Gewelddadige arrestaties en medogenloos het zwijgen opleggen van andersdenkenden in de Islamitische Republiek Iran

Van de gewelddadige arrestatie van Dr. “Ahmad Rahimi” en “Sohila Hosseini”, tot de vervolging en strafing van studenten, Koerdische burgers en vakactivisten, dit wijst op toenemende systematische onderdrukking door de regering van de Islamitische Republiek.
In het vervolg van het toenemende onderdrukking in Iran tonen talrijke meldingen van uitgebreide, gewelddadige arrestaties zonder wettelijke procedures aan dat de regering van de Islamitische Republiek niet alleen geen enige tolerantie heeft voor andersdenkenden, maar eerder met verhoogde intensiteit ernaar streeft elke vorm van protest, zelfs op symbolisch en persoonlijk niveau, het zwijgen op te leggen.
Een analyse van een reeks recente arrestaties schetst een zorgwekkend beeld van systematische schendingen van mensenrechten en volledige minachting voor de fundamentele beginselen van rechtvaardigheid en rechtsorde.
Een van de meest opvallende gevallen is de arrestatie van Dr. “Ahmad Rahimi”, een voormalig universiteitsprofessor, en zijn echtgenote “Sohila Hosseini”, een kunstenares op het gebied van schilderkunst en montage. Dit echtpaar werd op 27 Esfand 1404 gearresteerd nadat veiligheidstroepen hun privéwoning in Mashhad waren binnengevallen, waarbij geweld werd gebruikt, en zij werden naar een onbekende locatie overgebracht.
Dr. Rahimi, die ervaring heeft met doceren aan gerenommeerde universiteiten, diende eerder in zijn positie in te trekken tijdens de beweging “Zan, Zendegi, Azadi” in protest tegen onderdrukking. Deze handeling toonde duidelijk zijn professionele en morele toewijding aan waarheid en vrije meningsuiting, een toewijding die hem en zijn familie nu een zware prijs heeft gekost.
Dit geval is slechts onderdeel van een breder patroon waarin zelfs wetenschappelijke en culturele elites niet veilig zijn voor de slag van onderdrukking. In omstandigheden waarin artsen en universiteitsmedewerkers zich volgens hun professionele beginselen hebben verbonden aan het behoud van mensenlevens en menselijke waardigheid, toont de aanpak van de regering tegenover hen aan dat geen enkele status, zelfs niet de status van wetenschap en humaniteit, bescherming biedt tegen de heersende veilighheidslogica. Eerdere rapporten hebben ook aangetoond dat artsen en medisch personeel tijdens protesten ook zijn bedreigd, gearresteerd en zelfs onder verdachte omstandigheden om het leven zijn gebracht vanwege het helpen van gewonden; een kwestie die serieuze zorgen over het bewuste mikken op deze groep heeft opgeroepen.
In een ander geval is “Reza Dalman”, een 24-jarige student aan de Universiteit van Sharif, gearresteerd alleen vanwege een symbolische handeling (het ophangen van een muizepoppen aan een boom in aanloop naar het nieuwe jaar). Deze handeling kan nauwelijks als een veiligheidsbedreigning worden beschouwd, werd gerapporteerd met samenwerking van de “Basij-studentenorganisatie” en leidde tot de arrestatie van deze student. Dergelijke aanpakken tonen aan dat de regering zelfs van de kleinste tekenen van ontevredenheid of politieke satire bang is en snel tot onderdrukking ervan overgaat.
Ondertussen gaat het proces van willekeurige arrestaties in Koerdische gebieden door. “Hoyar Zehabi”, een 21-jarige jongeman uit Mahabad, is zonder gerechtelijk vonnis en met geweld gearresteerd in het huis van zijn familie. Hij is eerder ook gearresteerd tijdens protesten en heeft een geschiedenis van politieke veroordellingen. Ook “Jalal Alavi”, een ander inwoner van dit gebied, is zonder opgave van beschuldiging en zonder wettelijke procedures gearresteerd. Het voortduren van deze maatregelen in etnische gebieden toont de verdubbelde veiligheidsbenadering van de regering tegenover deze gebieden aan.
In Kermanshah is ook “Manouchehr Aghabeigee”, lid van het bestuur van de vakbond van leraren, gearresteerd en naar een onbekende locatie overgebracht. Zijn gezondheidstoestand, vooral gezien zijn hartziekte, heeft ernstige bezorgdheid over zijn leven opgeroepen. De verantwoordelijke instanties hebben echter geen enkele duidelijkheid gegeven over zijn toestand.
Het gemeenschappelijke kenmerk van al deze zaken is gebrek aan transparantie, gebrek aan toegang van families tot informatie, arrestaties zonder gerechtelijk vonnis en het gebruik van geweld. Dit patroon toont duidelijk aan dat het doel niet de handhaving van de wet is, maar het creëren van een sfeer van angst en het voorkomen van de vorming van enig protest, zelfs in zijn meest basale vormen.
In het algemeen blijkt uit deze meldingen het beeld van een systeem waarin onderdrukking het voornaamste instrument van bestuur is geworden; een systeem dat niet alleen politieke activisten, maar ook universiteitsprofessoren, studenten, kunstenaars en leraren als doelwit zet en in het streven om elke verschillende of andersdenkende stem het zwijgen op te leggen, niet voor enige maatregel terugdeinst, zelfs niet tegen de prijs van mensenlevens.




