«Religieuze vrijheid van Alevieten in Turkije wordt geschonden»

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens stelt dat de Alevieten in Turkije, die ongeveer 20 miljoen van de bevolking van dat land vormen, in een ongelijke positie verkeren ten opzichte van Soennieten en dat de Turkse regering aan deze discriminatie een einde moet maken.
De rechters van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg hebben na behandeling van klachten van een aantal Turkse Alevieten in een uitspraak verklaard dat de Turkse regering de religieuze vrijheid van eisers heeft geschonden. Het hof stelt dat de Allevietische minderheid in Turkije “zonder gegronde en logische reden” wordt gediscrimineerd.
De uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens werd op dinsdag (26 april) gedaan naar aanleiding van behandeling van een klacht van 203 Turkse Allevietische burgers. Het hof gaf gelijk aan eisers en veroordeelde de Turkse regering wegens “weigering openbare religieuze diensten aan eisers te verlenen” tot betaling van drieduizend euro schadevergoeding aan elk van hen.
In de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens staat dat uit de weigering van de Turkse regering om in te gaan op de verzoeken van eisers kan worden geconcludeerd dat “het religieuze geloof van Alevieten en hun recht om te aanbidden” in Turkije niet officieel erkend worden.
Volgens het Europese hof bestaat er “ongelijkheid” tussen Alevieten en Soennieten in Turkije. Eisers stellen dat Ankara geen juridische bescherming biedt aan heilige plaatsen en aanbiddingsplaatsen van Alevieten en hun religieuze leiders, en dat dit hun financiering en voortdurende werking moeilijk heeft gemaakt.
De rechters van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens stellen dat de redenen die de Turkse regering voor dit gedrag aanvoert noch belangrijk zijn noch voldoende voor een democratische samenleving.
Wat willen Alevieten?
Alevieten eisen, als de tweede religieuze gemeenschap van Turkije, staatsbegroting en stellen dat hun religieuze leiders de voordelen en status van “overheidsambtenaar” moeten hebben. Bovendien willen Alevieten dat hun religieuze plaatsen en aanbiddingsplaatsen officieel erkend worden.
De Turkse regering wees in 2005 een soortgelijk verzoek van Alevieten af en de Turkse rechterlijke macht bevestigde de beslissing van de regering. Ankara stelt dat wat Alevieten geloven geen afzonderlijk geloof is, maar een beweging binnen de islam.
De rechters van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens erkennen echter niet het standpunt van de Turkse regering over de “religieuze kenmerken” van Allevietische overtuigingen, die geworteld zijn in de Turkse samenleving en geschiedenis, en stellen dat hoe een religie wordt begrepen, afhangt van degenen die die religie aanhangen, niet van de staat.
Alevieten geloven, in tegenstelling tot andere moslims, niet in de vijf zuilen van de islam. Zij vasten bijvoorbeeld niet en gaan niet op bedevaart. Zij geloven in gelijkheid tussen man en vrouw en in hun aanbiddingsplaatsen aanbidden mannen en vrouwen naast elkaar.
De uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg is gedaan door de hoogste instantie van dit hof en de uitspraak is definitief en de uitvoering ervan is verplicht voor de lidstaten van de Raad van Europa. Deze uitspraak betekent voor de Turkse regering dat zij voortaan dient af te zien van de schending van rechten die in de uitspraak van het hof zijn opgesomd.
Bron: Deutsche Welle




