Iran Nieuws

Vier Bahai-burgers in Kermanse hoger beroepszaal samen veroordeeld tot 16 maanden gevangenisstraf

De gevangenisstraf van 20 jaar voor Ehsan Allah Amiri-Nia, Nima Rajbzadeh, Arman Bandi Amir-Abad en Amr Allah Khalegian, vier Bahai-burgers uit de provincie Kerman die eerder door de revolutionair tribunaal van Kerman was opgelegd, is in het hoger beroepshof van deze provincie verminderd.

Volgens de website Iran Human Rights is de gevangenisstraf van 20 jaar voor deze Bahai-burgers, die eerder door de eerste afdeling van het revolutionair tribunaal van Kerman was opgelegd wegens de beschuldiging van “handelingen tegen de veiligheid van het land door propaganda voor het Bahaïsme”, op woensdag 23 januari verminderd tot 16 maanden gevangenisstraf door een uitspraak van de eerste afdeling van het hoger beroepshof van de provincie Kerman.

Volgens dit bericht en op basis van de uitgesproken vonnis, stelde het gerechtshof onder verwijzing naar artikelen 37 en 38 van de Islamitische Strafwet met twee graden vermindering de veroordeling van deze vier Bahai-burgers vast van 5 jaar voor elk van hen op 4 maanden gevangenisstraf voor elk van hen.

De website Iran Human Rights stelde tevens dat de hoorzitting in de zaak van deze Bahai-burgers in de fase van beroep op 28 april onder voorzitterschap van de gerechtshof-adviseurs Mohammad Mohaghegh en Majid Zein al-Dini Nia had plaatsgevonden.

Volgens dit bericht werden Amr Allah Khalegian op 21 december 2016 en Ehsan Amiri-Nia, Nima Rajbzadeh en Arman Bandi Amir-Abad op 10 februari 2017 in hun particuliere woningen gearresteerd door veiligheidsfunctionarissen en vrijgelaten zij in juni 2017 tegen borgtocht voorlopig uit de gevangenis van Kerman tot het einde van de gerechtelijke procedure.

De behandeling van Bahai-burgers door de Islamitische Republiek heeft een lange geschiedenis en dit is niet de eerste keer dat een Bahai-burger alleen vanwege het geloof in het Bahaïsme is gearresteerd en veroordeeld.

Eerder werd de gevangenisstraf van 11 jaar voor Ali Ahmadi Bahai, inwoner van Qaem Shahr, die eerder door het revolutionair tribunaal van Qaem Shahr was opgelegd wegens de beschuldiging van “propaganda tegen het systeem” en “beheer van Bahai-organisaties”, bevestigd door de tweede afdeling van het hoger beroepshof van de provincie Mazandaran.

Onlangs hebben vertegenwoordigers van 33 landen, waaronder de Verenigde Staten, op vrijdag 8 november in een periodieke sessie over mensenrechten in Iran kritiek geuit op schendingen van de rechten van etnische en religieuze minderheden, waaronder Bahai-burgers in Iran, en hebben zij de Iraanse regering verzocht deze rechten te respecteren.

Internationale mensenrechtenorganisaties en de regering van de Verenigde Staten hebben meermaals vervolging en gevangenneming van aanhangers van religieuze minderheden in Iran veroordeeld.

Javaid Rehman, bijzondere rapporteur van de Verenigde Naties voor mensenrechten inzake Iran, stelde ook in augustus van dit jaar in zijn tweede rapport over de mensenrechtsituatie in Iran dat de Islamitische Republiek Bahai’s niet langer louter vanwege hun religieuze opvattingen terechtgestelt, maar dat het gevaar van beroving, arrestatie en gevangenneming van hen voortdurend aanwezig is en dat sinds augustus 2005 meer dan 1168 Bahai’s zijn gearresteerd en met onduidelijke en vage beschuldigingen worden geconfronteerd.

 

Bron: Voice of America

Gerelateerde artikelen

Ook te zien
Sluiten
Terug naar bovenkant pagina knop
Beschermd Door
Shield Security