Iran NieuwsMensenrechten

Gelijktijdig met de herdenking van de terechtstelling in ’67; beperkingen ingesteld voor toegang tot Khavaran

Persbureau Hrana – Vandaag, vrijdag 7 Mordad, in de herdenking van de massale terechtstelling van politieke gevangenen in de zomer van ’67, werden opnieuw beperkingen ingesteld voor de toegang van nabestaanden. Deze keer werd hun verhinderd bloemen mee te nemen voor het bezoeken van de graven van hun dierbaren.

Volgens persbureau Hrana, het persbureau van de groep mensenrechtenjuristen in Iran, werd vandaag, vrijdag 7 Mordad 1401, de toegang tot de begraafplaats Khavaran van nabestaanden van degenen die in de zomer van ’67 waren terechtgesteld verhinderd om bloemen op de graven van hun dierbaren te leggen.

Pogingen om nabestaanden van terechtgestelden in ’67 de toegang tot de begraafplaats Khavaran te ontzeggen of hen rechtsvervolgingen bloot te stellen door veiligheidsinstellingen zijn niet nieuw. Ook afgelopen juni werden betonnen muren rond de begraafplaats Khavaran geplaatst. Sommige families van politieke gevangenen begraven op de begraafplaats Khavaran meldden ook veranderingen, waaronder verandering van ingang en plaatsing van beveiligingscamerastanders in de omgeving van deze plek.

Vorig jaar zetten de autoriteiten van Behesht Zahra in Teheran, in het verlengde van toenemende druk op Iraanse Baháí-burgers, hun voet neer tegen begrafenissen van overledenen van Baháí-burgers op de Baháí-begraafplaats in Teheran (Golestan Javid). De autoriteiten van Behesht Zahra hadden tegen Baháí-burgers in Teheran gezegd dat zij hun overledenen moeten begraven op massale grafplaatsen die ontstaan waren tijdens de uitgebreide terechtstelling tussen de jaren 1360-1367 in een deel van de begraafplaats Khavaran op anonieme manier.

Het lijkt waarschijnlijk dat deze recente maatregel van autoriteiten om begraven van Baháí-overledenen in Golestan Javid te voorkomen en voor te stellen dat doden begraven worden op massale grafplaatsen van massamoorden in de jaren ’60, een poging is van veiligheidsinstellingen om deel van het bewijs van deze misdaad tegen de menselijkheid uit te wissen.

Na de Revolutie in 1357, en vooral in de periode tussen 1360-1367, werden duizenden politieke en ideologische gevangenen in Iran illegaal terechtgesteld en op anonieme locaties begraven. Enkelen werden ook op bekende begraafplaatsen begraven, maar nabestaanden hadden niet het recht grafsteen of aanwijzingen op hun graven aan te brengen. De poging om deze plaatsen aan te wijzen als bewijs van misdaden tegen de menselijkheid is van belang voor het zoeken naar gerechtigheid en berechting van bevelhebbers en daders van dit gebeuren. Ondanks het verstrijken van decennia sinds deze massamoorden hebben plaatsgevonden, is niet alleen nog steeds de begrafenisplaats van veel slachtoffers onbekend, maar zijn er ook talrijke pogingen waargenomen door veiligheidsinstellingen om dergelijke plaatsen die bewijzen van misdaden tegen de menselijkheid vormen uit te wissen.

Bron: Hrana

 

Gerelateerde artikelen

Terug naar bovenkant pagina knop
Beschermd Door
Shield Security