Zuid-Koreaans ministerie van Buitenlandse Zaken roept Iraanse ambassadeur in Seoul op

Naar aanleiding van een artikel in de krant Kayhan met de stelling dat “de Straat van Hormuz moet worden gesloten voor Zuid-Koreaanse schepen”, is de Iraanse ambassadeur opgeroepen op het ministerie van Buitenlandse Zaken van Zuid-Korea. Hij heeft gezegd dat de inhoud van dit krantartikel niet aansluit bij het beleid van Teheran.
Volgens het Zuid-Koreaanse persbureau Yonhap (YNA) riep de vervangend minister van Buitenlandse Zaken van dit land op maandag, 29 Farvardin (18 april), de Iraanse ambassadeur in Seoul op. Deze stap werd ondernomen naar aanleiding van de publicatie van een artikel in de krant Kayhan waarin werd gesteld dat Iran de Straat van Hormuz moet sluiten voor Zuid-Koreaanse schepen.
Volgens het persbureau heeft Yeo Seong-bae zijn regering’s bezorgdheid kenbaar gemaakt aan Saeed Badamchi Shabestari.
Hossein Shariatmadari, hoofdredacteur van de krant Kayhan, had in het artikel geschreven: “Landen die zich hebben onderworpen aan de anti-Iraanse sancties van Amerika onder de naam secundaire sancties en zich tegen sancties tegen de Islamitische Republiek hebben gekeerd, mogen niet vrijgesteld blijven van de zware gevolgen en kosten van hun omkeering.”
Verder zei hij, verwijzend naar het niet vrijmaken van Irans geblokkeerde gelden in Zuid-Koreaanse banken: “We kunnen en moeten de Straat van Hormuz sluiten voor alle Zuid-Koreaanse handels- en olietankerschepen en alle vaartuigen die goederen voor Zuid-Korea vervoeren of goederen van Zuid-Koreaanse herkomst hebben geladen.”
Yonhap schreef dat de Iraanse ambassadeur tijdens het onderhoud met de vervangend minister van Buitenlandse Zaken van Zuid-Korea heeft gezegd dat de inhoud van dit krantartikel niet aansluit bij Teherans officiële standpunt.
Irans geblokkeerde tegoeden in Zuid-Korea
De betrekkingen tussen Iran en Zuid-Korea werden gespannen na de Amerikaanse uittreding uit het JCPOA in 2018. Naar verluidt zijn meer dan 7 miljard dollar aan Iraanse tegoeden, afkomstig uit olieverkopen, in Zuid-Koreaanse banken bevroren.
Het perssbureau Yonhap kondigde vorige maand aan dat Seoul en Teheran zullen onderhandelen om langlopende geschillen over de bevroren tegoeden op te lossen, en dat een werkgroep de details zal onderzoeken van de overdracht van Irans bevroren tegoeden, voor het geval er uitzonderingen op Amerikaanse sancties zouden zijn.
Saeed Khatibzadeh, woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken van de Islamitische Republiek, kondigde op 22 Farvardin (11 april) in een persconferentie aan dat een hooggeplaatste delegatie naar Teheran zal reizen om de bevrijding van Irans tegoeden te bespreken. Hij weigerde de naam van het land en het bedrag van het geld dat zou moeten worden vrijgegeven aan te geven, maar Iraanse media hadden Zuid-Korea genoemd.
Het is nog niet duidelijk wanneer en hoe Irans bevroren tegoeden in Zuid-Korea zullen worden vrijgegeven, maar de speculatie hierover is toegenomen gezien de ingewikkelder wordende onderhandelingen over de terugkeer naar het JCPOA.
Bron: DW




