Mohammad Reza Sjah Pahlavi; de koning die droomde van een sterk Iran

Vandaag, 27 juli, is het zesenveertig jaar geleden dat Mohammad Reza Sjah Pahlavi, de laatste koning van Iran, overleed; een persoonlijkheid wiens naam nog steeds als een van de meest controversiële en tegelijkertijd invloedrijkste figuren uit de moderne geschiedenis van Iran wordt beschouwd. Hij overleed op 27 juli 1980, na maandenlange strijd tegen kanker, op 60-jarige leeftijd in het militaire ziekenhuis Maadi in Caïro, de hoofdstad van Egypte. Een officiële uitvaartceremonie werd gehouden op bevel van Anwar Sadat, toenmalig president van Egypte, en hij werd begraven in de Rifaï-moskee in Caïro.
Voor veel Iraniërs was Mohammad Reza Sjah niet slechts een koning, maar het symbool van een periode waarin Iran met ongekende snelheid voortschreef op het pad van modernisering, economische ontwikkeling, industrialisatie en vergroting van zijn internationale positie. Vanaf de eerste jaren van zijn heerschappij op 22-jarige leeftijd beschouwde hij de ontwikkeling van Iran als de voornaamste missie van de regering en herhaalde hij keer op keer dat zijn doel was Iran op een niveau te brengen dat waardig is voor zijn oude beschaving en geschiedenis.
Een van de belangrijkste programma’s uit zijn regeringsperiode was de “Witte Revolutie”; een geheel van economische en sociale hervormingen die onder meer landhervorming, uitbreiding van onderwijs, deelneming van arbeiders in de fabriekswinsten, uitbreiding van gezondheidszorg, vrouwenkiesrecht en de bestrijding van analfabetisme omvatten. Hoewel deze hervormingen ook kritiek ondervonden, speelden zij een belangrijke rol in de transformatie van de economische en sociale structuur van Iran en schepten zij de voorwaarden voor de groei van de middenklasse, de uitbreiding van universiteiten en de ontwikkeling van de infrastructuur van het land.
Tijdens de regering van Mohammad Reza Sjah werden enorme bouwprojecten in het hele land uitgevoerd. De aanleg van dammen, elektriciteitscentrales, staalindustrieën, petrochemische fabrieken, raffinaderijen, havens, vliegvelden, uitgebreide wegennetwerken en de ontwikkeling van hoger onderwijs waren onderdeel van een programma dat gericht was op de omvorming van Iran tot een van Azië’s industriële machten.
In de jaren 1970 behoorde Iran tot de landen met de hoogste economische groeipercentages ter wereld, en veel internationale waarnemers spraken ervan als een van de opkomende economieën.
Vaderlandsliefde is een van de eigenschappen waarop aanhangers van Mohammad Reza Sjah bovenal de nadruk leggen. In zijn toespraken en geschriften sprak hij herhaaldelijk over Iran als zijn “eeuwig vaderland” en was hij ervan overtuigd dat de vooruitgang van het land boven politieke meningsverschillen diende uit te stijgen. Zijn interesse in de geschiedenis, cultuur en beschaving van het oude Iran kwam ook tot uitdrukking in veel culturele programma’s uit die periode, onder meer in de organisatie van het 2500-jarig jubileum van het keizerrijk en investeringen in het behoud van historische monumenten.
Mohammad Reza Sjah streefde er ook naar Iran in een onafhankelijk en invloedrijk land in de regio te veranderen. Zijn buitenlandse politiek was gericht op versterking van defensieve capaciteiten, economische ontwikkeling en het innemen van een actieve rol in het Midden-Oosten. In de laatste jaren van zijn regering was Iran een van de belangrijke regionale machten geworden en speelde het een doorslaggevende rol in de veiligheid van de Perzische Golf. Hoewel hij nauwe betrekkingen had met westerse landen, in het bijzonder de Verenigde Staten, benadruk hij op verschillende momenten ook Irans onafhankelijke besluitvorming en nam hij standpunten in over zaken zoals olieprijzen en OPEC-beleid die niet altijd in overeenstemming waren met de wensen van enkele westerse mogendheden. Deze aanpak zorgde ervoor dat zijn relaties met enkele westerse regeringen op bepaalde momenten gespannen werden.
Na de revolutie van 1979 en het begin van de regering van de Islamitische Republiek verliet Mohammad Reza Sjah Iran en bracht hij de laatste maanden van zijn leven in moeilijk ballingschap in verschillende landen door. Veel landen, onder druk van de politieke omstandigheden van die tijd, weigerde hem permanent op te nemen, totdat Egyptische president Anwar Sadat hem welkom heette en tot aan zijn dood aan zijn zijde bleef. De sjah overleed uiteindelijk op 27 juli 1980 in Caïro.
Vier decennia na de dood van Irans laatste koning is de beoordeling van zijn erfenis nog steeds een levend onderwerp in het politieke en historische landschap van Iran. Evenwel erkennen zelfs veel critici zijn rol in de industrialisatie, infrastructuurontwikkeling, onderwijsuitbreiding, versterking van het leger en vergroting van Irans internationale positie als onmiskenbaar, hoewel er verschillende opvattingen bestaan over zijn bestuursstijl, machtscentralisatie en de staat van politieke vrijheden in die periode.
Vandaag, op het zesenveertigde sterftegetijdendag van Mohammad Reza Sjah Pahlavi, is zijn naam voor een groot deel van de Iraniërs nog steeds verbonden met de herinnering aan “Iran in ontwikkeling”, “de droom van vooruitgang” en het geloof in het scheppen van “een sterk, welvarend en voorspoedig land”; een droom die nog steeds levend blijft in het hart en de tong van velen in Iran.
Moge zijn ziel in vrede rusten en zijn herinnering voortleven.
Schrijver: M.R




