Ter dood veroordeelde verklaart geloof in Jezus Christus voordat vonnis wordt uitgevoerd

Ali Reza Asadi, een ter dood veroordeelde gevangene, verklaart zijn geloof in Jezus Christus voordat het vonnis wordt uitgevoerd.
Op de ochtend van zaterdag 6 Shahrivar 1395 werden twaalf gevangenen in de gevangenis van Rajai Shahr in Karaj geëxecuteerd op beschuldiging van drugsgerelateerde misdrijven.
«Ali Reza Madadpour, Bahman Rezaei, Arman Bahrami, Ali Reza Asadi, Mohsen Eslami, Hossein Beirami, Mehdi Rostami, Amir Sorkha en Ali Reza Sorkha» waren de namen van negen van deze geëxecuteerden.
Deze executies vonden plaats terwijl Ahmad Shahid, speciale rapporteur van de Verenigde Naties over Iran, de Iraanse autoriteiten had verzocht de executie van deze 12 personen onmiddellijk op te schorten.
Evangelie van Johannes, hoofdstuk 3, verzen 14 tot 18
En zoals Mozes in de woestijn de slang verhoogde, zo moet ook de Mensenzoon verhoogd worden,
opdat ieder die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
Want God heeft de wereld zó lief gehad dat hij zijn enige Zoon gaf, opdat ieder die in hem gelooft niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.
Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden om de wereld te veroordelen, maar opdat de wereld door hem gered wordt.
Wie in hem gelooft wordt niet veroordeeld; maar wie niet gelooft is reeds veroordeeld, omdat hij niet in de naam van Gods enige Zoon geloofd heeft.
In Gods Woord lezen we dat Gods Woord vlees werd en in de gedaante en gelijkenis van mensen op aarde verscheen, en door gehoorzaamheid en dienst, zonder zonde en in een heilig en zuiver leven, kon hij de zonden van de mensheid op zich nemen en hem deze hoop en mogelijkheid gaf om eenmaal en voor altijd van al zijn zonden berouw te hebben en zonder enige aardse tussenpersoon of zonder toevlucht te nemen tot enig bekend of onbekend wezen, en alleen door Gods Zoon (hetzelfde Woord Gods dat vlees werd) met God en zijn onzichtbare Schepper te spreken en in een wederzijdse en liefdevolle relatie in te treden.
Voor de mens die geen hoop had op verlossing van de last van zonden en geen weg zag voor bevrijding van zijn zondig wezen dat naar smerigheid neiging had, kwam God zelf naar de aarde en stelde zich voor het aangezicht van de mensheid. Zoals Jezus Christus zei: Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door mij.
Er zijn talloze zondaars geweest door de geschiedenis heen die, verloren en onmachtig onder dit zondig wezen en in hun uiterste vertwijfeling, zelfs in de laatste momenten van hun leven, zich tot deze goede en liefdevolle Heer hebben gewend en van hem verlossing hebben gezocht en werkelijke zaligheid hebben bereikt.
Voorbeelden van zulke mensen vind je in overvloed in het Evangelie van Jezus Christus, want Christus zei: Ik ben voor de zieken, de behoeftigen en zondaars ter wereld gekomen om hen te redden, want de gezonden en rechtvaardigen hebben geen dokter en redder nodig.
Een van deze mensen, die in zijn laatste momenten en teleurgesteld over zijn onvruchtbare en zondige leven zich tot onze Heer Jezus wendde, was een dief die samen met een andere dief en Jezus Christus werd gekruisigd en zijn laatste momenten doormaakte.
Hoewel hij al zijn kansen voor berouw en leven op deze aarde en in deze wereld zag voorbijgaan, voelde hij plotseling in zijn hart een roeping dat dit persoon naast hem, zonder enige zonde aan het sterven was, diezelfde persoon was van wie in Gods Woord beloofd was dat hij zou komen. In dat moment werd zijn hart vervuld van liefde en verering voor God, en met een smekende toon zei hij tot Jezus de Heer die naast hem stervende was: Wanneer je ter oordeel op de dag van de opstanding je koninkrijk binnengaat, denk alstublieft ook aan mij en vergeef mijn zonden.
Het antwoord van Jezus aan deze dief en rover, die zijn zonden onderging, is waardig om te horen en te overwegen.
Evangelie van Lukas, hoofdstuk 23, verzen 42 en 43
Daarop zei hij tot Jezus: Heer, denk aan mij als je in je koninkrijk komt.
Jezus zei tot hem: Voorwaar, ik zeg je: heden zul je met mij in het Paradijs zijn.
Jezus Christus zei hem nooit: Je hebt je hele leven aan overstuiging en diefstal en misschien moord en gokken en ontucht en dergelijks besteed, en nu vraag je me omdat je één woord hebt gezegd en naast me staat mij je als een volledig onschuldige persoon in aanmerking te nemen en je in mijn koninkrijk in te voeren?
Nee. Christus antwoordde hem onmiddellijk met wat hij in die momenten verlangde te horen. Jezus Christus vergeef hem en zonder hem te berispen of te verwijten, zei hij hem dat hij tegelijk met mij het koninkrijk en het Paradijs zou binnengaan. Net als ik zelf.
Wat onvergelijkbare en onbegrijpelijke liefde en vergeving. Dit is God die op zulke wijze machtig is dat hij door één woord, dat uit het diepste hart van een persoon en met heel zijn wezen wordt beleden, de pen van amnestie en het handschrift van volledige vergeving over al onze onzuivere dossiers kan trekken en schrijven, en ons waardig maakt om met hem aan dezelfde tafel te zitten en zoals hij de eigenaren van eeuwig leven te zijn.
Er is slechts één voorwaarde. Berouw uit het diepste hart en om vergeving vragen van God Jezus Christus.
Laat het zo zijn dat wij vandaag, jij en ik, op elk punt dat hopeloos en onherstelbaar lijkt, op deze liefdevolle God vertrouwen en onze hoop op hem stellen, en met een bescheiden hart erkennen dat alleen ons berouw en een gebaar van God voldoende is opdat wij ook deelnemen aan de vruchten van de kruisiging en dood en daaropvolgende opstanding van Jezus uit de doden en zijn ascensie naar de hemel. Deze deur blijft open zolang er leven in ziel en wereld bestaat.
God geve aan u allen die naar goddelijke barmhartigheid en vergeving zoeken in de naam van Jezus Christus de Heer, zegen en gezondheid en vergeving en eeuwig leven.
Amen
Bron: VOCIR




