Hoofd van ‘Stichting voor de Onderdrukkten’ bekritiseert manier van conversatie burgers over Pahlavi-periode

Het hoofd van de ‘Stichting voor de Onderdrukkten’ heeft woensdag 20 Bahman scherpe kritiek geleverd op het gangbare discours in cyberspace over de Pahlavi-regering, en zich gericht op kritiek op de economische situatie van Iran tijdens het regime van Mohammad Reza Sjaah Pahlavi.
Volgens het nieuwsbureau Mehr zei Parviz Fatah, die sprak op een evenement over onroerend goed dat voor de revolutie van 1979 in beslag was genomen, dat “helaas vandaag de dag sommigen misbruik maken van economische problemen en in cyberspace trachten het gezicht van de Pahlavi-familie schoon te poetsen.”
Hij sprak ook over documenten die zijn stichting in beslag heeft genomen en zei dat “we de identiteitspapieren van Farah, de Sjaah en de kroonprins hebben”, en stelde vervolgens de vraag: “Hoe was de situatie van het Iraanse volk destijds, toen dit slechts 25 miljoen inwoners had, en terwijl de olieverkoop destijds erg goed was en er geen sancties waren?”
Parviz Fatah leverde vervolgens scherpe kritiek op de economische situatie van het Iraanse volk in de periode voorafgaand aan de Islamitische Republiek. Deze kritiek wordt geuit op een moment waarop volgens de verantwoordelijken van de Islamitische Republiek zelf alle economische indicatoren van Iran in een ernstige toestand verkeren, en het aantal burgers onder de armoedegrens en sloppenwijkbewoners een stijgende trend vertoont in deze statistieken.
Kritiek op de manier van conversatie van burgers over de Pahlavi-periode is onder de leiders van de Islamitische Republiek in recente weken toegenomen, en ook Ayatollah Ali Khamenei, de leider van de Islamitische Republiek, zei in zijn dinsdag toespraak, aanvallend op media-outlets die hij “vijandig” noemde, dat wat deze media over de Pahlavi-periode publiceren niet negatief is en hij sprak zich hier sterk tegen uit.
Ramadan Sharif, woordvoerder van de Revolutionaire Garde, zei ook op 7 Dey dat 50 miljoen Iraniërs geen “informatie” hebben over de activiteiten van de geestelijkheid tegen het Pahlavi-regime en “door gebrek aan bewustzijn” sommige films over de Pahlavi-periode geloven.
Hij noemde deze films “ingekort en vervalst” en zei dat deze films worden uitgezonden om “mensen te doen geloven dat de Iraanse revolutie een fout was”.
De woordvoerder van de Revolutionaire Garde maakte in Azar 98 een soortgelijke uitspraak en zei dat 40 miljoen Iraniërs de Pahlavi-periode “niet hebben begrepen en ervaren” en dat de Islamitische Republiek niet in staat is geweest voorlichting over het Pahlavi-regime te geven en de jongere generatie in Iran “aan twijfel” is onderhevig.
De bezorgdheid van de leiders van de Islamitische Republiek werd geïntensiveerd nadat demonstranten in de straat protesten van de jaren 96 en 98 in Iran slogans ter ondersteuning van de Pahlavi-periode scandeerden.
Bron: Radio Farda




