Oude Iraanse beschaving; onzekere toekomst van tentoonstelling “Dood in Zout”

Het archeologiemuseum van Frankfurt heeft een belangrijke tentoonstelling uit zijn programma verwijderd die betrekking heeft op het oude Iran. De directeur van het museum zegt dat hij alles in het werk stelt om culturele projecten tegen schade door politieke spanningen te beschermen.
Wolfgang David, directeur van het archeologiemuseum van Frankfurt, betreurt dat een tentoonstelling waaraan twee jaar lang volledig is gewerkt, “voorlopig” uit het programma van het museum is verwijderd. Deze tentoonstelling betreft de beschavingen van het oude Iran en opgravingen die sinds 2010 met steun van Duitse wetenschappelijke instellingen in een zoutmijn zijn begonnen.
De directeur van het archeologiemuseum legt uit dat de tentoonstelling, die met uitgebreide voorbereiding naar Duitsland zou komen, te kampen heeft gehad met moeilijkheden vanwege dreigingen en sanctionarische maatregelen van de Verenigde Staten; omdat het bedrijf dat verantwoordelijk was voor de verzekering van de tentoonstellingstukken uit angst voor sanctiestrafmaatregelen het contract heeft opgezegd.
Een ander verzekeringsmaatschappij dat sinds vorig jaar deze taak op zich had genomen, beëindigde zijn contract kort nadat het Oekraïense vliegtuig in begin januari 2020 door raketten van de Iraanse Revolutionaire Garde was neergeschoten.
Een unieke collectie
In het gebied Duzelakh, in de buurt van Chehrabad, een van de dorpen in de noordwestelijke provincie van Iran, is een van ’s werelds oudste zoutmijnen uit de oudheid ontdekt. Duitse wetenschappers waren van plan samen met hun Iraanse collega’s een volledige tentoonstelling van deze historische locatie in de Duitse steden Bochum en Frankfurt in te richten.
Ze reisden in maart 2018 naar Iran om de antieke mijn te bezoeken en sloten een contract met de Iraanse culturele autoriteiten, waarover het officiële Iraanse persbureau (IRNA) en het Iraanse staatsradio- en televisiebedrijf uitvoerig hebben bericht.
De heer David heeft tegen de krant “Frankfurter Rundschau” gezegd over het belang van deze historische mogelijkheid: “In de wereld zijn slechts drie bekende zoutmijnen: twee mijnen van Hallstatt en Dürrnberg liggen in Oostenrijk en de derde is de mijn van Zanjan, die tot voor kort actief was. In 1993 werd in deze mijn een lijkschouw gedaan waaruit bleek dat het uit de oudheid stamt.”
Hij voegt eraan toe dat tot nu toe acht gezouten lichamen in deze mijn zijn gevonden, waarvan de oudste uit de Achaemenidische periode is, dus ongeveer 400 jaar voor Christus. De andere lichamen stammen uit de Sassanidische periode, dat wil zeggen uit de derde en vierde eeuw na Christus.
Al deze lichamen zijn dankzij mummificatie in zout op een verbazingwekkend mooie en goed bewaarde manier gebleven.
De heer David zegt: “In de tentoonstelling willen we de laatste dag van een mijnwerker reconstrueren. De kleding en zelfs de kleur van de arbeiderskledij, hun handschoenen en de werktuigen in de mijn zijn goed bewaard gebleven. Het zout heeft alles behouden.”
Hij heeft in dit interview zijn dank uitgesproken voor de samenwerking met Iraanse culturele kringen en benadrukt de wetenschappelijke geschiktheid en technische vaardigheden van Iraanse archeologen.
Hij zegt dat hij de hoop op het organiseren van deze tentoonstelling niet heeft opgegeven en zal blijven proberen om het te verwezenlijken. Volgens hem: “Deze schat heeft 2400 jaar onder de grond gelegen en een paar jaar eerder of later maakt veel verschil niet uit.”
Bron: DW




