Iran Nieuws

New York Times onthult geheime documenten over Irans rol in Irak

De New York Times zegt via “The Intercept” toegang te hebben gekregen tot geheime documenten die Irans plannen in Irak en pogingen om zijn positie in het land te behouden, onthullen. De New York Times schrijft over Irans invloed in Irak en de rol van Qassem Soleimani.

«Begin oktober, toen onrust in Bagdad begon, was een vertrouwde waarnemer stil en zachtjes in Bagdad te werk. Bagdad was wekenlang belegerd en de straten waren toneel van protestacties van burgers die een einde aan corruptie en het ontslag van de premier van het land eisten. De demonstranten veroordeelden met name de intense invloed van Iran op de Iraakse politiek en staken Iraanse vlaggen in brand en vielen het Iraanse consulaat aan.»

De New York Times schrijft: «De bezoeker was gekomen om orde te herstellen, maar zijn aanwezigheid voedde alleen maar het ongenoegen van de demonstranten: hij was Qassem Soleimani, commandant van de Quds-strijdkrachten.»

De krant meldt dat documenten uit Iran naar buiten zijn gelekt die een nauwkeurig beeld geven van Teherans rol in de tussenkomst van de autoriteiten van dit land in Iraakse zaken en de speciale rol van Qassem Soleimani, commandant van de Quds-strijdkrachten in beslissingen die in Bagdad worden genomen, aan het licht brengen.

Deze documenten maken deel uit van een Iraans archiefvan geclassificeerde informatie dat “The Intercept” heeft verkregen en ook aan de New York Times is gegeven en tegelijkertijd door beide mediakanalen is gepubliceerd.

De rol van Qassem Soleimani in Irak

De New York Times verwijst naar de recente onrust in Irak en de aanwezigheid van Qassem Soleimani in het land en stelt dat diens doel was het stabiliseren van de regering van Adel Abdul Mahdi en het uitstippelen van plannen om tegen de volksopstand in te gaan, die als een bedreiging voor Teherans invloed in Irak wordt beschouwd.

Op basis van informatie uit deze documenten heeft Soleimani een geallieerde in het Iraakse parlement ontmoet om hem aan te moedigen Abdul Mahdi in zijn positie te steunen.

De Arabische website “Al-Hurra” heeft delen van het New York Times-artikel ook onder de aandacht gebracht.

“Al-Hurra” schrijft dat deze documenten aantonen dat Soleimanis rol in Irak groter is dan de alliantie tussen politieke krachten in Irak en dat Teheran een netwerk van spionnen en agenten die zijn geplaatst in belangrijke politieke, economische en zelfs religieuze instellingen in Irak, heeft weten op te bouwen.

Volgens de New York Times onthullen deze documenten dat Qassem Soleimani een effectieve rol speelt in het versterken van Teherans invloed in Irak.

De New York Times schrijft dat het Iraanse ministerie van Inlichtingen bang was dat Irans verworvenheden in Irak verloren zouden gaan omdat Irakezen hun vuisten tegen het borst sloegen van sjiitische paramilitairen en de Quds-strijdkrachten. In dit rapport wordt verwezen naar Soleimanis rol in dit verband en wordt Soleimani bekritiseerd omdat hij zijn rol in het leiden van de Quds-strijdkrachten in Irak openbaar heeft gemaakt door foto’s op sociale mediakanalen te publiceren.

700 pagina’s documenten van onbekende bron

De New York Times schrijft dat ongeveer 700 pagina’s geheime documenten die anoniem naar The Intercept zijn verzonden, van het Perzisch naar het Engels zijn vertaald. In dit verband wordt verwezen naar een bericht van een anonieme persoon die zijn doel bij het versturen van deze documenten als volgt heeft gesteld: «Laat de wereld weten wat Iran met mijn land Irak doet.»

Deze documenten bevatten honderden rapporten en correspondentie die tussen 2014 en 2015 zijn geschreven door ambtenaren van het Iraanse ministerie van Inlichtingen die in Irak werkzaam waren.

“Al-Hurra” schrijft dat deze documenten afbeelden hoe Irak sinds 2003 geleidelijk onder Irans invloed is terecht gekomen en ook aantonen hoe Iran Amerika is voorgegaan en tracht zijn invloed in Irak uit te breiden en nieuwe uitdagingen aan te gaan.

Spionage tegen betaling van beloningen

Deze documenten tonen aan waar ontmoetingen tussen Iraanse partijen en hun agenten in Irak plaatsvinden; in donkere steegjes, winkelcentra of onder het mom van jachtreizen en zelfs feestjes.

Volgens deze documenten hielden spionnen voortdurend Amerikaanse soldaten in de gaten. Ze lagen op de loer op het vliegveld van Bagdad en maakten foto’s van Amerikaanse soldaten en hielden coalitievluchten in het oog. Deze documenten laten zien hoe agenten die Iran informatie gaven, loon ontvingen, hetzij in de vorm van geschenken van pistache, parfum en saffraan, hetzij als smeergeld aan Iraakse ambtenaren en zelfs het betalen van onkosten van Iraakse inlichtingenambtenaars. In een van deze documenten wordt melding gemaakt van 87 euro als geschenk aan een commandant.

Abdul Mahdi en relatie met Iran

Een van deze documenten toont aan dat Adel Abdul Mahdi, iemand die tijdens zijn ballingschap onder Saddam Hoessein nauw met Iran samenwerkte, een speciale relatie met Teheran heeft. In dit document wordt deze speciale relatie ook in 2014 genoemd, toen Abdul Mahdi Iraaks olieminister was, maar worden geen details over de aard van deze relatie gegeven.

De New York Times schrijft dat een voormalige hoge Amerikaanse ambtenaar waarschuwde dat «een speciale relatie met Iran veel dingen kan betekenen, dit betekent niet dat hij een agent van de Iraanse regering is». De New York Times vervolgt daarop dat echter geen politicus in Irak zonder Irans steun premier kan zijn en dat Abdul Mahdi, die in 2018 als kandidaat werd genoemd, als een kandidaat werd beschouwd op wie zowel Iran als de Verenigde Staten hun goedkeuring hadden.

In dit rapport verschijnen ook de namen van verschillende andere hoge Iraakse ambtenaren. Bijvoorbeeld wordt verwezen naar Al-Maliki, die in de jaren tachtig in ballingschap in Iran verbleef en een van Teherans opties was. Hij was voor Teheran verkieslijker dan zijn rivaal Haider al-Abadi, die een Britse geschoolde leider was en dicht bij het Westen stond.

In dit rapport wordt verwezen naar een ontmoeting georganiseerd door de Iraanse ambassade waarin Al-Abadi wordt beschreven als «een Engelsman» en kandidaat van «Amerika» en waar Iran van mening was voldoende ministers [loyaal aan Iran] in voorraad te hebben. In dit verband wordt ook de naam van Hassan Danaiifar, voormalig Iraanse ambassadeur in Irak, genoemd, die in deze bijeenkomst de namen van kabinetsledenleden één voor één opnoemt en hun relatie met Iran uitlegt. Ibrahim Al-Jafari is nog een andere politicus die in dit rapport wordt genoemd als iemand die een speciale relatie met Iran heeft.

Cultiveren van Iraakse ambtenaren trouw aan Iran

Deze documenten tonen aan dat de Iraanse Revolutionaire Garde, met name de Quds-strijdkrachten onder leiding van Qassem Soleimani, Irans beleid in Irak, Libanon en Syrië, die de gevoeligste landen voor Teheran zijn, controleren. De New York Times schrijft dat de benoeming van nieuwe ambassadeurs voor deze landen onder normale omstandigheden niet in handen is van het ministerie van Buitenlandse Zaken, maar in handen van de hoogste autoriteiten van de Iraanse Revolutionaire Garde.

De krant schrijft dat, naar bronnen aangeven, ambtenaren van het ministerie van Inlichtingen en de Iraanse Revolutionaire Garde in Irak naast elkaar werkzaam zijn en hun bevindingen rapporteren aan hun respectieve kantoor in Teheran, dat op zijn beurt hun rapporten doorstuurt naar Irans Nationale Veiligheidsraad.

Deze documenten tonen aan dat het cultiveren van Iraakse ambtenaren loyaal aan Iran een belangrijk onderdeel van hun activiteiten is geweest, wat door Irans alliantie met veel Iraakse leiders uit oppositiegroepen in de oorlog tegen Saddam Hoessein, vergemakkelijkt werd.

Qais Al-Qaisi, politieke analist van Iraakse aangelegenheden en adviseur van de Iraanse regering in Irak, benadrukt dat Iran zich richt op het cultiveren van hoog geplaatste ambtenaren in Irak. Hij voegt eraan toe: «Wij hebben een groot aantal bondgenoten onder Iraakse ambtenaren die we blind kunnen vertrouwen.»

Iran vult de leegte van Amerika

Volgens gelekte informatie werd Iran actief nadat Amerikaanse soldaten zich in 2011 uit Irak terugtrokken, om snel degenen die met de Amerikaanse CIA samenwerkten, voor zich in te winnen.

Op basis van een van deze documenten hebben Iraanse inlichtingendiensten begonnen met het aantrekken van spionnen bij het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Dit document laat niet zien of Iran in die tijd in zijn pogingen succesvol was. Deze documenten tonen echter aan dat Iran contact met een bron had geïnitieerd en dat financiële stimulansen, goudbeloningen en andere geschenken ter sprake kwamen.

Uit de verkregen documenten blijkt dat een persoon van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, wiens naam niet wordt genoemd, op de hoogte was van Amerikaanse regeringsprogramma’s in Irak en deze informatie aan Iran kon doorgeven, hetzij met betrekking tot de bestrijding van ISIS, hetzij met betrekking tot geheime operaties.

«We zijn sjiieten en hebben een gemeenschappelijke vijand»

In deze documenten staat uit november 2014 dat een Iraakse ambtenaar die eerder voor de CIA werkte en de schuilnaam «Danny Brasco» droeg, later lid werd van de Iraanse inlichtingendienst en bekend staat als «Bron 134992».

«Bron 134992» stelt Iraanse agenten op de hoogte van alle informatie die hij over Amerikaanse geheime activiteiten in Irak heeft en zegt deze informatie te verkopen: veilige plaatsen, namen van hotels waar ontmoetingen tussen Amerikanen en hun spionnen plaatsvinden, details over wapens en trainingen en namen van andere Irakezen die voor Amerikanen spioneren. Deze spion zegt dat, terwijl zijn salaris op 3000 dollar was gesteld, hij anderhalf jaar voor de CIA werkte, plus een dubbele betaling van duizend dollar en een auto.

In een ander telegram zegt een Iraakse inlichtingenofficier tegen zijn Iraanse tegenhanger dat hij, vooral gezien de activiteiten van de Verenigde Staten in het land, bereid is voor Iran te spioneren en verzekert hen: «Iran is mijn tweede land». De New York Times citeert deze Iraakse officer als volgt: «Zeg hun dat wij in uw dienst staan. We zijn sjiieten en we hebben een gemeenschappelijke vijand.»

Irans voornaamste programma’s in Irak

De New York Times schrijft dat sommige informatie verwarrend en belachelijk is, bijvoorbeeld dat Iraanse spionnen een Duitse culturele instelling in Irak binnendringen, maar ontdekken dat ze het verkeerde wachtwoord hebben en de kluis niet kunnen openen. Deze krant verwijst echter ook naar waardevolle informatie die deze documenten onthullen en noemt de agenten die in deze documenten worden afgebeeld professioneel.

Hun voornaamste taak, aldus de New York Times op basis van de gelekte documenten, wordt beschreven als het voorkomen van de opsplitsing van Irak, het op afstand houden van soennitische paramilitairen van Irans grenzen, het voorkomen van sectarisch geweld dat de sjiitische gemeenschap zou kunnen treffen en het voorkomen van een onafhankelijk Koerdistan dat de stabiliteit van de regio en Irans veiligheid zou bedreigen.

 

Bron: DW

Gerelateerde artikelen

Terug naar bovenkant pagina knop
Beschermd Door
Shield Security