Twee Koerdische gevangenen geëxecuteerd zonder enige kennisgeving: executiebevel niet aan advocaat en families meegedeeld

Mehdi Vakil Nezhad, advocaat van Diako Rasoul Zada, een Koerdische politieke gevangene die donderdagochtend samen met Saber Sjeikh Abdullah, een andere Koerdische gevangene, werd geëxecuteerd, verklaarde in een interview met de Mensenrechtenactivistencampagne Iran dat de uitvoering van het executiebevel van zijn cliënt niet aan hem en de familie van meneer Vakil Nezhad was meegedeeld en dat de executie in volkomen onwetendheid van de advocaat en families werd uitgevoerd.
Meneer Vakil Nezhad vertelde aan de campagne dat hij via de media op de hoogte werd gesteld van de uitvoering van het executiebevel van zijn cliënt en dat er ook geen reactie werd gegeven toen de familie van meneer Rasoul Zada zich aanmeldde.
Diako Rasoul Zada en Saber Sjeikh Abdullah werden in de vroege ochtend van donderdag, 24 Tir (15 juli), geëxecuteerd in de centrale gevangenis van Oromiyeh. Zij werden beschuldigd van bomaanslagen tijdens een parade van de strijdkrachten in de stad Mahabad op 31 Shahrivar 1389 (22 september 2010), waarbij meer dan 11 vrouwen en een kind werden gedood. Mehdi Vakil Nezhad, advocaat van Diako Rasoul Zada, vertelde aan de campagne dat zijn cliënt op het moment van de explosie soldaat was en in de grenskazerne van Piranshahr was gestationeerd.
Meneer Vakil Nezhad zei tegen de campagne: “De formele brief van de grenskazerne van Piranshahr stelde dat meneer Rasoul Zada op 31 Shahrivar 89 (22 september 2010) in deze kazerne aanwezig was. Nadat het executiebevel door de rechtbank in Mahabad was uitgevaardigd en de zaak naar het hooggerechtshof ging, dienden wij vragen in. Wij zeiden dat het onmogelijk is dat een persoon op hetzelfde moment zowel in de kazerne als in Mahabad kan zijn. Het hooggerechtshof vernietigde het bevel op basis van deze brief en verklaarde dat er ernstige twijfels bestonden. De zaak ging naar de afdeling cassatie in Oromiyeh en op dat moment brachten zij een ander schrijven van de kazerne mee op basis waarvan het mogelijk was dat hij de kazerne had verlaten en dit niet was geregistreerd. Op basis van deze tweede brief werd wederom een executiebevel gegeven en helaas werd ons verzoek om herziening van het geding geweigerd.”
In Ordibehesht 1395 (april-mei 2016) berichtten media van de Islamitische Republiek over de zelfmoord van Rahmatollah Sharifi, commandant van de grenskazerne van Piranshahr. Hij was degene die het bevestigingsschrijven van de aanwezigheid van Diako Rasoul Zada in de kazerne op het moment van de explosie had uitgegeven. Een goed geïnformeerde bron vertelde aan de campagne: “Nadat het hooggerechtshof het bevel had vernietigde, voegde het ministerie van Inlichtingen een brief van de kazerne, ondertekend door de nieuwe commandant, toe aan de zaak op basis waarvan Diako Rasoul Zada mogelijk de kazerne had verlaten en zijn vertrek niet was geregistreerd. Dit terwijl de in- en uitgang van alle personen en soldaten in kazernen formeel wordt geregistreerd en het onmogelijk is dat dit niet wordt geregistreerd.”
Hossein Osmani, een ander betrokken in deze zaak, is tot meer dan 30 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Mehdi Vakil Nezhad, die ook zijn advocaat is, vertelde aan de campagne: “Meneer Rasoul Zada had toegegeven dat hij de bomaanslag had uitgevoerd. In de rechtbank drongen ik en zijn familie aan dat hij moest zeggen of hij was gemarteld. Hij zei niets en helaas konden we hem niet helpen. Meneer Osmani heeft echter van begin af aan niet bekend. Hij ontkende alle beschuldigingen en zei dat hij deze personen helemaal niet kende. Zijn eerste vonnis was ook executie, maar toen wij bezwaar maakten werd het uiteindelijk vernietigd en later gaf tak 1 van de revolutionaire rechtbank in Mahabad hem 30 jaar gevangenisstraf met ballingschap.”
Hossein Osmani zit momenteel in de centrale gevangenis van Oromiyeh gevangen.
Volgens meneer Vakil Nezhad waren zijn cliënten beschuldigd van “hostiliteiten door lid te zijn van de partij Komeleh en deelname aan de bomaanslag op 31 Shahrivar 1389 (22 september 2010) tijdens de parade van de strijdkrachten in Mahabad”.
Dit terwijl Diako Rasoul Zada op hetzelfde moment dat hij in zijn bekentenis zei in het Komeleh-kamp te verblijven, in de grenskazerne van Piranshahr was. Een goed geïnformeerde bron vertelde aan de campagne dat “het ministerie van Inlichtingen Diako Rasoul Zada en Saber Sjeikh Abdullah had beloofd dat zij ze binnen 5 jaar zouden vrijlaten als zij toezouden geven betrokken te zijn bij de explosie in Mahabad.”
Volgens deze bron “werden de bekentenis van beide mannen onder druk en marteling afgelegd en zij werden door het ministerie van Inlichtingen beïnvloed en bedreigd dat zij ter dood zouden worden veroordeeld als zij in de rechtbank iets over marteling zouden zeggen, maar als zij zouden samenwerken met het ministerie van Inlichtingen zouden zij na 5 jaar worden vrijgelaten. Daarom zeiden zij niet alleen in de rechtbank niets, maar werden hun families ook onder druk het zwijgen opgelegd en hoopten zij dat hun kinderen zouden worden vrijgelaten, maar zelfs op het moment van de executie werd de families niet op de hoogte gebracht en werden zij in volkomen onwetendheid geëxecuteerd.”
Bron: Mensenrechtenactivistencampagne




