Iran Nieuws

Doodvonnis uitgesproken tegen ‘Najma Amini’ wegens activiteiten op internet

Najma Amini, een 23-jarige boekhoudstudent en gedetineerde in de gevangenis van Vakil-Abad in Mashad, is in een van de meest recente zaken waarin een doodvonnis wordt uitgesproken, ter dood veroordeeld. De voornaamste beschuldiging tegen haar luidt ‘belediging van de profeet’ en haar zaak is gerelateerd aan haar activiteiten op internet. Het vonnis is nog niet onherroepelijk, maar heeft opnieuw de bezorgdheid over het gebruik van terechtstellingen voor onderdrukking van vrijheid van meningsuiting en protest in Iran doen toenemen.

Najma Amini, een 23-jarige studente uit Mashad, zit gevangen in de gevangenis van Vakil-Abad in deze stad, terwijl het strafrechtelijk gerechtshof van Razavi Khorasan een doodvonnis tegen haar heeft uitgesproken. Volgens gepubliceerde berichten is het vonnis uitgesproken op beschuldiging van ‘belediging van de profeet’ en in verband met inhoud die op internet is geplaatst.

Dit nieuws werd onlangs naar buiten gebracht, na publicatie door de krant ‘Khorasan’ op 15 Mehr 1405. De krant noemde de gedetineerde zonder volledige naam en gebruikte de afkorting ‘N-A’, stellende dat de zesde afdeling van het strafrechtelijk gerechtshof van Razavi Khorasan onder leiding van Javad Asian Yazd een doodvonnis tegen haar heeft uitgesproken.

Onderzoek van mensenrechtenrapporten toont echter aan dat het vonnis vóór de publicatie van het nieuwsbericht van de krant Khorasan was uitgesproken. Hengaw heeft verklaard dat het doodvonnis tegen Najma Amini op 25 Shahrivar 1405 is uitgesproken en dat zij na kennisneming van het vonnis in een geluidsbericht vanuit de gevangenis van Vakil-Abad om billijke behandeling van haar zaak heeft verzocht. Amini verklaarde in haar geluidsbericht dat de rechterlijke instantie op 25 Shahrivar het doodvonnis tegen haar heeft uitgesproken.

In een gedeelte van haar bericht zegt Najma Amini: ‘Ik wil mezelf vandaag niet tot heldin maken. Ik wil maar één ding; wees mijn stem. Ik ben een onschuldig meisje, een jonge vrouw vol dromen en hoop.’

Dit bericht is de stem van een 23-jarige gedetineerde die na maanden juridische onzekerheid nu met een doodvonnis wordt geconfronteerd; een vonnis dat nog onderwerp van beroep kan zijn en, in geval van beroep, naar het hooggerechtshof van het land kan worden verwezen.

De zaak van Najma Amini beperkt zich echter niet alleen tot het doodvonnis. In een afzonderlijke zaak is zij door de eerste afdeling van het Revolutiaire Gerechtshof van Mashad veroordeeld tot 12 jaar, zes maanden en één dag gevangenisstraf. De beschuldigingen in deze zaak zijn onder meer ‘aantasting van nationale veiligheid’ en ‘propagandaactiviteiten tegen het systeem’.

Volgens gepubliceerde berichten werd Amini tijdens de protesten in Dey 1404 op 11 Bahman gearresteerd in de buurt van het Ferdowsi-winkelcentrum in Mashad en werd zij vervolgens overgebracht naar de gevangenis van Vakil-Abad. Hengaw heeft eerder gemeld dat zij onder meer beschuldigd is van ‘moord’, ‘samenwerking met Israël’, ‘belediging van de leider’, ‘belediging van de profeet’ en gewelddadig verzet tegen autoriteiten.

In Mordad werd ook gemeld dat een hoorzitting over enkele van haar beschuldigingen in het Revolutionaire Gerechtshof van Mashad plaatsvond. In die fase werden de beschuldigingen ‘samenzwering tegen nationale veiligheid’ en ‘belediging van heilige figuren en imams’ naar voren gebracht.

Een belangrijk punt in deze zaak is de verandering van de religieuze beschuldiging. Volgens mensenrechtenorganisaties werd Najma Amini aanvankelijk beschuldigd van ‘belediging van de imams’, maar tijdens de gerechtelijke behandeling werd deze aanklacht gewijzigd in ‘belediging van de profeet’; een beschuldiging die onder de wetten van de Islamitische Republiek tot terechtsstelling kan leiden.

Deze zaak heeft ook ernstige bezorgdheid opgewekt over de vrijheid van meningsuiting op internet en de wijze waarop de gerechtelijke instanties omgaan met Iraanse internetgebruikers. Terwijl officiële vertegenwoordigers van de Islamitische Republiek herhaaldelijk over de bestrijding van ‘cybercrimes’ hebben gesproken, kunnen in zaken als die van Najma Amini internetactiviteiten leiden tot zware veiligheids- en religieuze beschuldigingen en uiteindelijk tot een doodvonnis.

Aan de andere kant heeft het gebruik van terechtstellingen in zaken met betrekking tot protesten in recente maanden scherpe kritiek van mensenrechtenorganisaties ondergaan. Iran heeft in recente jaren een van de hoogste terechtstellingspercentages ter wereld gehad en mensenrechtenorganisaties hebben herhaaldelijk gewaarschuwd voor het wijdverbreide gebruik van doodstraf in politieke, veiligheids- en religieuze zaken.

De zaak van Najma Amini is van dit perspectief ook bijzonder relevant: een jonge vrouw van 23 jaar die na arrestatie tijdens protesten wordt geconfronteerd met twee afzonderlijke gerechtelijke zaken en in totaal meer dan 12 jaar gevangenisstraf en een doodvonnis.

Voor een samenleving waar vrijheid van meningsuiting, vrijheid van gedachte en het recht op vreedzaam protest deel moeten uitmaken van de fundamentele rechten van burgers, roept het omzetten van geschriften en internetactiviteiten van een jonge vrouw in een zaak met doodstraf ernstige vragen op over proportionaliteit van misdrijf en straf, verdedigingsrecht en onafhankelijkheid van het gerechtelijk proces.

Ook voor christenen en andere religieuze minderheden in Iran is deze zaak bevorderlijk voor bezinning. Beschuldigingen zoals ‘belediging van heilige figuren’ en ‘belediging van de profeet’ worden in de gerechtelijke structuur van de Islamitische Republiek niet slechts als een verschil in geloof of religie beschouwd, maar kunnen een persoon blootstellen aan de zwaarst mogelijke straf. Dit leidt tot diep bezorgdheid voor een samenleving waar vrijheid van godsdienst en geweten voor alle burgers moet worden gerespecteerd.

In de zaak van Najma Amini wacht nog een belangrijk moment: het doodvonnis is niet onherroepelijk en er bestaat mogelijkheid van beroep en herziening door het hooggerechtshof van het land. Wat nu dus definitief is, is het uitspreken van het vonnis in het gerechtshof in eerste instantie, niet de uitvoering ervan.

Desalniettemin heeft de stem van Najma Amini vanuit de gevangenis van Vakil-Abad, voordat een definitieve gerechtelijke beslissing wordt genomen, een eenvoudig verzoek: gehoord te worden. Zij stelt zich voor als ‘een onschuldig meisje vol dromen en hoop’ en heeft aan mensen, advocaten, mensenrechtenorganisaties en internationale organisaties gevraagd haar zaak te onderzoeken.

In een land waar doodvonnis kan worden uitgesproken als gevolg van activiteiten op internet, is de kernvraag niet alleen het lot van een 23-jarige gedetineerde; de vraag is waar de grens ligt tussen handhaving van de wet en onderdrukking van vrijheid van meningsuiting, en welke instantie het recht van verdediging van burgers die ter dood worden veroordeeld mag beschermen.

Gerelateerde artikelen

Terug naar bovenkant pagina knop
Beschermd Door
Shield Security