Trump verbiedt permanent toelating van migranten en reizigers uit Iran

Donald Trump, de president van de Verenigde Staten, kondigde zondagavond 24 september een nieuw immigratiebesluit uit, waardoor de Verenigde Staten geen migranten en reizigers meer uit Iran zal toelaten. Volgens dit besluit zijn de enige visa’s die voor Iraniërs voor binnenkomst op amerikaans grondgebied worden uitgegeven studentenvisa, onderwijsvisa en onderzoeksvisa, en dat ook met veel strengere beperkingen.
De beperkingen in Trumps nieuwe besluit betreffen Iran, Tsjaad, Somalië, Libië, Syrië en Jemen. Noord-Korea en Venezuela zijn ook aan de lijst toegevoegd. Voor Venezuela geldt het visum-uitreikingsverbod echter alleen voor regeringsfunctionarissen en leden van hun families.
Trump heeft verklaard dat het gebrek aan samenwerking van deze landen bij de uitwisseling van informatie over hun burgers heeft geleid tot grotere veiligheidsbedreigingen van burgers van deze landen.
Dit is Trumps derde immigratiebesluit voor beperkingen en verboden op amerikaanse visum-uitreiking aan burgers van deze landen. De eerste en tweede immigratiebesluiten van Trump werden eerder geconfronteerd met juridische uitdagingen op staatsniveau. Nu hebben klachten van meerdere organisaties, staten en migrantengroepen het tweede besluit naar het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten gebracht voor herziening.
Het verschil van dit immigratiebesluit met vorige besluiten is dat elk land een eigen lijst met specifieke beperkingen heeft. De voorwaarden voor visum-uitreiking voor Irak hebben bijvoorbeeld minder beperkingen dan de overige landen.
In het decreet staat dat Soedan vanwege de samenwerking van dit land met de Verenigde Staten bij de uitwisseling van informatie over burgers die om een visum verzoeken, van de lijst met volledige visum-uitreikingsverboden is verwijderd.
Trumps derde immigratiebesluit treedt in werking op 18 oktober 2017.
Wat zegt het besluit over Iraniërs?
Vanaf 18 oktober 2017 zal toelating van alle Iraniërs op amerikaans grondgebied via immigratievisa en reizigervisa voor onbepaalde duur worden verboden.
Trump verduidelijkt dit besluit met de woorden: “Als president moet ik maatregelen nemen om de veiligheid en belangen van de Verenigde Staten en het Amerikaanse volk te beschermen.”
De duur van het verbod op immigratie- en niet-immigratigevisa voor Iraniërs is, net als in het vorige besluit, niet tijdelijk; dit decreet van Trump heeft geen tijdslimiet. In het besluit staat dat zolang de Iraanse regering niet met de Verenigde Staten samenwerkt in informatieuitwisseling, het verbod op visum-uitreiking aan Iraanse burgers permanent zal zijn.
Iraniërs zullen echter nog steeds in staat zijn om een studentenvisum en onderwijsvisum van het type “M” en “F” aan te vragen. Ook zullen visa nog steeds worden uitgegeven aan gespecialiseerde Iraniërs die om een “J-1”-visum hebben gevraagd. Hoewel Iraanse aanvragers van studentenvisa aan meer uitgebreid onderzoek zullen worden onderworpen.
De beperkingen met betrekking tot Iraanse vluchtelingen en hun toelating tot Amerika worden in dit besluit afzonderlijk niet behandeld, wat betekent dat het verbod van het tweede immigratiebesluit nog steeds van kracht is.
Trumps derde immigratiebesluit kan, net als het tweede, niet voorkomen dat mensen binnenkomen die eerder een geldig visum hebben gekregen voor een langdurige periode van werk, studeren of andere langdurige activiteiten en die in de Verenigde Staten zijn ingeschreven. Het zal ook niet betrekking hebben op mensen die een visum aanvragen voor een bezoek aan hun directe familieleden en die directe familieleden (bijvoorbeeld echtgenoot, kind of ouders) amerikaanse staatsburger, permanent ingezetene of wettig ingezetene zijn, of wettig met een visum in Amerika verblijven.
Waarom een nieuw besluit?
Het vorige besluit was tijdelijk en de termijn liep ten einde.
Trumps vorige immigratiebesluit stelde een beoordelingsperiode van 90 dagen voor waarin Trumps kabinet zou onderzoeken of de zeven vermelde landen in veiligheidsmaatregelen ter voorkoming van terroristen-ingang met amerikaanse autoriteiten zouden samenwerken. Onder de voorstellen van Trumps eerste en tweede immigratiebesluiten viel informatieuitwisseling met landen over aanvragers van toerisme-, werk- of studieumsgevisa, waardoor landen moesten antwoorden op vragen van amerikaanse immigratieautoriteiten.
Volgens Trump heeft de amerikaanse Minister van Binnenlandse Veiligheid de voorwaarden voor informatiedeling van landen die in het derde besluit zijn vermeld, geëvalueerd en heeft deze gerapporteerd aan de amerikaanse president. De president heeft het derde besluit uitgevaardigd omdat de “identiteitsmanagementprotocollen” en “informatieuitwisselingsmethoden” van deze landen niet consistent zijn met of ongeschikt zijn voor de normen van amerikaanse autoriteiten.
De Iraanse regering, omdat deze niet met de regering van de Verenigde Staten in het identificeren van veiligheidsrisico’s samenwerkt, onderworpen het verbod op visum-uitreiking zowel voor toelating van migranten als voor niet-migrantsIraniërs.
Wat gebeurt er met het immigratiebesluit bij het Hooggerechtshof?
Het is nog niet duidelijk wat de status van het vorige immigratiebesluit bij het Hooggerechtshof zal zijn nu het nieuwe besluit is uitgevaardigd. Ook zijn er nog geen berichten over juridische aanvechting van het immigratiebesluit van 24 oktober gepubliceerd. Er wordt echter aangenomen dat ook dit besluit aangevochten zal worden, net als het vorige.
Als Trumps nieuw presidentieel besluit juridisch aangevochten wordt, zal het de juridische procedures doorlopen en door het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten worden beoordeeld.
Tot die tijd zal de tekst van het nieuwe besluit een significant effect hebben op de lopende juridische aanvechtingen bij het Hooggerechtshof.
Het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten staat op 10 oktober 2017 gepland om de juridische betogen van advocaten van de president en het juridische team van meerdere staten die het vorige immigratiebesluit hebben aangevochten, aan te horen. Daarom zal de tekst van het nieuwe besluit waarschijnlijk op 10 oktober bij het Hooggerechtshof aan de orde worden gesteld.
Bron: Radio Zamana




