Erdoğan dreigt: we sturen 3,6 miljoen vluchtelingen naar Europa

Erdoğan, president van Turkije, reageerde geïrriteerd op kritiek over de Turkse aanval op Syrië. Hij zei dat als Europa zijn beschuldigingen niet intrekt, hij 3,6 miljoen vluchtelingen naar Europa zal sturen.
De militaire aanval van het Turkse leger op Noord-Syrië is heftig bekritiseerd. Niet alleen de Verenigde Staten maar ook de Europese Unie heeft deze operatie scherp veroordeeld. De commissie van deze unie heeft Turkije gevraagd zijn verplichtingen na te komen als kandidaat voor toetreding tot de Europese Unie.
Een woordvoerder van de Europese Commissie in Brussel zei: “Toetreding tot de Europese Unie vereist dat alle kandidaten het buitenlands beleid van de Europese Unie volgen.” Hij vervolgde dat als Turkije serieus is met zijn verzoek om tot deze unie toe te treden, dit de weg is die dit land moet volgen.
Recep Tayyip Erdoğan, president van Turkije, reageerde op deze uitspraken en richtte zich tot de Europese Unie met de woorden: “Hé, Europa! Word wakker! Ik zeg het nog een keer: als jullie proberen onze operatie als agressie voor te stellen, dan is onze taak duidelijk: we zullen de deuren openen en we zullen 3,6 miljoen vluchtelingen naar jullie toe sturen.” Hij vervolgde dat Europa niet eerlijk is en tot nu toe niet de waarheid heeft gezegd.
Erdoğans opmerking verwijst naar de 3,6 miljoen Syrische vluchtelingen die in Turkije leven.
Duizenden mensen op de vlucht voor oorlog
In Noord-Syrië vluchten mensen voor de Turkse militaire aanval. Volgens het Syrische Observatorium voor de Rechten van de Mens vluchten meer dan 60.000 mensen uit dit gebied. De meeste van deze mensen zijn inwoners van Syrische grensstad zoals Ras al-Ain, Tal Abyad en Darbasiyah. Volgens Syrische activisten trekken oorlogsvluchtelingen naar het oosten en hun bestemming is waarschijnlijk de regio rond de stad Hasaka.
Verslaggevers van het Franse persagentschap hebben gerapporteerd dat ze mensen in auto’s, te voet of op motorfietsen uit Ras al-Ain zien vertrekken en uit oorlogsgebieden vluchten.
Volgens 14 hulporganisaties leven er in gebieden aan de grens tussen Syrië en Turkije waar nu gevechten plaatsvinden in totaal 450.000 mensen. Op basis van dit rapport “lopen deze aantallen risico als de betrokken partijen niet maximaal terughoudendheid betrachten en de bescherming van burgers geen prioriteit voor hen is.”
Deze noodhulporganisaties hebben gezegd dat als zij gedwongen worden hun medewerkers uit deze gebieden weg te halen vanwege escalatie van het conflict, mensen wier leven in gevaar is geen essentiële hulp kunnen ontvangen.
Wereldwijd verzet tegen Turkse militaire operatie
Niet alleen de Verenigde Staten en de Europese Unie verzetten zich tegen de Turkse aanval op Noord-Syrië. Ook Israël heeft deze militaire operatie veroordeeld. Benjamin Netanyahu, premier van Israël, zei op donderdag 18 oktober: “Israël veroordeelt de Turkse militaire operatie in de Koerdische gebieden van Syrië ten zeerste en waarschuwt voor etnische zuiveringen in deze gebieden.”
Netanyahu vervolgde: “Israël is bereid humanitaire hulp te verlenen aan het dappere Koerdische volk.”
Het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken verzette zich ook via een verklaring tegen de militaire actie in Syrië. In deze verklaring stond: “Het ministerie van Buitenlandse Zaken van de Islamitische Republiek Iran, terwijl het de veiligheidskwesties van Turkije begrijpt zoals eerder is gesteld, beschouwt militaire actie niet alleen als een middel om de veiligheidskwesties van dit land op te lossen, maar ook als zijnde veroorzaken van wijdverspreide materiële en menselijke schade, en verklaart op deze basis zijn verzet tegen deze actie.”
Het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft ook zijn bezorgdheid uitgesproken over de gevolgen van deze aanval, vooral voor burgers, en geroepen om onmiddellijke stopzetting van deze aanvallen en terugtrekking van Turkse militairen uit Syrisch grondgebied.
Bezorgdheid van VN-hulporganisaties
VN-hulporganisaties hebben hun bezorgdheid geuit over de Turkse militaire aanval op Noord-Syrië. “Mark Lowcock”, coördinator van noodhulp van de Verenigde Naties, roept in een verklaring die donderdag in Genève is gepubliceerd op tot bescherming van burgers in de aangevallen gebieden. Hij reisde dezelfde dag naar Turkije om met vertegenwoordigers van de regering van dit land te spreken.
Het UNICEF-fonds zei dat veel jongens en meisjes in noordoost-Syrië in gevaar lopen voor “ernstig letsel, dood of gedwongen uitzetting.”
De directeur van UNICEF in New York stelde dat nog een militair conflict “ernstige gevolgen” zal hebben.
Turks leger vordert op tegen Koerdische milities
Het Turkse leger startte zijn militaire aanval tegen de Koerdische milities “Volksverdedigingseenheden” (YPG) op woensdag 17 oktober. Het doel van deze operatie wordt genoemd het creëren van een “veilige zone” in Syrisch grondgebied waar naar verwachting twee miljoen Syrische vluchtelingen zullen worden hergevestigd.
De regering in Ankara beschouwt de YPG als een tak van de Partij van de Werkende Bevolking van Koerdistan (PKK), die in Turkije als terroristische organisatie wordt erkend. Ankara vreest dat versterking van Koerdische krachten aan de zuidelijke grenzen van Turkije zal leiden tot de vorming van een autonoom Koerdisch gebied en uiteindelijk de afscheiding van de Koerdische gebieden van Turkije van dit land.
De Turkse militaire aanval op Noord-Syrië werd onmiddellijk met internationale protesten geconfronteerd. De landen van de Europese Unie stelden woensdag in een gezamenlijke verklaring vast dat “het nieuwe gewapende conflict in noordoost-Syrië opnieuw de stabiliteit in de hele regio in gevaar brengt en het lijden en de pijn van burgers verergert en meer uitzetting uit deze gebieden veroorzaakt”.
In deze verklaring wordt Turkije beschuldigd van het in gevaar brengen van het succes van de mondiale coalitie tegen ISIS. Bijvoorbeeld is dit gevaar genoemd dat als gevolg van dit nieuwe conflict gevangengenomen ISIS-terroristen kunnen ontsnappen.
Drie miljard euro van de Europese Unie naar Turkije
Erdoğan had in september gedreigd dat hij Syrische vluchtelingen niet meer in Turkije zou houden. Op dat moment was het geschil over de financiële hulp van de Europese Unie die in het vluchtelingenpact in 2016 was overeengekomen tussen deze unie en Turkije.
Op basis van dit akkoordpakket kunnen vluchtelingen die illegaal Grieks grondgebied zijn binnengekomen naar Turkije worden teruggestuurd. In ruil daarvan had de Europese Unie beloofd dat zij binnen drie jaar twee keer, elk keer 3 miljard euro, aan Turkije zou betalen voor de opvang van deze vluchtelingen.
In ruil beloofd Ankara dat het meer inspanningen zou leveren om vluchtelingen tegen te houden van het oversteken van de Egeïsche eilanden. Sinds het begin van de burgeroorlog in Syrië heeft Turkije volgens officiële statistieken ongeveer 3,6 miljoen Syrische vluchtelingen in zijn grondgebied opgenomen. Dit aantal is hoger dan alle andere landen.




