Iran bestempelt uitspraken Saudische defensieminister als “open bedreiging”

De permanente vertegenwoordiger van Iran bij de Verenigde Naties heeft recente uitspraken van de Saudische defensieminister over Iran aangeduid als een “open bedreiging” tegen zijn land en als “een bekentenis van deze regimes samenwerking met terroristische activiteiten”.
De Iraanse ambassadeur bij de Verenigde Naties beschouwde de uitspraken van Mohammad bin Salman, de Saudische defensieminister, volgens artikel 2 lid 4 van het Handvest van de Verenigde Naties als “een open bedreiging tegen Iran en een teken van steun voor terrorisme”.
Mohammad bin Salman, kroonprins van Saoedi-Arabië, had op 2 mei in een televisie-interview, stellende dat “Irans uiteindelijke doel de controle over Mekka is”, verwijzend naar “Irans rol in Jemen en de regio”. Hij voegde eraan toe dat zijn land, in plaats van toe te staan dat Saoedi-Arabië een slagveld wordt, zou proberen het conflict naar Iran te brengen.
Mohammad bin Salman had ook gezegd dat Iran ernaar streeft de islamitische wereld te controleren en dat Saoedi-Arabië geen kans ziet op onderhandelingen met Iran dat voorbereidingen treft voor de verschijning van imam Mahdi. De Saudische defensieminister voegde eraan toe dat zijn land de door Iran ondersteunde Houthi-milities in Jemen kan verslaan.
Gholamali Khoshroo benadrukte donderdag 4 mei in een brief aan de secretaris-generaal van de Verenigde Naties: “Dergelijke uitspraken vormen niet alleen een bedreiging tegen Iran, maar zijn een expliciet bewijs van de betrokkenheid van het Saudische regime bij terroristische en gewelddadige activiteiten binnen Iran, waarvan de dood van 9 Iraanse grensagenten door door Saoedi-Arabië financieel gesteunde gewapende schurken het meest recente voorbeeld is.”
Een groep Iraanse grensagenten werd op 27 april aangevallen in het noordoosten van de provincie Sistan en Baluchistan. Een dag later claimde de groep “Jeish al-Adl”, die tegen de Islamitische Republiek is, de verantwoordelijkheid voor de aanval.
Gholamali Khoshroo beschreef in zijn brief aan de Verenigde Naties Saoedi-Arabië als een land met “een lange geschiedenis van steun aan agressie en het gebruik van terroristische en extremistische groeperingen om zijn doelstellingen” in “de regio en daarbuiten” te bereiken.
Hij noemde de “oprichting van Al-Qaeda en de Taliban in de jaren negentig en steun voor moord en instabiliteit in Irak sinds 2003 en financiële steun voor ISIS en andere terroristische organisaties” als bewijs van zijn uitspraken.
De Iraanse vertegenwoordiger stelde duidelijk dat “vrede en stabiliteit het gemeenschappelijk belang van alle staten in de Perzische Golf zijn” en dat Iran “geen belang of voordeel heeft bij escalatie van spanningen tussen zijn buren en bereid is tot dialoog en samenwerking om stabiliteit in de regio te versterken, extremistisch geweld te bestrijden en sekterische haat af te wijzen.”
Iran en Saoedi-Arabië concurreren om invloed in de regio. Iran wordt beschuldigd van steun aan de Jemenitische Houthi-rebellenen en Saoedi-Arabië staat aan het hoofd van een coalitie die tegen de Houthi’s in Jemen vecht. Ook in Syrië steunen de twee landen rivaliserende groeperingen.
Saoedi-Arabië verbreed zijn betrekkingen met Iran na de aanval op de Saudische ambassade in Teheran en het consulaat in Mashhad.
Bron: DW




