime” en tot 7 jaar en 6 maanden vanwege „samenzwering om misdrijven tegen de nationale veiligheid te begaan”, totaal 24 jaar gevangenisstraf met aanvullende sociale beperkingen. Voor de 22-jarige Saba Kardafshari zullen uiteindelijk door toepassing van de strafverminderings wet en artikel 134 van de Islamitische strafwet 7 jaar en 6 maanden uitvoerbaar zijn.
Raheleh Asli Ahmadi, een maatschappelijk activist en moeder van Saba Kardafshari, werd in Azar 1398 door het revolutionaire gerechtshof van Teheran tot 4 jaar en 2 maanden gevangenis veroordeeld. Volgens het vonnis uitgesproken door afdeling 26 van het revolutionaire gerechtshof van Teheran onder voorzitterschap van rechter Iman Afshari, werd Raheleh Asli Ahmadi tot 3 jaar en 6 maanden vanwege „samenzwering tegen de staatsveiligheid door samenwerking met ‘vijandige’ media” en tot 8 maanden vanwege „propaganda tegen het Islamitische Republiek” veroordeeld, totaal 4 jaar en 2 maanden gevangenis. Mevrouw Ahmadi werd vrijgesproken van de beschuldiging van „aanmoding tot corruptie door het afleggen van de hijab in openbare plaatsen en verspreiding ervan in cyberspace”. Van dit bedrag zal volgens artikel 134 van de Islamitische strafwet de zwaardere straf, namelijk 3 jaar en 6 maanden gevangenisstraf vanwege „samenzwering tegen de staatsveiligheid door samenwerking met ‘vijandige’ media”, voor mevrouw Ahmadi uitvoerbaar zijn. Dit vonnis werd uiteindelijk, zonder beroep tegen het uitgesproken vonnis en door zich neer te leggen bij het vonnis, verminderd tot 2 jaar en 7 maanden gevangenisstraf. Mevrouw Ahmadi werd uiteindelijk op 26 Bahman 1398 gearresteerd na verschijning voor afdeling 3 voor uitvoering van vonnissen van de openbare aanklager en het revolutionaire gerechtshof van Teheran en overgebracht naar gevangenis Evin om haar straf uit te zitten.
Bron: Hrana




