De “identiteit” van de daders van de aanslagen in Teheran en het perspectief van het toekomstige beleid van Iran

Is het regionale beleid van de Islamitische Republiek een van de redenen waarom enkele Sunnische Iraniërs zich bij ISIS hebben aangesloten? Wat is de rol van binnenlands beleid hierin? Waarom werden de daders van de aanslagen in Teheran door ISIS aangetrokken? Zal het gedrag van de Iraanse regering veranderen? Twee deskundigen geven antwoord.
Woensdag (7 juni) vonden er twee gelijktijdige terroristische aanslagen plaats op het Iraanse parlement (Majlis-e Shora-ye Eslami) en het mausoleum van ayatollah Khomeini in Teheran, waarbij 17 Iraanse burgers werden gedood en meer dan 50 gewond raakten. Het ministerie van Inlichtingen heeft de identiteit van vijf aanvallers bekendgemaakt die tijdens deze aanslagen werden gedood. In de verklaring van het Iraanse ministerie van Inlichtingen werden de aanvallers omschreven als aanhangers van “wahabistische en takfiri-groepen” die na zich bij ISIS aan te sluiten en te vechten in Mosoel en Raqqa, naar Iran terugkeerden en deze terroristische daad pleegden.
De rol van “Sjiitische heerschappij”
Er zijn geen precieze gegevens beschikbaar over de geboorteplaats en verblijfplaats van de aanvallers in Iran, maar enkele media hebben het over “salafistische Koerden” als waarschijnlijke daders van de aanslagen in Teheran. Hemen Sidi, politiek analist en deskundige op het gebied van Koerdische aangelegenheden, stelt in een gesprek met Deutsche Welle dat hij de wortels van de beperkte verspreiding van ISIS in Koerdische Sunnische gebieden in de afgelopen decennia van “Sjiitische heerschappij” in Iran ziet. Naar zijn zeggen heeft dit echter vanwege de dominantie van nationalistische en linkse opvattingen in Koerdistan niet kunnen uitgroeien tot de “primaire identiteit” van het Iraanse Koerdistan.
Deze Koerdische deskundige bevestigt dat na het verschijnen van ISIS enkele Sunnische Koerden zich bij deze terroristische groep hebben aangesloten, maar tegelijkertijd stelt hij hun aantal bescheiden voor. Hemen Sidi verwijst naar Koerden die zelfs vóór het verschijnen van ISIS in gevangenissen van de Islamitische Republiek zaten vanwege hun “Sunnisch-islamistische” opvattingen.
Volgens deze politieke analist sloten tussen 2016 tussen de 400 en 500 Sunnische Koerden uit de regio Koerdistan zich aan bij ISIS en namen zelfs deel aan operaties tegen die regio. Sidi stelt het aantal Iraanse Koerden die zich bij ISIS hebben aangesloten echter veel lager en schat dit op tussen de 30 en 40 personen.
Naar het oordeel van Hemen Sidi hebben zowel het regionale beleid van Iran als het beleid van de Islamitische Republiek ten opzichte van etnische en religieuze minderheden een rol gespeeld in de neiging van enkele Sunnische Koerden om zich naar ISIS te wenden, waarbij het “discriminatoire” etnische en religieuze beleid ouder van aard is.
Belofte van “wraak” door de Revolutionaire Garde
De terroristische aanslagen in Teheran werden ook geconfronteerd met een scherpe reactie van de Revolutionaire Garde, vergezeld van beschuldigingen aan Amerika en Saoedi-Arabië van betrokkenheid bij de aanslagen. Deze militair-veiligheidsinstellingen beloofden in hun verklaring “wraak” en schreven: “De wereldopinie, vooral het Iraanse volk, vindt deze terroristische daad, die een week na een gemeenschappelijke bijeenkomst van de Amerikaanse president met de leiders van een van de reactionaire landen in de regio, die voortdurend supporters van takfiri-terroristen zijn, zeer betekenisvol, en het feit dat ISIS de verantwoordelijkheid ervan op zich neemt, geeft blijk van hun betrokkenheid bij deze barbaarse daad.”
Officieren van de Revolutionaire Garde spraken onmiddellijk van de aanslagen in Teheran als operaties die plaatsvonden kort na de “gemeenschappelijke bijeenkomst van Amerika met leiders van een van de reactionaire landen”. Ze beloofden ook dat ze “wraak” zouden nemen voor deze aanslagen van zowel de terroristen als van “degenen die hen bevelen geven”.
Poging tot verlaging van “spanningen”
De reactie van de regering-Rouhani, het ministerie van Buitenlandse Zaken en Zarif was echter ingehouden. De huidige Iraanse regering heeft herhaaldelijk benadrukt dat ze vermijding van spanningen met Saoedi-Arabië nastreeft.
Mohammad Javad Zarif, Iranees minister van Buitenlandse Zaken, schreef eind mei 2017 in een artikel in de krant “Al-Arabi Al-Jadeed” onder meer: “Onze vasthoudendheid aan onze principiële politiek, ondanks de fouten van enkele buurlanden, gaat door. Onlangs dreigde een Saudische functionaris dat hij “oorlog naar Iran zou brengen”. Ik verklaar vandaag formeel namens de Iraanse regering dat we bereid zijn vrede aan heel de regio en vooral aan Saoedi-Arabië cadeau te geven.”
Bahram Qassemi, woordvoerder van het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken, zei ook op 15 mei: “We willen geen spanningen, we willen geen toenemende spanningen met dit land [Saoedi-Arabië] en zoals ik eerder heb gezegd, zijn we bereid tot gesprekken.”
Sinds de aanval van een groep “onafhankelijke” demonstranten op de Saudische ambassade in Teheran en het consulaat van dit land in Meshed in januari 2016 zijn de betrekkingen tussen Iran en Saoedi-Arabië verbroken en is de woordentwist tussen de leiders van beide landen toegenomen.
Teheran en Riyad zijn in de regio en vooral in Syrië en Jemen betrokken bij een proxy-oorlog met elkaar. Iran ondersteunt de Houthi-rebellen in Jemen en Saoedi-Arabië leidt een coalitie die tegen de Houthis vecht. Ook in Syrië steunen beide landen rivaliserende groepen.
Ondertussen verergerde het recente bezoek van Donald Trump, de Amerikaanse president, aan Saoedi-Arabië de spanningen. Tijdens dit bezoek werden contracten ter waarde van meer dan 380 miljard dollar tussen Amerika en Saoedi-Arabië gesloten. De waarde van alleen de aankoop van wapens door Saoedi-Arabië van Amerika bedroeg 110 miljard dollar.
Naar aanleiding van dit bezoek noemde Ayatollah Ali Khamenei, de leider van de Islamitische Republiek, de leiders van Saoedi-Arabië “dom” en zei dat banden met het Westen de Saudische leiders niet kunnen redden van hun ondergang. Op 27 mei benadrukte hij opnieuw de “onbekwaamheid” van de Riadse leiders en beschreef Saoedi-Arabië als “een melkkoe” die volgens hem “door vijanden van de islam wordt gemolken en wanneer ze geen melk meer heeft, wordt geslacht”.
Na de opmerkingen van Khamenei intensifieerden de hardline aanhanger van het regime hun verbale aanvallen op Saoedi-Arabië nog verder. De regering-Rouhani bleef echter op haar ingehouden standpunten en beperkte zich slechts tot conventionele diplomatieke antwoorden op “beschuldigingen” van de tegenstander.
Aanval op “gematigdheid” na de aanslagen in Teheran
Hardline-aanhangers van Khamenei beschuldigen intussen aanhangers van “gematigdheid” van het nastreven van “accommodatie”-beleid.
Sadegh Zibakalam, hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit van Teheran, stelt in een gesprek met Deutsche Welle dat de regering-Rouhani na de terroristische aanslagen in Teheran ook door “hardliners” wordt beschuldigd ervan dat zij met haar “gematigde” politiek Saoedi-Arabië, Amerika en uiteindelijk ISIS brutaler hebben gemaakt.
Zibakalam benadrukt evenwel dat, hoewel het huidige regionale en internationale beleid van Iran “op korte termijn” niet zal veranderen, als de regering geen “gematigd” maar een “revolutionair” beleid had gevoerd, Iran “meermaals” doelwit van aanslagen als de recente aanslagen zou kunnen zijn.
Deze politicoloog is optimistisch over de voortduring van “veiligheid” in Iran en beschouwt de recente terroristische aanslagen in Teheran als een “uitzondering” waarvan herhaling in de toekomst onwaarschijnlijk lijkt.
Tegelijkertijd stelt Sadegh Zibakalam dat zowel het “revolutionaire” als “gematigde” discours in het bestuur naast elkaar zullen blijven functioneren en dat, gezien de politieke machtsverhoudingen in Iran, geen van beide in staat zal zijn de ander opzij te zetten.
Bron: DW




