Van ‘behoud van Iran’ tot veiling ervan; het eigenbelang van de Islamitische Republiek opende de deur voor machtshonger van grootmachten

Trumps visie op de Straat van Hormuz als ‘nieuw Amerikaans grondgebied’ is niet slechts een mediastorm; het is een waarschuwingssignaal van een wereld waarin de Islamitische Republiek door jaren van confrontatiepolitiek, avontuurlijkheid en het offeren van Iraanse belangen voor het voortbestaan van de regering, het land kwetsbaarder heeft gemaakt voor de hebzucht van buitenlandse mogendheden. Van Washington tot regionale actoren: nu zijn Irans rijkdommen, veiligheid en zelfs territoriale integriteit meer dan ooit onderwerp van onderhandeling en aantasting.
Donald Trump, president van de Verenigde Staten, zorgde opnieuw voor controverse door via het sociale medium ‘Truth Social’ een afbeelding te plaatsen over de toekomst van de Straat van Hormuz. In deze afbeelding staat de Straat van Hormuz afgebeeld naast een reeks Amerikaanse grondgebieden, met daarop de tekst ‘NEW U.S. Territory’, dus ‘nieuw Amerikaans grondgebied’.

Deze afbeelding werd gepubliceerd terwijl de Amerikaanse regering claimt dat haar troepen meer operationele controle over de zeevartsroute van Hormuz hebben verkregen, en het Amerikaanse leger heeft verklaard dat zeemijnen toe te schrijven aan de Revolutionaire Garde van zeeroutes voor internationaal scheepverkeer hebben verwijderd.
Maar het gaat om meer dan een symbolische afbeelding. Trump had al eerder gezegd dat hij van plan was de Straat van Hormuz tot Amerikaans grondgebied uit te roepen. Op 14 augustus zei hij dat hij dit binnenkort zou doen en enkele dagen later verklaarde hij in Zuid-Carolina: ‘Ik beschouw de Straat van Hormuz nu al als Amerikaans grondgebied.’
Daarom kan de verspreiding van de kaart niet eenvoudig als een visuele grap worden beschouwd; zeker niet omdat Washington in de afgelopen dagen tegelijk zijn militaire en economische druk op de Islamitische Republiek heeft opgevoerd en de controle over scheepsverkeer in Hormuz een van de voornaamste conflictassen tussen Teheran en Washington is geworden.
Vanuit het perspectief van internationaal recht creëert het publiceren van een dergelijke kaart op zich geen nieuwe juridische status. De Straat van Hormuz ligt tussen Iran en Oman, en het juridische kader voor zeestraten die voor internationaal scheepverkeer worden gebruikt, scheidt de soevereiniteit van kustlanden van het recht op vrije doorgang. Het VN-Zeerechtverdrag bepaalt uitdrukkelijk dat het transitopassageregime de soevereiniteit of rechtsmacht van kustlanden over de bijbehorende wateren van de zeestraat niet aantast. Ditzelfde verdrag erkent scheepsverkeer in zeestraten onder dit regime het recht op vrije doorgang.
De Britse regering verklaarde ook in juni 2026 in een officieel antwoord aan het parlement dat Londen in samenwerking met internationale partners werkt aan het heropenen van Hormuz ‘zonder lasten of voorwaarden’ en de bescherming van de vrijheid van scheepvaart in overeenstemming met internationaal recht.
Dit betekent dat Trumps beeldclaim eerder moet worden gezien als een uiting van Amerikaanse geopolitieke ambities om feitelijk controle over een van ’s werelds belangrijkste energieknelpunten vast te stellen, dan als een juridische verandering.
Teheran reageerde op Trumps bedreigende boodschap. Kazem Gharibabadi, adjunct-minister van Buitenlandse Zaken van de Islamitische Republiek, zei na Trumps opmerkingen over het omvormen van Hormuz tot Amerikaans grondgebied: ‘Accepteer eenmaal en voor altijd de werkelijkheid: u hebt zware strategische nederlagen geleden; de Straat van Hormuz was, is en zal Iraans zijn.’
Deze reactie onthult echter een belangrijk paradox: de Islamitische Republiek benadrukt enerzijds haar soevereiniteit en rol in Hormuz, maar heeft anderzijds in de afgelopen maanden dezelfde zeestraat gebruikt als drukmiddel en beperkt het scheepverkeer.
Volgens Reuters is het zeeverkeer in Hormuz dramatisch gedaald en in recente weken is het aantal scheepspassages ongeveer 90 procent lager dan voor de oorlog. Deze situatie heeft niet alleen de Verenigde Staten gelegenheid gegeven; ook de Arabische landen in de Perzische Golf zoeken naar alternatieve exportroutes voor energie en proberen hun afhankelijkheid van Hormuz te verminderen. Dit is waar het belangrijkere deel van het verhaal voor het Iraanse volk vorm krijgt.
De Islamitische Republiek stelde jarenlang de Straat van Hormuz voor als een van haar instrumenten van regionale macht; maar het omvormen van een geografische en economische positie tot een permanent dreigingsinstrument kan uiteindelijk het tegenovergestelde effect hebben.
Wanneer een regering een vitale route van wereldhandel in een militair conflictterrein verandert, proberen tegenstanders deze afhankelijkheid op te heffen. Wanneer scheepspassage gepaard gaat met bedreigingen, minenlegging, raketten, drones of politieke afpersing, nemen grootmachten maatregelen om de veiligheid van de route te waarborgen.
Het resultaat kan zijn wat wij vandaag zien: de Islamitische Republiek heeft uit naam van de verdediging van ‘Iraanse belangen’ zozeer een crisis en onveiligheid veroorzaakt dat Amerika nu niet alleen spreekt over hoe scheepsverkeer moet plaatsvinden, maar ook over de toekomst van de controle over Hormuz.
Dit is het punt waarop men van een politieke tragedie kan spreken: een regering die beweert Irans onafhankelijkheid te verdedigen, heeft door politiek gericht op het behoud van haar eigen machtstructuur meer dan wat ook, de grondslag gelegd voor grotere aanwezigheid en bemoeiing van buitenlandse mogendheden.
Dit betekent uiteraard niet dat Amerikas expansionistische claims gerechtvaardigd zijn. Mogelijke inbreuken door een buitenlandse mogendheid op Iraanse belangen of grondgebied kunnen niet worden gerechtvaardigd door enig foutief beleid van de Islamitische Republiek, maar de politieke verantwoordelijkheid van de Islamitische Republiek voor het scheppen van omstandigheden die zulke claims waarschijnlijker maken, is een apart en niet over het hoofd te zien onderwerp.
In recente ontwikkelingen verklaard Admiraal Brad Cooper, commandant van het Amerikaanse Centrale Commando, dat Amerikaanse troepen zeemijnen uit internationale zeevartsroutes hebben geruimd. Hij beschreef deze operatie als ‘een groot bereikt doel’ en zei: ‘De erkende internationale passages in de zeestraat zijn dankzij het buitengewone werk van het Amerikaanse leger van Iraanse zeemijnen gezuiverd.’
Cooper kondigde ook aan dat Amerikaanse troepen in de afgelopen maanden ongeveer 1500 handelsvaartuigen door Hormuz hebben helpen passeren; vaartuigen die volgens hem ongeveer 750 miljoen vaten ruwe olie naar wereldmarkten hebben vervoerd. Echter, de Amerikaanse claim over volledige mijnenruiming is ook op twijfel gestuit, en enkele Amerikaanse bondgenoten hebben gezegd dat het waarschijnlijk is dat sommige mijnen nog steeds in het gebied aanwezig zijn.
Aan de andere kant hebben Iraanse autoriteiten de Amerikaanse claim betwist. Kazem Gharibabadi vroeg zich af over de Amerikaanse claim dat de route volledig open is, waarom schepen nog steeds met ernstige beperkingen te maken hebben. Nieuwe gegevens van Reuters tonen aan dat op donderdag slechts zeven vrachtvaartuigen Hormuz hebben gepasseerd; een getal dat nog steeds ver verwijderd is van normale omstandigheden voor de oorlog.
De reacties op Trumps claim tonen aan dat Hormuz een terrein van machtstrijd is geworden. De reacties op Trumps kaart kwamen niet alleen uit Teheran. Iraanse autoriteiten hebben niet alleen Trumps claim ontkend, maar hebben in reactie zelfs een afbeelding gepubliceerd waarin Californië werd gepresenteerd als ‘nieuw grondgebied van de Islamitische Republiek Iran’; een sarcastische actie als antwoord op Trumps kaart.
Ook in Amerika werd dit stap opgemerkt als onderdeel van Trumps bredere politiek om territoriaalclaims in te dienen en druk op Amerikaanse bondgenoten en rivalen op te voeren. Amerikaanse media, waaronder de Washington Post, hebben gerapporteerd dat de gepubliceerde kaart zelfs delen van de kusten van Iran, Oman en de Verenigde Arabische Emiraten omvatte, wat uitgebreide reacties uitlokte.
Tegelijkertijd wordt Oman, dat in afgelopen maanden als bemiddelaar tussen Teheran en Washington heeft gefungeerd, geconfronteerd met toenemende druk. Dit land had eerder elke aanval op passerende vaartuigen als schending van internationaal recht en nationale soevereiniteit beschouwd en had de nadruk gelegd op verdere onderhandelingen over scheepvaartregelingen.
Iran en Oman zijn in recente dagen in onderhandeling over het opstellen van een voorlopige corridor voor scheepsverkeer en een programma voor mijnenruiming; een plan dat uiteindelijk moet leiden tot langetermijnregelingen voor het beheer van verkeer in Hormuz.
De bittere waarheid is dat vandaag de dag de kwestie niet alleen Hormuz betreft. De vraag is waarom een land met zo’n geografische positie, enorme energiebronnen en een van ’s werelds belangrijkste handelsknelpunten zou bereiken waar buitenlandse mogendheden over de toekomst van de zeevaart in zijn buurt beslissen?
Het antwoord kan niet alleen in Amerikaans gedrag worden gezocht. Het beleid van de Islamitische Republiek speelt ook een aanzienlijke rol in deze situatie: jarenlang spanningen veroorzaken, instrumenteel gebruik van de Straat van Hormuz, bedreigingen voor scheepvaart, regionale en mondiale vijandigheid, en prioriteit geven aan het ideologische en veiligheidsvoortbestaan van de regering boven langetermijnbelangen van Iran, heeft zware lasten voor het land veroorzaakt.
Aan de andere kant moet ook het feit niet verborgen blijven dat zwakte of fout van de Islamitische Republiek geen rechtvaardiging biedt voor enige buitenlandse mogendheid om zich Irans grondgebied, hulpbronnen of zeestraten toe te eigenen.
Wat vandaag in Hormuz te zien is, is eigenlijk een groter waarschuwingssignaal voor Irans toekomst: als de regering van een land zo opgeslokt raakt door het behoud van haar macht dat zij het nationale kapitaal, buitenlandse betrekkingen, economische veiligheid en internationale kredibiliteit van het land uitput, dan zal het ontstane vacuüm vroeg of laat door anderen worden gevuld.
En misschien is dit het bitterste deel van het verhaal; de Islamitische Republiek beweerde voor Iran tegen de wereld te vechten, maar haar politiek kan tot een situatie leiden waarin anderen in de rij staan voor hun aandeel in Iran en haar rijkdommen.
Vandaag noemt Trump Hormuz op een kaart ‘nieuw Amerikaans grondgebied’. Deze kaart ontneemt Iran uit juridisch oogpunt niet haar eigendom; maar politiek gezien is het een waarschuwend beeld van hoe kwetsbaar een land is waarvan de regering onafhankelijkheid predikt, maar door zijn beleid de mogelijkheden voor inmenging van buitenlandse machten heeft verbreed.
Het probleem is niet alleen wie de Straat van Hormuz zal controleren; het probleem is of Iraniërs zelf hun lot en de toekomst van hun land en middelen zullen kunnen bepalen.




