Brits parlement: Islamische Republiek probeert tegenstanders te vermoorden

Een commissie van het Britse parlement heeft in een rapport melding gemaakt van pogingen van de Islamische Republiek om tegenstanders op Brits grondgebied te vermoorden.
De Commissie Inlichtingen en Veiligheid van het Britse parlement heeft in een rapport dat met goedkeuring van het Britse premiersambt werd gepubliceerd, verklaard dat de Islamische Republiek voortdurend pogingen doet om haar tegenstanders op Brits grondgebied te vermoorden. In dit rapport wordt onderstreept dat de Iraanse Revolutionaire Gardisten een belangrijke rol spelen bij het ontwerp en de uitvoering van deze activiteiten.
Ken McCallum, hoofd van de Britse binnenlandse veiligheidsdienst, heeft openbaar verklaard dat Britse autoriteiten minimaal 10 gevallen hebben geïdentificeerd die betrekking hebben op bedreigingen, ontvoering of moord op Britse burgers of ingezetenen van dit land. Het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft na identificatie van deze gevallen en in reactie op verschillende bedreigingen tegen journalisten een hoge diplomaat van de Islamische Republiek opgeroepen.
Naast Groot-Brittannië heeft Nederland ook bij publicatie van zijn jaarlijkse inlichtingen- en veiligheidsrapport verklaard dat Iran pogingen had ondernomen om een Iraanse burger in Haarlem te vermoorden, waarna de ambassadeur van de Islamische Republiek in dat land werd opgeroepen. Spanje heeft ook verklaard dat Iran betrokken was bij een mislukte moordaanslag in dit land.
De genoemde landen zijn niet de enige landen die Iran beschuldigen van moordpogingen op tegenstanders op hun grondgebied. De Verenigde Staten hebben de Islamische Republiek in de afgelopen jaren herhaaldelijk beschuldigd van pogingen om tegenstanders in dat land te vermoorden of te ontvoeren. Deze moordaanslagen zijn begonnen sinds de Islamische Revolutie in Iran in 1979 en hebben tot op heden voortgeduurd. Hiervan kan het geval van Shahrivar Shafiq, een hoge officier van de keizerlijke Iraanse marine, die in december 1979 werd vermoord, als voorbeeld dienen.
Volgens gepubliceerde rapporten zet de Islamische Republiek ook gearresteerde politieke, maatschappelijke en religieuze activisten onder druk om mee te werken aan moordpogingen op tegenstanders. Dit heeft geleid tot psychische spanningen tussen religieuze, politieke en maatschappelijke activisten.




