Mensenrechtenorganisatie bezorgd over goedkeuring van nieuwe wetten tegen minderheden in Iraans parlement

De mensenrechtenorganisatie ‘Article 19’ uitte bezorgdheid over het voorstel om twee artikelen aan de islamitische strafwet toe te voegen met betrekking tot ‘belediging van wettelijke religies en geloofsrichtingen en Iraanse volken’.
In een verklaring van de organisatie, gepubliceerd op donderdag 20 Azar, staat dat indien deze bepalingen in hun huidige vorm worden aangenomen, ‘de rechten op vrijheid van meningsuiting, godsdienst en geloof in Iran met een sterker golfslag van aanvallen zullen worden geconfronteerd.’
De organisatie roept de vertegenwoordigers van de Iraanse islamitische shura-raad op onmiddellijk dit voorstel volledig van hun agenda af te voeren en alle toekomstige inspanningen voor goedkeuring van soortgelijke regelgeving af te zien.
Selwa Ghazoui, programmamanager voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika van Article 19, zegt: ‘In plaats van de wet aan te passen om de islamitische strafwet in overeenstemming te brengen met internationale mensenrechten en normen, hebben Iraanse wetgevers stappen ondernomen om discriminatie tegen religieuze en ideologische minderheden verder aan te scherpen en de onderdrukking van vrijheid van meningsuiting in het kader van de wetten van het land te versterken.’
Volgens haar is het voorstel ‘in feite een groen licht voor rechterlijke, aanklagers- en handhavingsinstanties om de onderdrukking van personen en groepen die al eerder zijn lastiggevallen, enkel en alleen omdat zij hun mensenrechten uitoefenen, te intensiveren’.
Article 19 schrijft dat het voorgestelde plan ‘personen die behoren tot religieuze en ideologische minderheden, inclusief Bahai’s die in afgelopen decennia systematisch lastigvallen en onderdrukking hebben ondergaan, in gevaar brengt van verhoogde schending van hun rechten’.
In de verklaring van de organisatie staat dat indien dit voorstel in de huidige vorm wordt aangenomen, ‘wordt gevreesd dat religieuze en ideologische minderheidsgroepen die lastigvallen en onderdrukking ondergaan, zoals Bahai’s, Yarsan, Mandaeën, Derwisjen en Ahl-e Haqq, met intensivering van onderdrukking en lastigvallen worden geconfronteerd.’
Het voorstel voor ’toevoeging van bepalingen aan boek vijf van de islamitische strafwet (straffen en afschrikkende straffen) met betrekking tot belediging van wettelijke religies en geloofsrichtingen en Iraanse volken’ werd aanvankelijk in Ordibehesht 1399 door het parlement aangenomen en vervolgens ter beoordeling naar de Raad van Toezichthouders verzonden.
Deze raad zond het voorstel ook in Ordibehesht terug naar het parlement met enkele opmerkingen, en zoals Article 19 heeft verklaard, het parlement heeft het in de huidige maand Aban wijzigingen aangebracht.
Volgens artikel één van het voorstel, dat ten doel heeft artikel 499bis aan de Iraanse strafwet toe te voegen, zware straffen worden opgelegd aan ‘iedereen die met het doel verdeeldheid, geweld of spanning in de samenleving te creëren, of met kennis daarvan, Iraanse volkeren beledigt, en of met dezelfde bedoeling of kennis openlijk godsdiensten die in de grondwet genoemd worden vervloekt’.
Dit voorstel verwijst naar ‘godsdiensten’ en ‘volkeren’ op algemene wijze zonder aan te geven welke groepen mogelijk doelwit van provokatie, aanmoediging tot geweld en discriminatie kunnen worden of verplicht kunnen worden tot aanmoediging van discriminatie, vijandigheid of geweld.
Artikel 2 van het voorstel, dat ten doel heeft artikel 500bis aan de islamitische strafwet toe te voegen, voorziet in zware straffen voor iedereen die onder de naam van ‘secte’, ‘groep’, ‘vereniging’ en dergelijke en via ‘methoden van gedachtecontrole en psychologische suggestie’ activiteiten uitvoert zoals ‘afwijkende onderwijzen propagandaactiviteiten in strijd met en schadelijk voor het heilige islamitische geloof’ en of ‘het poneren van valse en onware stellingen op religieus en denominatief gebied, zoals stellingen van goddelijkheid’.
Article 19 uitte bezorgdheid over de hoge waarschijnlijkheid dat artikel 500bis wordt gebruikt voor strafrechtelijke vervolging van steeds meer personen onder het voorwendsel van het volgen en praktiseren van afwijkende opvattingen, zoals Bahai’s en volgelingen van Erfan Halgheh.
Volgelingen van dergelijke groepen worden doorgaans door de Iraanse regering aangeduid als ‘verdwaalde sekten’ en worden gewoonlijk geconfronteerd met beschuldigingen zoals ‘propaganda tegen het systeem’ en ‘lidmaatschap van een illegale groep’, ‘uitoefening van psychologische dominantie’ en ‘suggestie’ met het doel samenleving te bederven.
Bron: Radio Farda




