Iraans Christelijk Nieuws

Jaarrapport: Wijd verbreide vervolging van christenen in Iran gaat door

Een jaarlijks rapport over de situatie van de christelijke gemeenschap in Iran wijst op “straf op grond van geloof” en voortdurende “wijd verbreide schending” van hun rechten in het land, ondanks “ontkenning” door de autoriteiten van de Islamitische Republiek.

De auteurs van het rapport hebben geschreven dat “verschillende beslissingen” over zaken van christenen met dezelfde beschuldigingen wijzen op “inconsistenties” die het Iraanse rechtsstelsel teisteren, en niet alleen wordt er “geen vooruitgang” in gezien, maar hangt het af van de persoonlijke opvatting van verschillende rechters.

Het uitvaardigen van zware borgstellingen waarvan sommige bedragen tot $220.000 Amerikaanse dollars oplopen, het feit dat alle gevangengenomen christenen zonder elektronische voetband van hun vrijheid zijn beroofd, voortdurende detentie en ongegronde beschuldigingen tegen hen, vervolging van christenen en het dwingen ervan om het land te ontvluchten om lange gevangenisstraffen te vermijden en toevlucht te zoeken in buurlanden ondanks slechte leefomstandigheden, zijn onder andere gerapporteerde vormen van discriminatie tegen Iraanse christenen.

In het recente gezamenlijke rapport, dat door meerdere mensenrechtenorganisaties is opgesteld, waaronder de internationale organisatie “Middle East Concern”, de christelijke organisatie “Open Doors” en “Article 18”, wordt benadrukt dat Farsi sprekende christenen in de Islamitische Republiek “gestraft” worden vanwege hun “geloof”.

In het rapport staat dat christenen in Iran worden vervolgd, terwijl de gerechtelijke macht van de Islamitische Republiek in een officieel antwoord aan senior experts van de Verenigde Naties in januari 2021 heeft beweerd: “Niemand in Iran wordt vervolgd op grond van religieuze redenen”.

Desondanks heeft de gerechtelijke macht in hetzelfde antwoord uitdrukkelijk erkend dat zij wettelijke maatregelen neemt tegen leden van “vijandige groepen” en “privékerken” die zij ervan beschuldigt lid te zijn van een “zionistische christelijke sekte” met “anti-veiligheidsdoeleinden”.

“Vervolging, arrestatie, verhoor en druk om af te zien van of zich te onthouden van contact met andere christenen of deelname aan christelijke activiteiten” zijn onder andere zaken die in dit rapport worden genoemd.

Het rapport stelt dat als deze christenen zich willen verzamelen “voor aanbidding, gebed en bijbelstudie” op een plaats buiten de officiële kerken die onder toezicht van de regering staan, zij kunnen worden beschuldigd van “daden tegen de veiligheid”.

De wijziging van artikelen 499 en 500 van de Islamitische Strafwet in februari 2021 en de mogelijkheid religieuze minderheden tot vijf jaar gevangenisstraf te veroordelen onder titels als “afwijkende propaganda en oppositie tegen de heilige religie van de islam” zijn onder andere zaken die volgens dit rapport hebben geleid tot beschuldigingen tegen christenen.

Het rapport beschouwt tegelijkertijd de uitspraak van het Iraanse Hooggerechtshof in november 2021 over herziening van vonnissen tegen negen christelijke bekeerlingen als een “positieve ontwikkeling”, maar merkt tegelijkertijd op dat moet worden afgewacht hoe de revolutionaire tribunalen deze zaken zullen behandelen.

Het rapport spreekt waardering uit voor een uitspraak van een tak van het revolutionaire gerecht in Dezfoel waarin de godsdienstverzaking van acht christelijke bekeerlingen slechts vanuit religieus oogpunt en niet juridisch als “misdaad” wordt beschouwd, en beschouwt dit als een positieve uitkomst.

Desondanks heeft volgens het rapport het Hooggerechtshof in dezelfde maand een verzoek om herziening van een christelijk echtpaar dat tot tien jaar gevangenisstraf was veroordeeld vanwege deelname aan een huiskerk, afgewezen.

De mensenrechtenorganisaties die dit rapport hebben opgesteld hebben de Islamitische Republiek verzocht christenen die op basis van “vervalste beschuldigingen met betrekking tot hun geloof of religieuze activiteiten” zijn gearresteerd, onmiddellijk en zonder voorwaarden vrij te laten.

Het stopzetten van de strafbaarstelling van organisatie en lidmaatschap van huiskerken, inbeslagneming van kerkelijk eigendom en confiscatie van christelijke eigendommen, onrechtmatige arrestatie van religieuze minderheden en garanties voor het recht op juridische bijstand voor gearresteerden en toestemming voor toegang van de speciale rapporteur van de Verenigde Naties op het gebied van mensenrechten in Iran tot deze zaken behoren tot de andere aanbevelingen en verzoeken van dit jaarlijkse rapport.

Het rapport verzoekt tegelijkertijd ook leden van de internationale gemeenschap om tijdens politieke en economische onderhandelingen met de autoriteiten van de Islamitische Republiek van hen te eisen dat zij op basis van hun internationale verplichtingen vrijheid van gedachte en religie in het land voor iedereen moeten faciliteëren en garanderen.

Het onderwerp van voortdurende vervolging van religieuze gemeenschappen in Iran, inclusief de christelijke gemeenschap, heeft ook veel aandacht gekregen in de rapporten van Javaid Rehman, speciale rapporteur mensenrechten van de Verenigde Naties inzake Iran.

Wat het aantal christenen in Iran betreft, bestaan er verschillende statistieken. Het Iraanse staatsbureau voor statistieken zegt dat 117.000 christenen in Iran leven, maar volgens sommige ramingen is het werkelijke aantal christenen veel groter dan de officiële statistieken.

Volgens de statistieken van de “Christelijke Werelddatabasepositie” zijn er ongeveer 547.000 christenen in Iran. Een ander christelijk organisatie genaamd “Priesters van Elam” zegt dat er tussen de 300.000 en 1 miljoen christenen in Iran kunnen zijn.

Deze statistieken worden gepresenteerd terwijl gezien de vervolging van christelijke bekeerlingen in Iran het aantal ervan onduidelijk is.

Bron: Radio Farda

Gerelateerde artikelen

Terug naar bovenkant pagina knop
Beschermd Door
Shield Security