Iran Nieuws

Wetsvoorstel ‘Kuisheid en Hijab’: ‘Gedeeltelijke’ naaktheid kost 2 miljoen toman, ‘volledige’ naaktheid 24 miljoen toman boete

Iraanse media publiceerden woensdag, op de derde dag van khordad, de volledige tekst van het wetsvoorstel ‘Kuisheid en Hijab’ dat de regering van Ibrahim Raisi op 31 ordibehesht naar het Parlement had gestuurd. In deze tekst wordt het niet nakomen van verplichte hijab aangeduid met de term ‘naaktheid’.

In het wetsvoorstel staat dat ‘gedeeltelijke naaktheid van het lichaam’ onderworpen is aan maximaal boetegeld van de zevende graad en ‘volledige naaktheid’ onderworpen is aan maximaal boetegeld en ontneming van sociale rechten van de zesde graad.

Volgens de Islamitische strafwet van 1392 bedraagt het maximale boetegeld van de zevende graad twee miljoen toman en het maximale boetegeld van de zesde graad 24 miljoen toman.

In het wetsvoorstel ‘Kuisheid en Hijab’ staat verder dat bij niet-naleving van de verplichte hijab door chauffeurs of inzittenden van voertuigen, na twee keer boetegeld, vanaf de derde keer het voertuig in beslag wordt genomen en er per etmaal een boete van één miljoen toman wordt opgelegd.

Volgens het nieuwe regeringswetsvoorstel worden eigenaren en managers van bedrijven en openbare plaatsen zoals winkels, restaurants, bioscopen en sportieve, recreatieve en culturele gelegenheden, naast boetes, ook verplicht tot sluiting en ontneming van belastingvrijstellingen en overheidsmaatregelen.

De hijab is een van de meest omstreden onderwerpen voor de Islamitische Republiek. Veel ambtsdragers van de Islamitische Republiek beschouwen dit als een ‘rood lijntje van het systeem’. Na de protesten ‘Vrouw, Leven, Vrijheid’ en de burgerbewegingen van vrouwen tegen het verplichte karakter daarvan, lijkt dit rood lijntje fragiler dan ooit.

De steun van bekende personeelfiguren aan de protesten en de aanwezigheid van protesteerders zonder verplichte hijab in openbare kringen heeft ertoe geleid dat een deel van het wetsvoorstel ‘Kuisheid en Hijab’ specifiek op deze personen is gericht.

In dit onderdeel staat dat ‘personen die door sociale, politieke, culturele, artistieke of sportieve activiteiten maatschappelijk bekend en invloedrijk zijn’ en in strijd met de hijabwet handelen, naast de genoemde boetes, verplicht worden van beroepsactiviteit en activiteit in de digitale ruimte voor drie maanden tot één jaar. Bij herhaling zullen zij worden geconfronteerd met een straf van de zesde graad, inclusief zes maanden tot drie jaar gevangenisstraf.

Ondanks alle zware straffen die voor burgers zijn voorzien voor het niet nakomen van de verplichte hijab, wordt het wetsvoorstel ‘Kuisheid en Hijab’ door voorstanders van de verplichte hijab niet als voldoende afschrikkend en beperkend beschreven en is het onderwerp van scherpe kritiek.

In een onderdeel van dit wetsvoorstel zijn de handen van voorstanders van de verplichte hijab gebonden door het opleggen van straffen, waaronder boetes.

Gevangenisstraf, zweepslagen en boetegeld van de vijfde graad, varierend van acht tot 18 miljoen toman, behoren tot de straffen voor deze personen.

In artikel acht van het wetsvoorstel wordt benadrukt: ‘Niemand heeft het recht zich onder het mom van het voorschrijven van wat juist is en het afkeuren van wat verkeerd is, schuldig te maken aan strafbare handelingen zoals belediging, laster, bedreiging, mishandeling of schending van de privacy van vrouwen die de religieuze hijab niet nakomen, en bij begaan hiervan zal de dader worden veroordeeld tot de straffen genoemd in de wet.’

De dood van Mahsa Amini in detentie door de zedenpolitie vanwege ‘ongepaste’ klededing, die in het laatst van shahrivar 1401 plaatsvond, leidde tot protesten die na acht maanden nog steeds voortduren en veel vrouwen in Iran tot burgerlijke ongehoorzaamheid hebben aangezet.

Het lijkt erop dat deze gebeurtenis, die Iran maanden lang in het wereldnieuws heeft geplaatst, zorgen heeft veroorzaakt onder hoge regering ambtsdragers dat intensieve handhaving van de verplichte hijab opnieuw tot protesten leidt die erg moeilijk zijn tegen te gaan.

Gelijktijdig met het voortdurende burgerprotest van Iraanse vrouwen in recente maanden door aanwezigheid op openbare plaatsen zonder verplichte hijab, zijn meerdere rapporten en beelden van verbale en fysieke confrontaties tussen voorstanders van deze sociale beperking en zogenaamde ‘aanbevelers van wat juist is’ en ‘waardeagenten’ op sociale media geplaatst. Meerdere religieuze figuren en aanhangers van de regering hebben herhaaldelijk gevraagd om ‘vuur naar believen’ van voorstanders van verplichte hijab in hun omgang met deze vrouwen.

Bron: Radio Farda

Gerelateerde artikelen

Terug naar boven
Beschermd Door
Shield Security