Europees Parlement veroordeelt systematische schendingen van mensenrechten in Iran, waaronder christenen

Het Europees Parlement heeft via een resolutie de systematische schendingen van mensenrechten in Iran, waaronder christenen, veroordeeld.
Het Europees Parlement heeft op donderdag 23 januari 2025, overeenkomstig 4 Bahman 1403, een resolutie aangenomen waarin de systematische schendingen van mensenrechten in Iran en de bedreiging en intimidatie van minderheden, waaronder christenen, worden veroordeeld. In deze resolutie wordt, onder verwijzing naar de systematische onderdrukking van mensenrechtenprotesten door de regering van de Islamitische Republiek, benadrukt dat deze maatregelen tot doel hebben de stem van tegenstanders het zwijgen op te leggen en protesten te onderdrukken.
In de genoemde resolutie staat: “Christenen, vooral christelijke bekeerlingen na godsdienstverwisseling, worden blootgesteld aan systematische bedreiging en intimidatie. Ook minderheden zoals Koerden, Beloetsjen en Bahá’í’s worden geconfronteerd met etnische en religieus-confessionele discriminatie, en hun fundamentele rechten worden geschonden.”
Drie wereldwijd christelijke organisaties hebben samen met de organisatie Article 18 een rapport gepubliceerd waaruit blijkt dat de gevangenisstraffen in 2024 tegen christenen in dit land met het zescvoudige zijn toegenomen, wat betekent dat in totaal 96 christenen volgens deze vonnissen tot 263 jaar gevangenis zijn veroordeeld. Het zij opgemerkt dat dit rapport tijdens de zitting in Genève in de Verenigde Naties in behandeling is genomen.
In deze resolutie verwijst het Europees Parlement naar de veroordeling van twee vrouwelijke Koerdische politieke gevangenen met de namen “Pakhshan Azizi” en “Varishe Moradi”, die tot de dood waren veroordeeld, en roept om opheffing van hun vonnissen. Het benadrukt dat zij geen eerlijk proces hebben gekregen en onderworpen zijn geweest aan foltering en eenzame opsluiting.
Het Europees Parlement roept in deze resolutie ook op tot opheffing van het doodvonnis en vrijlating van “Ahmadreza Djalali”, Iraans-Zweeds arts en onderzoeker, die bijna 9 jaar als gijzelaar in Iraanse gevangenissen is vastgehouden en tot dood is veroordeeld, en andere Europese burgers die als gijzelaars in Iran worden vastgehouden.
In deze resolutie wordt, onder nadruk op de noodzaak van steun van de Europese Unie aan mensenrechtenactivisten en de beweging “Vrouw, Leven, Vrijheid”, opgeroepen tot verhoogde steun voor het Iraanse maatschappelijk middenveld, versterking van toezicht- en feitenonderzoeksmissies van de Verenigde Naties en plaatsing van de Revolutionaire Garde op de lijst van terroristische organisaties.
De genoemde resolutie werd ingediend door een aantal leden van het Europees Parlement en “Daniel Etter” uit Malta en werd met grote meerderheid van stemmen in Brussel aangenomen.




