Iran Nieuws

Hoe verloor de Islamitische Republiek de oorlog om vrije informatieverspreiding aan de maatschappij?

Een noot van Saeid Pivoandi: In Iran vindt een echte mediaoorlog plaats tussen een publiek dat dorst naar vrije informatieverspreiding en een regering die niet bereid is zich aan de regels en normen van een open eenentwintigste-eeuwse samenleving aan te passen. Deze oorlog is niet nieuw en geen verborgen verschijnsel voor een samenleving die vier decennia van bittere regeringscensuur heeft meegemaakt.

Wat nieuw lijkt in het geheel, is een verschuiving die geleidelijk heeft plaatsgevonden in de machtsverhoudingen tussen regering en civiel domein. Terwijl de regering in het verleden erin slaagde de eenzijdige mediale oorlog en informatieverspreiding in haar eigen voordeel voor te zetten, is het tij gekeerd en heeft een groot deel van de maatschappij gereedschappen en vaardigheden verworven waarmee wantrouwige en teleurgestelde burgers op onafhankelijke en creatieve wijze toegang kunnen krijgen tot “onwettige” en onafhankelijke informatie, gegevens en media, en zo een einde kunnen maken aan de regeringscontrole op dit terrein.

Alle aanwijzingen wijzen erop dat dit een angstaanjagende verschuiving is voor diegenen die de religieus maken van de samenleving en het succes van de islamitische regering voorwaardelijk hebben gesteld op alomvattend toezicht op media en het injecteren van opvattingen in het publiek, en dat nog steeds doen.

De uitspraken van Khamenei naar aanleiding van Nouruz 1400 over het beheer van cyberspace en kritiek op de “teugelloosheid” ervan zijn een duidelijk teken van deze bezorgdheid over het verdwijnen van censuur en culturele manipulatie door de regering en de machtsuitbreiding van de maatschappij op het gebied van brede toegang tot informatie, media, “onwettige” inhoud en nieuwe virtuele gespreksruimten.

Alomvattend toezicht op informatieverspreiding

Alomvattend toezicht op media en culturele aangelegenheden als een van de belangrijkste instrumenten van politieke hegemonie en maatschappelijk beheer is sinds het begin van de revolutie een primaire zorg geweest voor functionarissen. In de ogen van de beleidsmakers was het injecteren van opvattingen in het publiek binnen het kader van het waardesysteem van de sjiitisch-islamitische regering, het islamiseren van de samenleving en het integreren van grote groepen mensen in de religieus-revolutionaire cultuur van de regering alleen mogelijk door mediacontrole en volledig toezicht op het culturele domein van het land.

De betekenis van dit alomvattende toezicht in de islamitische “moederstad” is dat de regering de rol van “beschermheer” en “voogd” van het volk vervult met betrekking tot informatieverspreiding en mediastoegang, en dat zij bepaalt, naar eigen inzicht, wat waarheid is, wat goed en slecht is, wat de samenleving moet lezen, weten, zien of horen, en wat ongeschikt en verboden is. De regering beschouwt zichzelf als drager van een heilige missie en rechtvaardigt het censuurbeleid zowel door beroep op religieuze principes als door verwijzing naar “openbare moraal” en de belangen van het politieke systeem.

Deze media- en cultuurmanipulatiebenadering betekende het leggen van een groot deken over de samenleving en een poging Iran van de rest van de wereld af te zonderen. De manier waarop de staatsradio en televisie functioneren is een voorbeeld van deze opvatting over informatieverspreiding en het beleid van alomvattend cultureel toezicht en bewaking. Radio en televisie hebben te maken met talrijke rode lijnen, verboden gebieden en mensen die “niet mogen worden afgebeeld” of “niet mogen worden gehoord” en bemoeien zich met politieke zaken van het land als een regeringspartij.

De hardnekkigheid rond culturele en mediamanipulatie gaat zo ver dat bijvoorbeeld het gebruik van het woord “dans” in een televisieprogramma controversieel wordt, of dat censoren tijdens uitzendingen van internationale sportwedstrijden nauwlettend toezien dat televisiekijkers geen “onpassende” kledij van vrouwelijke toeschouwers zien; zorgen die men in een conventionele regering van onze tijd en in diverse media wellicht nergens zou kunnen vinden.

Een veertig jaar durende slijtageoorlog in de media

De oorlog van de regering tegen onwettige media, informele cultuur en kunst, en vrije informatieverspreiding gaat veertig jaar terug. Het censuurbeleid in de jaren zestig omvatte voornamelijk alomvattend toezicht op media, culturele en artistieke aangelegenheden en boekuitgaven. In de jaren zeventig en tachtig van de Perzische kalender kwamen repressie en druk op onafhankelijke pers en journalisten, oorlog met satelliet en het klimmen van muren door mensen om schotelantennes af te breken, bij het toezichtbeleid. Het doel was om te voorkomen dat informatie vrij kon stromen en dat media bereikt zou kunnen worden die het volk kon voorlichten, deuren naar een andere wereld voor hen kon openen en hun religieuze en politieke “twijfels” kon aanwakkeren.

Ook niet-staatsgebonden legale media werden feitelijk gedwongen zich aan deze gouvernementale censuur aan te passen. Buiten de enge cirkel die door de regering was opgelegd gaan en “illegale” berichten en nieuws verspreiden betekende het einde van hun bestaan. De jaren zeventig en tachtig in Iran waren een triest en donker periode met de sluiting van talrijke media en aanhoudende vervolgingen van journalisten, schrijvers, kunstenaars en maatschappelijk activisten.

De eerste betekenisvolle verschuiving in de machtsverhoudingen in de media begon met de geleidelijke komst van het internet en de verspreiding van sociale media. De dynamische en naar vrijheid hunkerend Iraanse samenleving was destijds op zoek naar manieren om de druk van censuur en regeringsbeperkingen te verlichten. De ongekende verspreiding van bloggen in Iran en het opreden van talrijke burgers die elk de rol van een medium vervulden, veranderde het medialandschap van die tijd. De Groene Beweging ontstond in zo’n sfeer en activisten maakten intelligent gebruik van cyberspace om tegen onderdrukking en censuur te strijden.

De nieuwe mediale macht van de samenleving

Het decennium zeventig van de Perzische kalender moet het decennium van het ontstaan van een nieuwe mediale macht in een samenleving worden genoemd waarin vrije informatieverspreiding een publieke uitdaging is geworden. Sociale media, cyberspace, het internet en de daarbij behorende software hebben een grote revolutie teweeggebracht in de relatie van de samenleving met massacommunicatie en informatieverspreiding. De onlesbare dorst van de Iraanse samenleving naar toegang tot deze nieuwe instrumenten is onder meer verband houdend met beperkingen, censuur en de gesloten en nors ogende cultuur van de regering, die op weinig plaatsen in de wereld in dezelfde vorm kan worden gevonden. Er zijn omstandigheden ontstaan waarin het geheim houden van feiten, gebeurtenissen en nieuws voor de samenleving zeer moeilijk en zelfs onmogelijk is geworden.

De verspreiding van het gebruik van smartphones, het internet en het aansluiten van een groot deel van het volk op sociale netwerken ondanks filtering hebben geleidelijk de mediale macht van de regering verzwakt. Op sociale netwerken circuleren berichten, video’s van verleden en heden, berichten, interpretaties en artikelen, grieven en eisen van hand tot hand, gaan van de ene telefoon naar de andere, en vrije informatieverspreiding is een horizontaal proces van onderaf geworden naar een nationaal volksgegeven.

Virtuele sociale netwerken hebben de geografische afstandsrelatie opgeheven tussen miljoenen verspreide diaspora (communiteiten ver weg van het thuisland) in alle hoeken van de wereld en binnen het land, en toegang tot grensoverschrijdende media is veel gemakkelijker geworden.

Een pijnlijke koersverandering voor de regering

Er was een tijd dat de regering met geweld alles kon opleggen aan het medialandschap van het land. Vandaag de dag heeft de samenleving, ondanks voortdurende beperkingen, enige onafhankelijkheid verworven op het gebied van informatieverspreiding en mediastoegang. Het is alsof het volk zich wraakt voor vier decennia van onbelemmerde controle en regeringscensuur door berichten te delen, ongecensureerde nieuws te verspreiden, kritische artikelen en inhoud opnieuw te delen, officiële berichten ter discussie te stellen, en ironisch om te gaan met de bijgelovige wereld van religieuze en politieke functionarissen.

Belangrijke gebeurtenissen van de afgelopen jaren, zoals straatprotesten in november 2019, de neerslag van het Oekraïense vliegtuig, dossiers met grote corruptie van functionarissen en het leven van paleizkinderen, het starten van brede campagnes rond slachtoffers van veiligheidstroepen of het gerechtssysteem zijn het strijdtoneel van deze mediale oorlog tussen samenleving en regering geweest.

Een ander voorbeeld van de verandering in machtsverhoudingen op het gebied van informatieverspreiding is de vorming van een nieuw soort indirecte relatie tussen samenleving en regering. Vandaag stelt de samenleving zonder angst het beleid, de overtuigingen, uitspraken en het gedrag en optreden van de regering ter discussie in cyberspace en stelt fundamentele vragen eraan.

Bijvoorbeeld, het 25-jarige contract met China wordt onderwerp van openbare discussie, kritische geschriften en interpretaties worden van hand tot hand doorgegeven, en functionarissen kunnen niet langer als in het verleden het publiek negeren en zich beperken tot propagandistische en eenzijdige toespraken. Zelfs op religieus gebied, wanneer de vrijdagimam van Teheran het verhaal van “ogen openen” en “een liefdevolle blik” op het wassen van het levenloze lichaam van Mesbah Yazdi in een televisieprogramma ter sprake brengt, is de reactie van de samenleving in cyberspace zo breed dat hij gedwongen wordt toe te geven dat deze bewering ongegrond is en zijn uitspraken in te trekken.

Voor een regering die haar bevelen altijd met geweld en vanuit een verheven en autoritaire positie heeft uitgevoerd, is dit een onaangename en pijnlijke koersverandering. Het is geen toeval dat iemand als Allameh Tabatabai de rol van het internet als “destructief” schadelijker acht dan het Amerikaanse leger. De regering beschikt niet langer over het initiatief op het gebied van informatieverspreiding, en het is de samenleving die met mediale acties, brede verspreiding van informatie en kritiek op officieel nieuws tegen het propagandasysteem en de eenrichtingscommunicatie van de regering in strijd gaat. Voor het eerst in vier decennia heeft de regering, vooral de schaduwregering, de mediale oorlog feitelijk verloren van het publieke domein.

Een van de belangrijkste gevolgen van de brede beweging van informatiedeling en confrontatie met gouvernementale media en propaganda is dat het traditionele censuurplafond feitelijk zijn betekenis heeft verloren. Radio, televisie en andere gouvernementale of niet-gouvernementale binnenlandse media weten goed dat het volk toegang heeft tot andere bronnen en zijn genoodzaakt hun manier van werken te veranderen om publiek aan te trekken.

De reactie van de regering en nieuwe vormen van mediale strijd

Ondanks de verschuiving van het medialandschap heeft de regering het droom van alomvattend mediale toezicht niet losgelaten. Verschillende vormen van aanwezigheid van veiligheidstroepen en “anonieme soldaten van imam Zaman” in cyberspace, van hackeractiveiten, filteringbeleid tot verspreiding van onjuiste berichten en gegevens nemen dagelijks toe.

Maar de regering is niet tevreden met deze mate van druk en censuur en wil de mediale macht die het volk zich eigen heeft gemaakt, van hen terugnemen. De reactie van de Revolutionaire Garde op de Nouruz-uitspraken van Khamenei en de woorden van Hamid Shahryari, lid van de Hogere Raad voor Cyberspace, dat “de informatieuitwisselingingsruimte van het land beheer behoeft”, wijzen op de aanwezigheid van een sterke wil om het water terug in het kanaal te krijgen. Veel functionarissen streven ernaar het Chinese, Russische en Noord-Koreaanse model uit te voeren voor publiek bewaking en censuur van cyberspace.

De politieke betekenis van het einde van het tijdperk van alomvattend gouvernementaal toezicht

De politieke betekenis van deze belangrijke transformatie op het gebied van informatieverspreiding en nieuwe gespreksruimten in de samenleving is een verstoring van het psychologische machtsveld ten nadele van de regering. De hedendaagse samenleving heeft het vermogen gevonden om op verschillende manieren tegen regeringsbeleid en ineffectiviteit te protesteren, de verborgen geheimen van het islamitische systeem aan het licht te brengen, door aan regelingscensuur te ontsnappen, nieuwe gespreksruimten te creëren, functionarissen en beleid te kritiseren en hen ter verantwoording te roepen.

Daarentegen zijn gouvernementale media en functionarissen, anders dan voorheen, genoodzaakt te reageren op wat het volk weet en vraagt en van een defensieve positie over te gaan tot rechtvaaardiging van hun gedrag en beleid.

In omstandigheden van politieke crisis is deze mediavorsprong en opening voor het publieke domein van levensbelang. In feite kan de sleutel tot toekomstige veranderingen onder meer afhanken van deze mediale oorlog.

In een land waar het maatschappelijk middenveld, politieke partijen, vakbonden en niet-gouvernementale en beroepsorganisaties voortdurend door de regering onder druk worden gezet of onderdrukt, ontstaat een soort virtual oppositie over het hele land die de autoriteit van de regering op verschillende terreinen ter discussie stelt.

 

Bron: Radio Farda

Gerelateerde artikelen

Terug naar bovenkant pagina knop
Beschermd Door
Shield Security